Nederland wordt niet volgebouwd

Er mag gebouwd worden in het Groene Hart, zo bleek uit een conceptnota. Is dit het begin van het volbouwen van Nederland, of het einde van veel rommelige landschappen?

Het kan raar lopen. Zeven jaar geleden nog werd een discussie over het tracé van de hogesnelheidslijn-zuid beslecht door het besluit om de trein onder het waardevolle Groene Hart door te laten rijden. Er kwam een tunnel die dezer dagen wordt voltooid. Nu verschijnt een rijksnota in concept waarin het westelijke deel van het Groene Hart, pal naast de tunnel, wordt aanbevolen voor grootschalige verstedelijking. Het gebied tussen Leiden, Alphen en Gouda zal worden ontwikkeld om de Randstad als geheel economisch concurrerend te houden en aantrekkelijk voor bewoners. Als het gaat om waardevolle natuur en mogelijkheden voor recreatie, zo heet het, dan komt daarvoor vooral het oostelijke deel van het Groene Hart in aanmerking.

De uitgelekte Nota Ruimte is een eerste ambtelijk concept, maar deze eerste versie lijkt wel geheel in overeenstemming met de geest van de tijd. Die schrijft voor dat Nederland zich niet meer moet verliezen in abstracte discussies over de strijd tussen economie en milieu, maar dat het praktischer is om te onderzoeken – liefst op lokaal niveau – waar behoefte bestaat aan woningen, bedrijventerreinen, natuur en stadsparken.

Er moeten keuzes gemaakt worden, zei directeur Wim Derksen ruim een jaar geleden al bij de oprichting van zijn Ruimtelijk Planbureau. Het heeft weinig zin om van rijkswege rode contouren te trekken om steden waarbuiten ze niet meer mogen bouwen. Zulke algemene oekazes helpen weinig tegen de zogenoemde verrommeling van het landschap. De autosloperijen komen toch wel op het platteland. Alleen gebiedsgericht beleid werkt. Maatwerk leveren is het parool. En dat kunnen de provincies en gemeenten veel beter dan het rijk, zo is de gedachte.

Uitgangspunt van het beleid van minister Sibylla Dekker (VROM) is dat planologie een bijdrage moet leveren aan de economische concurrentiepositie van Nederland. Het rijk neemt het voortouw om de enigszins kwakkelende Randstad uit het slop te trekken. Een lange maar veelzeggende zin uit de nota: ,,Het rijk kiest er in het nationaal ruimtelijk beleid voor de internationale concurrentiepositie van de Randstad te versterken, de kracht en dynamiek van de steden te vergroten, de bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische kwaliteiten van het Groene Hart te behouden en te ontwikkelen én ruimte te scheppen om de grote ruimtevraag voor onder meer wonen en werken zodanig te accommoderen dat dit aan deze doelen optimaal bijdraagt.'' Almere groeit in deze nota nog verder uit tot een grote stad.

Er moeten in de komende zes jaar ongeveer 420.000 huizen worden gebouwd. Planologen moeten met die behoefte aan woningen rekening houden. Minister Dekker wil niet dat het rijk locaties voor Vinex-wijken aanwijst. Ze wil dit liever aan provincies en gemeenten overlaten. Dit tot tevredenheid van gemeenten die eindelijk kunnen uitbreiden, en tot verdriet van milieuclubs die vrezen dat provincies en gemeenten ieder voor zich kiezen voor een eigen industrieterrein en meer inwoners, om toch vooral als grote stad door het leven te gaan, met versnippering van het landschap als gevolg.

Ook het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM is niet erg enthousiast over de nota. ,,Afschaffing van het restrictieve rijksbeleid zal leiden tot een grotere aantasting van natuur en landschap door verstedelijking'', aldus een eerste analyse. ,,Vermindering van bouwregels en verkleining van bouwlocaties zullen wel leiden tot minder duurzaam bouwen en meer aantasting van het landschap door meer verspreide bouwlocaties.''

De indruk zou kunnen bestaan dat met het toestaan van ,,grootschalige woningbouw'' in een deel van het Groene Hart de weg naar het volbouwen van Nederland is ingeslagen. Daar is echter geen sprake van, zo laat minister Dekker weten. Gemeenten mogen wel zelf gaan bouwen, maar de grootschalige verstedelijking wordt geconcentreerd in zes nationale stedelijke netwerken. Dáár komen de belangrijke transportwegen, dáár komen de compacte woningen. Daarbuiten is dan weer ruimte voor het behoud door het rijk van een aantal nationale landschappen, waardevolle gebieden waar bebouwing is toegestaan mits het kenmerkende karakter van de streek behouden blijft, alsmede waardevolle natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur, plus twaalf zogenoemde robuuste ecologische verbindingen, bijvoorbeeld tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug. Het zijn gebieden die bovendien niet zelden een Europese bescherming genieten.

Zo wordt de verrommeling een halt toegeroepen, stelt minister Dekker, en wint de kwaliteit, een terugkerend woord in de conceptnota. De eindversie van de Nota Ruimte wordt maart volgend jaar verwacht.

    • Arjen Schreuder