Afscheid van een verdorven liefde

Het beste boek van de Spaanse schrijver Jorge Semprun is ook zijn minst bekende. In Nederland is het vrijwel onopgemerkt gebleven. Ik bedoel de Autobiografía de Federico Sánchez, zoals de Spaanse titel uit 1977 luidt. Eind jaren zeventig kocht ik het in de Engelse vertaling onder de saaie titel Communism in Spain in the Franco Era. Alsof het een politicologische deelstudie betrof. Geen wonder dat het in de ramsj verdween. Wie, behalve een handvol specialisten, zou er belang stellen in het wel en wee van de onder Franco verboden Spaanse communistische partij, waarvan de leiding in de emigratie een stalinistisch residu vormde?

Toen het boek verscheen was Semprun al internationaal vermaard door zijn filmscenario's, zoals La guerre est finie van Alain Resnais en Z van Costa Gavras en door romans als De lange reis en De tweede dood van Ramon Mercader. De Autobiografía de Federico Sánchez was zo'n boek dat het moest hebben van mond tot mond reclame. In een beperkte kring werd het gelezen en bediscussieerd, nadat het in Times Literary Supplement was besproken als `een buitengewoon belangrijk boek, een case-study van de ineenstorting van de communistische beweging'. In die zin was het, tien jaar voor de val van de Berlijnse muur, ook nog eens een profetisch boek. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat het weinig opgang maakte. Mensen die toen nog overtuigd communist waren, wilden niet lezen dat hun ideologie verderfelijk was en op zijn laatste benen liep, andere in deze problematiek geïnteresseerde lezers hadden misschien het idee dat ze de strekking van Sempruns memoires al kenden uit eerdere `renegatenboeken' zoals Arthur Koestlers Darkness at Noon.

Jorge Semprun, zoon van een diplomaat van het republikeinse Spanje, werd in 1941 actief in het Franse communistische verzet, tot hij twee jaar later door de Duitsers werd gearresteerd en naar Buchenwald gedeporteerd. Na de oorlog kwam hij in de leiding van de Spaanse communistische partij die in Praag zetelde en hem belastte met het ondergrondse werk in Franco-Spanje, waarbij hij de schuilnaam Federico Sánchez voerde. Begin jaren zestig raakte hij echter in conflict met het boegbeeld van de Spaanse communisten, Dolores Ibárruri. Hij werd uit de partij gegooid en deed daarvan verslag in zijn politieke memoires. De Autobiografía de Federico Sánchez, opgeschreven op een manier die het midden houdt tussen een politieke thriller, een filmscenario en een autobiografische roman, maar van a tot z non-fictie, behelst meer dan een persoonlijke afrekening met het communisme. Het boek biedt ook een van de meest aangrijpende verklaringen voor wat de aantrekkingskracht van het communisme was en dringt diep door in de tragiek van door de Tweede Wereldoorlog gevormde antifascisten die op grond van intellectuele en morele overwegingen afscheid moesten nemen van wat zij als een bevrijdingsgeloof hadden omarmd.

Deze memoires kunnen worden gelezen als een woedend en in tranen gedrenkt afscheid van een grote maar verdorven liefde, als een verslag van zelfmisleiding en verraad en als een zelden overtroffen voorbeeld van persoonlijke reflectie op de politieke tragedies van de vorige eeuw. Het ergste verraad was het verzwijgen van de waarheid ter wille van de grote zaak. Zo bekent Semprun dat hij zijn mond heeft gehouden toen hij las dat een vriend van hem, kompaan uit het concentratiekamp Buchenwald, als medebeklaagde in een stalinistsich showproces in Tsjechoslowakije had toegegeven schuldig te zijn aan verraad en spionage. Semprun wist als geen ander dat het niet waar kon zijn, dat het een door de Russische geheime politie en haar handlangers afgedwongen bekentenis was, maar zweeg, uit vrees het blazoen van zijn partij te bezoedelen.

Dit boek stijgt ver uit boven een inmiddels gedateerde politieke stellingname. Sempruns genadeloze zelfonderzoek naar zijn drijfveren van weleer blijft actueel omdat het – losgezongen van tijd en plaats – over het universele probleem handelt dat mensen zichzelf verloochenen in naam van een hogere waarheid en daar, als zij hun geweten tot zwijgen brengen, zelf aan onderdoor gaan.

Jorge Semprun: Communism in Spain in the Franco Era. The Autobiography of Federico Sanchez. Harvester Press, 1980 [1977]