`In kersttijd asielzoekers niet uitgezet'

De gemeenten zullen in kersttijd uitgeprocedeerde asielzoekers niet op straat zetten. Dat verwacht het CDA.De partij vindt het daarom niet nodig om vandaag minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) naar de Tweede Kamer te roepen.

Sommige partijen zoals de SP willen een spoeddebat in verband met de weigering van het kabinet om een vorige week aanvaarde Kamermotie over het niet op straat zetten van uitgeprocedeerde asielzoekers in de kersttijd uit te voeren.

Het CDA gaat er van uit dat de mede door het CDA ingediende motie Van Fessem-Lambrechts `de facto' wel zal worden uitgevoerd, aldus een fractiewoordvoerder, in die zin dat gemeenten in de kersttijd geen mensen op straat zullen zetten. Het CDA steunt derhalve niet het streven van De Wit (SP), die vandaag in een ingelaste procedurevergadering van de Kamercommissie voor Justitie wil bereiken dat vandaag nog een Algemeen Overleg met Verdonk plaatsvindt. VVD en LPF stemden tegen de motie.

Het CDA heeft aan een nieuw debat met Verdonk ,,geen behoefte'' aldus de woordvoerder. ,,Wij gaan er vanuit dat gemeentes geen mensen op straat zullen zetten zonder het sluitstuk: een actief uitzettingsbeleid, dat de minister voor volgende maand heeft beloofd''.

Volgens De Wit worden gemeenten echter met een ,,groot probleem'' opgezadeld omdat de minister inmiddels wel doorgaat met het uitvaardigen van beschikkingen ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers. Gemeenten, kerken en andere organisaties hebben de afgelopen dagen bezwaar aangetekend tegen de wettelijke dwang, uitgeprocedeerde asielzoekers in deze tijd op straat te zetten. Bovendien rechtvaardigt het niet-uitvoeren van de door de Kamer met ruime meerderheid aanvaarde motie alleen al een Kamerdebat, meent De Wit. De Kamer is in principe tot eind volgende maand met reces.

In haar brief aan de Kamer kondigt Verdonk aan volgende maand met nadere voorstellen over een actief uitzettingsbeleid te komen. In de motie Van Fessem-Lambrechts werd het kabinet verzocht de gemeenten ,,ruimte te laten'' voor het organiseren van opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers, zolang het kabinet het uitzettingsbeleid nog niet nader heeft geformuleerd.

De minister wijst er in haar brief op, dat uitgeprocedeerde asielzoekers, die zich illegaal op Nederlands grondgebied ophouden, in eerste instantie zelf gehouden zijn het land te verlaten. Zij meent dat ,,het in een rechtsstaat niet zo kan zijn, dat de gemeenten zich zouden kunnen onttrekken aan wet- en regelgeving die in overleg met het parlement op democratische wijze tot stand is gebracht''.