Efficiënte kappers

Maarten Schinkel beschouwt (Lux, 11 december), de lage BTW op kappersdiensten een `onnozele zaak', waaraan minister Zalm `duur politiek wisselgeld' zou hebben verspeeld. Om zijn stelling te onderbouwen komt hij op de proppen met de Wet van Baumol. Leuk bedacht, maar verre van de werkelijkheid.

Schinkel beweert dat kappersdiensten arbeidsintensief zijn en dat er daarom nauwelijks efficiencywinsten kunnen worden behaald. Net zoals een orkest een symfonie niet efficiënter kan spelen, kan een kapper niet sneller een coupe knippen.

De vergelijking tussen knippen en een symfonie spelen is misschien vleiend, maar als argument volstrekt onbruikbaar. In een kapsalon zijn namelijk wel degelijk efficiencywinsten te behalen. Nieuwe technieken maken het mogelijk sneller over een coupe te doen.

De grootste efficiencyslag kan echter worden behaald met afspraken- en personeelsplanning. Dankzij automatisering en goed management kan de arbeidsproductiviteit in een salon soms met tientallen procenten worden verbeterd. En dat gebeurt ook. Baumol heeft in de kappersbranche derhalve weinig te zoeken.

Schinkel denkt daar anders over en ziet zijn visie bewezen door de prijs van `een keer naar de kapper' te vergelijken met de prijs van een kleurentelevisie. Beseft hij dan niet dat, vergeleken met de prijs van een kleurentelevisie, álles vreselijk duur is geworden? En dat dat misschien komt door de uitzonderlijke prijsontwikkeling van kleurentelevisies? Volgens het CBS zijn deze sinds 1995 namelijk 38 procent goedkoper geworden. Vast heel normaal.

De Nederlandse kappersbranche is in ieder geval blij dat minister Zalm de BTW-verlaging niet als `wisselgeld' heeft gezien, maar heeft geluisterd naar feiten, alsmede zijn verstand en zijn sociale gevoel. Zo hoeven 5.800 van de ca. 40.000 kappers en kapsters in ons land voorlopig niet voor hun baan te vrezen.

    • Mr.Dr. T. van der Rijken
    • Kon. Alg. Nederlandse Kappersorganisatie