Privatisering in Japan politiek compromis

De Japanse regering heeft gisteren de knoop doorgehakt over de privatisering van het tolwegennet. Het is een compromis geworden.

Een privatisering in naam maar zonder inhoud. Dat is het eensluidende oordeel in Japan over het compromis dat premier Junichiro Koizumi gisteren bekendmaakte over de privatisering van het Japanse tolwegennet.

Privatisering van de Japan Highway Corporation (bouwer en beheerder van het tolwegennet) had een einde moeten maken aan de tomeloos groeiende schuldenlast van 40 biljoen yen (ruim 300 miljard euro) van dit bedrijf. Oorzaak van deze hoge schulden is dat niet economische noodzaak, maar politieke touwtrekkerij bepalend is in de besluitvorming rond wegenbouw. Een privé-bedrijf zou daaraan moeten kunnen ontsnappen, zo was de gedachtegang. Het compromisvoorstel van Koizumi betekent echter dat ook in de toekomst de politiek een geprivatiseerde Japan Highway Corporation (JH) de wet kan blijven voorschrijven.

,,We zijn bedrogen'', stelde vice-voorzitter Kazuaki Tanaka van de commissie die Koizumi in deze zaak van advies diende. Tanaka diende gisteravond op staande voet zijn ontslag in. ,,Een miserabele mislukking'', oordeelt de zakenkrant Nihon Keizai Shinbun in het hoofdartikel vandaag over het uiteindelijke plan. Het tolwegennet was een van de twee grote privatiseringsprojecten op Koizumi's agenda. De tweede is privatisering van de rijkspostspaarbank.

De wegenbouw is in Japan traditioneel broeinest van corruptie. Politici lobbyen voor snelwegen in hun kiesdistrict in ruil voor financiële en politieke steun van bouwbedrijven. De politiek gedreven bouwplannen worden echter uitgevoerd door het nutsbedrijf JH, dat onder eigen naam geld leent. JH steekt nu zo diep in de schulden (overeenkomend met 8 procent van het bruto binnenlands product) dat afbetaling van de schulden welhaast onmogelijk is met de huidige inkomsten uit tolgelden. De obligaties die JH uitgeeft, krijgen slechts positieve beoordelingen in de markt omdat men er van uitgaat dat de overheid uiteindelijk garant staat.

Koizumi's adviescommissie legde de nadruk op afbetalen van de schuldenlast en het voorkomen van meer schulden door beëindiging van het politieke getouwtrek over de bouw van nieuwe wegen. Het werk van de commissie riep fel verzet op binnen JH zelf en binnen Koizumi's eigen partij, de Liberaal Democratische Partij die al decennia profiteert van de lucratieve wegenbouw. Uiteindelijk besloot Koizumi gisteren een compromis met zijn eigen partij te sluiten dat het politieke primaat handhaaft en geen obstakel vormt voor de omstreden bouw van ruim 9.000 kilometer aan geplande snelwegen. De kosten: 16 biljoen yen, ofwel ruim 120 miljard euro.

Deze politieke koehandel heeft tot grote woede geleid in Koizumi's commissie. Niet alleen vice-voorzitter Tanaka, hoogleraar aan een privé-universiteit in Tokio, is afgetreden, ook Masatake Matsuda, topman van privé-spoorweg JR East. Matsuda zei gisteren over het regeringsbesluit: ,,Het is alsof je een creditcard aan een kind geeft en zegt: koop maar wat je wil''. In de toekomst, stelde Tanaka, ,,zal de bevolking deze schuldenlast moeten dragen''.

Koizumi is al geruime tijd bezig met een balanceeract tussen de gevestigde belangen van zijn partijgenoten en de roep om hervorming die voortkomt uit algehele onvrede over de slechte economische situatie van het afgelopen decennium. In zijn verkiezingsbeloften stelde hij ,,de visie van de adviescommissie in principe te zullen respecteren''. Destijds stelden critici al dat deze formulering vaag was. Nu stelt vice-voorzitter Tanaka dat hij door Koizumi is bedrogen. Maar de vraag is wie zich dat bij de volgende verkiezingen nog zal herinneren.

    • Hans van der Lugt