Leermeester

Karel van het Reve kon bij wijze van spreken uitleggen dat het maar een vooroordeel was dat de guillotine slecht voor je nek zou zijn, omdat er ook veel mensen gestorven waren tijdens het lezen van een boek van Theun de Vries, zonder dat er van een causaal verband sprake hoefde te zijn.

Hij schreef veel ware dingen, maar ook wel eens iets dat niet waar was, soms uit pure baldadigheid, zoals toen hij een Grieks citaat van Epictetus onvertaald liet en eronder schreef: ,,De allerbeste schrijvers maken soms zinnen die zo goed zijn dat ook mensen die de taal van zo'n schrijver niet of nauwelijks kennen die zinnen begrijpen kunnen.''

Ja, ja, Epictetus schreef zo goed dat je niet eens de Griekse letters hoeft te kennen om hem te begrijpen.

Zo plaagde hij af en toe zijn lezers en de samenstellers van de onlangs verschenen bundel met fragmenten die hij voor het Hollands Maandblad schreef deden daar nog een schepje bovenop door dat boek de titel Ik heb nooit iets gelezen te geven. Het moet wel de meest kokette boektitel zijn die ooit bedacht is voor een schrijver die vond dat je een Grieks citaat wel onvertaald kon laten.

De meeste van die fragmenten had ik vroeger al gelezen. Nu lees ik ze nog eens, vaak ben ik het eens met zijn meningen en dan vraag ik me af of dat komt doordat ik die indertijd van hem heb overgenomen en ondertussen vergeten ben waar ik ze vandaan heb gehaald.

Een van de dingen die ik waarschijnlijk van hem heb is mijn oog voor de menselijke neiging goed met kwaad te vergelden, die hij beschrijft als een algemeen bekend verschijnsel, getuige het gevleugelde woord `waarom doet hij zo lelijk tegen me, heb ik hem ooit een weldaad bewezen?'

Is dat echt zo'n gevleugeld woord? Ik kan me niet herinneren het ooit ergens anders gezien te hebben en ook is het niet zo dat ik voortdurend meemaak dat goed met kwaad wordt beantwoord en kwaad met goed.

Maar als hij dan uitlegt hoe die neiging bij hemzelf in gematigde vorm optreedt, herken ik dat goed. Hij schrijft geen slechte recensie over iemand van wie hij zelf een slechte recensie heeft gehad en hij begint alleen polemieken tegen mensen die hem nooit iets in de weg hebben gelegd.

En omgekeerd, als iemand hem een weldaad bewijst of een kleine attentie, dan schroomt hij om iets vriendelijks terug te doen. Die weldoener heeft zich met zijn weldaad een zekere macht over hem verworven en dat voordeeltje moet je hem gunnen.

Over die dingen denk ik precies hetzelfde, maar waarom eigenlijk? Het is geen prettige eigenschap om zo te denken, niet voor jezelf en ook niet voor die weldoeners, die veel liever zouden hebben dat we eens iets aardigs terugdeden dan dat ze door onze fijngevoelige schroom in het bezit blijven van hun machtsvoordeeltje, dat misschien maar een hersenschim is.

Karel van het Reve heeft het in 1965 opgeschreven, toen las ik het en nu herken ik het niet alleen als mijn eigen gedachte, maar ook als een manier van handelen waar ik eigenlijk beter van af zou kunnen raken.

Ook wat hij zegt over zijn onvermogen tot de vriendelijke alledaagse leugen die voor de omgang met de medemens onontbeerlijk is. Bijvoorbeeld een complimentje maken voor iets dat het strikt genomen niet verdient. ,,Bij mij moet het altijd zo echt gemeend zijn'', verzucht hij.

Ik heb over veel dingen dezelfde gedachten als Karel van het Reve, maar ik weet niet of ik ze ook zou hebben als hij nooit bestaan had. Ooit schreef ik over een misosoepgezicht en nu denk ik dat het kwam doordat hij in 1965 over een gesnedenkoekgezicht schreef, maar misschien is dat overdreven.

    • Hans Ree