Godett en Nederland

Minister De Graaf (Koninkrijkszaken) heeft, zoals het hoort, officieel geen commentaar op de veroordeling van de Antilliaanse politicus Anthony Godett. Deze nazaat van de populaire voorman Papa Godett uit de jaren zestig werd gisteren wegens malversaties veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Hij heeft direct beroep aangetekend tegen het vonnis. Hij had zich wegens de strafzaak toch al beperkt tot de rol van man achter de schermen van de regering van zijn zuster Mirna. Maar zelfs in de Antilliaanse verhoudingen kan de uitspraak van de rechter niet zonder gevolgen blijven. De toestand is toch al zorgelijk. De Antillen (en met name Curaçao) zijn bestuurlijk door de bodem gezakt, concludeerde een rapport dat deze herfst op initiatief van het openbaar ministerie in Haarlem werd opgesteld. Haarlem is het arrondissement van Schiphol met zijn dagelijkse cocaïnevluchten uit de West. Toch is het onverstandig zich blind te staren op de Antilliaanse drugsconnectie. Deze is, zoals het rapport terecht waarschuwt, slechts een symptoom van verziekte politieke structuren: politieke partijen als verlengstuk van de leider en cliëntelisme. En corruptie, zoals nu de rechter in eerste aanleg nog eens heeft onderstreept.

Minister De Graaf moet buiten de rechtsgang blijven, maar de veroordeling van Godett – wat ook de einduitspraak is – zet de koninkrijksverhoudingen wel verder op scherp. De Nederlandse bewindsman kwam begin november al mismoedig terug van een werkbezoek. De keuze waarvoor hij staat is wel omschreven als die tussen inzet van de mariniers of het aanhalen van de financiële teugels. Een verzoek van de (vorige) Antilliaanse regering om militaire bijstand werd afgewezen. De geldbuidel dan? Paternalisme, ontwikkelingsgelden en zelfs de inzet van het Internationale Monetaire Fonds hebben bitter weinig opgeleverd.

Er is echter nog een derde element in het spel: de bestuurlijke verhoudingen. De Graaf wil de Antilliaanse regering – en daarmee premier Mirna Godett – zoveel mogelijk passeren en direct zaken doen met de afzonderlijke eilanden. Zonodig moet Nederland dan ook een aantal kerntaken dichter naar zich toe trekken. Het Statuut van het Koninkrijk zal daarbij ongetwijfeld voor de nodige discussie zorgen, maar als het een levend instrument is (het komende jaar wordt het vijftig) kan het zich ook aanpassen. De Graaf had in november een sterk argument voor de door hem nagestreefde herverdeling van bevoegdheden binnen het Koninkrijk: ,,de trage besluitvorming over de armoede''. De Antilliaanse regering legt veel nadruk op de armoedebestrijding. Dat is haar geraden ook. De Graaf moest echter constateren dat deze regering geen prioriteit hecht aan de bijbehorende afspraken. Het gaat hier wel om een regering met de naam Godett die het laat afweten. Het proces in Willemstad helpt hopelijk enige ogen te openen.