Pakistan onderzoekt export nucleaire kennis

In Pakistan is onderzoek aan de gang naar de rol van Pakistaanse kerngeleerden bij de overdracht van nucleaire deskundigheid aan Iran. Islamabad lijkt zich zorgen te maken.

Pakistaanse autoriteiten onderzoeken de rol die Pakistaanse kerngeleerden hebben gespeeld bij de overdracht van gevoelige nucleaire kennis aan Iran. Van een aantal toponderzoekers is voor de duur van dit onderzoek de bewegingsvrijheid beperkt. Agenten van Amerikaanse en Britse inlichtingen- en recherchediensten zijn soms bij de ondervragingen aanwezig.

Dat is gisteren bevestigd door een woordvoerder van het Pakistaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Vanochtend is daaraan toegevoegd dat sommige wetenschappers misschien hebben gehandeld uit een zucht naar zelfverrijking. Tot de personen die worden ondervraagd behoort ook dr. ir. Abdul Qadeer Khan, algemeen beschouwd als `de vader van de Pakistaanse atoombom'. Een woordvoerder van het Witte Huis verklaarde gisteren dat de Pakistaanse president Musharraf heeft laten weten dat er op dit moment geen Pakistaanse nucleaire kennis naar andere landen vloeit.

Overigens heeft Pakistan, dat niet bij het verdrag tegen verspreiding van kernwapens (NPV) is aangesloten, alle vrijheid om nucleaire kennis en technologie door te geven. De stap van de Pakistaanse autoriteiten lijkt daarom gezet onder Amerikaanse druk of bezorgdheid. Die kan weer een reactie zijn op een Iraanse verklaring dat veel Pakistaanse kennis en apparatuur is gebruikt voor het Iraanse atoomprogramma. Dat is gesuggereerd door een enkele technicus die aanwezig was bij de recente inspecties van het Atoomenergie-agentschap, het IAEA. Vast staat dat in het Iraanse Natanz ultracentrifuges zijn aangetroffen die sterk lijken op een oud Urenco-model. De Pakistaanse ultracentrifuges zijn ook van dit type afgeleid.

Het valt niet uit te sluiten dat ook de recente nucleaire `openheid' van Libië een rol heeft gespeeld. Ook in Libië zouden ultracentrifuges zijn aangetroffen die lijken op de oude Urenco-modellen. Bovendien zijn ook in Irak dit soort centrifuges gevonden. Maar in dit laatste geval staat wel vast dat de kennis buiten Pakistan om werd betrokken van twee Duitse technici. Beiden waren direct of indirect in dienst van Urenco.

Urenco is een Brits-Nederlands-Duitse samenwerking voor de ontwikkeling van ultracentrifuges en verrijking van uranium. De Nederlandse vestiging van Urenco, waar uranium wordt verrijkt, staat in Almelo. Abdul Qadeer Khan, die tussen 1963 en 1967 metaalkunde studeerde aan de Technische Hogeschool Delft, wist als werknemer van een onderaannemer van Urenco tussen 1974 en 1975 de hand te leggen op veel bouwtekeningen en technische bijzonderheden van de toenmalige Urenco-centrifuges. In het bijzonder van de zogenoemde G1- en G2-machines die zouden zijn ontworpen door de Oostenrijkse technicus Gernot Zippe. Khans spionage werd ontdekt, maar hij wist op tijd uit te wijken naar Pakistan.

Daar richtte hij al in 1976 in Kahuta een laboratorium op dat zou uitgroeien tot de vermaarde Khan Research Laboratories (KRL). Dat zou van lieverlee in een felle competitie raken met de al bestaande Pakistan Atomic Energy Commission PAEC. In mei 1998 bracht Pakistan, uitgedaagd door een tweede kernproef van rivaal India, ondergronds een kernbom tot explosie.

De geruchten dat Pakistan zijn nucleaire know-how exporteert zijn al oud. Vooral Noord-Korea zou veel kennis hebben ontvangen in ruil voor raketonderdelen en rakettechnologie. Ook is beweerd dat Khan, een vrome moslim, vond dat islamitische staten elkaar moesten steunen in de ontwikkelingvan een `islamitische bom', als tegenwicht tegen `de christelijke, de communistische, de joodse en de hindoe-bom'. Het vakblad `The bulletin of atomic scientists' suggereerde in het maart/aprilnummer van 2003 dat individuele Pakistaanse atoomgeleerden zelfs bereid zouden zijn het terreurnetwerk Al-Qaeda aan nucleaire kennis te helpen. De Pakistaanse overheid lijkt nu te willen duidelijk maken dat de export van nucleaire kennis nooit overheidsbeleid is geweest.

Halverwege 2001 werd duidelijk dat Abdul Qadeer Khan dat voorjaar zonder plichtplegingen uit zijn functie was gezet, tegelijk met Ishfaq Ahmad, de leider van de PAEC. Een goede verklaring daarvoor is nooit gegeven.

    • Karel Knip