Oliefirma's VS willen weer werken in Libië

De Amerikaanse oliemaatschappijen ConocoPhillips en Occidental hebben laten weten te willen terugkeren naar Libië. De maatschappijen maken deel uit van de vijf bedrijven die in Libië actief waren toen de Verenigde Staten in 1986 sancties afkondigden tegen het Noord-Afrikaanse land wegens vermeende betrokkenheid bij internationaal terrorisme.

Eerder liet Libië al weten Amerikaanse oliemaatschappijen graag te zien terugkeren als de verbetering van de betrekkingen met de Verenigde Staten leidt tot opheffing van de sancties tegen het land. De Libische minister van Buitenlandse Zaken, Mohamed Abderrhmane Chalgam, onderstreepte dit vandaag in een gesprek met journalisten in de Algerijnse hoofdstad Algiers.

In 1986 waren het Amerikaanse Marathon Oil, Amerada Hess, ConocoPhillips, Occidental Petroleum en Grace Petroleum actief in Libië. De Amerikaanse maatschappijen produceerden daar ooit een miljoen vaten (van 159 liter) olie per dag. Volgens minister Chalgam bedraagt de Libische productie nu 1,5 miljoen vaten per dag, ongeveer 2 procent van het wereldtotaal. Dat moet omhoog naar drie miljoen vaten in 2020, aldus de bewindsman. Amerikaanse investeringen kunnen daarbij helpen.

In Libië werken wel Europese oliemaatschappijen, waaronder het Spaanse Repsol, Total uit Frankrijk, Het Duitse RWE, het Italiaanse ENI en ÖMV uit Oostenrijk. Koninklijke/Shell Groep doet sinds 1992 niets meer in Libië. Het concern was daar vanaf de jaren vijftig actief in de opsporing en winning van olie. De productie stopte in 1974. Nationaliseringen onder de in 1969 aan het bewind gekomen leider Gaddafi speelden daarbij een rol. Shell deed in de jaren tachtig nog wel aan exploratie, maar dat leverde niets op.