Druipend of helder ten einde

Niet overal is het tijdens het kerstdiner een vrolijke boel. In veel restaurants en huiskamers worden tijdens de maaltijd de kaarsen naar beneden gekeken. Wie dat regelmatig doet, zal het zijn opgevallen dat de ene kaars langzaam en helder opbrandt, terwijl andere kaarsen roetend, druipend en wakkelend als sneeuw voor de zon verdwijnen. Waar ligt dat aan? Zijn er goede en slechte kaarsen?

Kaarsen worden gemaakt van stearine, paraffine en bijenwas. Voor de industriële revolutie werden voornamelijk kaarsen gemaakt van talg, dierlijk vet gewonnen uit beenderen en huiden. Deze talgkaarsen gaven een onaangename geur en roetten sterk. Dat kwam omdat vet uit twee componenten bestaat die chemisch nogal verschillen: glycerol en vetzuren. Kerken weerden deze `dierlijke' kaarsen; kerkkaarsen moesten uit bijenwas bestaan of in ieder geval voor een groot deel.

In 1823 wist de Fransman Chrevreul de vaste vetzuren te scheiden van de vloeibare glycerol. De vetzuren, die hij stearine noemde, bestaan uit stearinezuur (octadecaanzuur) en palmitinezuur (hexadecaanzuur). Stearine is vrij hard, en het is ondoorzichtig. Het heeft de neiging om te vergelen. Een kaars gemaakt van stearine brandt reukloos en veel mooier dan een talgkaars. Deze is dan ook verdwenen. Kerken maken niet langer bezwaar tegen de dierlijke herkomst van stearine. Inmiddels wordt stearine ook gewonnen uit plantaardige vetten, zodat veganisten het druk hebben met het onderscheid tussen toegelaten kaarsen en brandend slachtafval.

Met de opkomst van de aardolieindustrie kwam ook paraffine beschikbaar. Paraffine betekent in het Engels petroleum, maar in het Nederlands is het een mengsel van minerale wassen, dat wil zeggen verzadigde koolwaterstoffen met ketens in lengte variërend van 24 tot 40 koolstofatomen. Hoe langer de keten, hoe harder de was. Paraffine is min of meer doorzichtig, vrij zacht en goedkoop.

Een kaars gemaakt van zuivere stearine zal niet gauw kromtrekken, maar hij breekt wel gemakkelijk. Ook kun je hem niet achterlaten in een weekendhuisje, want hij wordt door de muizen aangevreten. Paraffine kaarsen daarentegen trekken wel krom en muizen moeten er niets van hebben. Bij gelijk gewicht geeft een paraffine kaars iets meer verbrandingswarmte, omdat paraffine de zware vetzuurstaart mist die in stearine zit.

Veel kaarsen worden tegenwoordig gemaakt van een mengsel van paraffine en stearine. Ze zijn minder breekbaar, lossen makkelijk uit de vorm, trekken niet gauw krom, en zijn halfdoorzichtig. Over de peperdure kaarsen van bijenwas valt niet veel te zeggen. Veel bijenwas wordt geïmporteerd en de samenstelling van de was wordt deels bepaald door de planten waarop de bijen voedsel wonnen. Soms wordt de was gehard met waterstof, soms wordt hij gebleekt. De geharde kaarsen branden goed, de andere druipen nogal eens.

Druipen is niet alleen een kwestie van smeltpunt van het kaarsvet, het hangt ook van de pit af. Pitten worden gemaakt van geweven katoendraad, die zo gemaakt is dat hij kromtrekt en in de vlam verbrandt. De gele buitenvlam is namelijk heter (1.400 graden Celsius) dan de blauwe binnenvlam (1.000 graden). Een goede pit is precies afgestemd op de dikte van de kaars en de samenstelling van het kaarsvet.

Veel pitten zijn geïmpregneerd met brandvertagende middelen, zoals boraxzouten en fosfaten, om voldoende opzuigend vermogen te hebben zonder weg te branden. Een te lange pit gaat echter walmen.

Wie zekerheid wil hebben over de kwaliteit van zijn kaars, moet kaarsen kopen met het keurmerk van het Keurmerkinstituut. Kaarsen gemaakt van 100 procent stearine zijn ook zeker goed. Dat wil echter niet zeggen dat paraffine kaarsen slecht zijn. Als de paraffine uit lange ketens bestaat, zijn ze zeker zo goed. Hoe kom je daar achter?

Daar heb je een hele kerstmaaltijd de tijd voor.

    • Rob Biersma