De Arabische muur moet worden geslecht

De inertie en het nihilisme die Arabische landen in hun greep houden, moeten worden doorbroken, vindt Shafeeq Ghabra.

De overgang in Irak zou het begin kunnen zijn van de val van de `Arabische Muur' – de onzichtbare barrière van autoritaire starheid die de Arabische wereld even hecht afsluit als eens de Berlijnse Muur Europa in tweeën deelde.

Gezien de diepe crisis in het Midden-Oosten kan de huidige Arabische status-quo niet lang meer standhouden. Wat zal ervoor in de plaats komen? Er zijn drie sombere mogelijkheden: een anarchie van het soort waarin Osama bin Laden in Afghanistan kon gedijen, burgeroorlogen zoals ze Algerije en Sudan verwoesten of een nieuwe autoritaire stijl à la Saddam. Om een van deze scenario's te verwezenlijken, hoeft de wereld alleen maar werkeloos toe te zien terwijl de huidige status-quo tot chaos vervalt.

Er is ook een positief alternatief: een pad van hervorming dat overal in de Arabische wereld leidt tot de vestiging van een rechtsstaat, individuele rechten, een steviger burgerlijke maatschappij, en democratisering.

Dat is zeker niet onmogelijk. De Arabische wereld is de afgelopen tien, twintig jaar betrekkelijk stabiel geweest. De moorden, staatsgrepen en sociale ongeregeldheden die het gebied van 1945 tot 1990 overheersten, zijn nagenoeg verdwenen, met als twee grote uitzonderingen de Iraakse inval in Koeweit en het Palestijns-Israëlische conflict.

Maar die betrekkelijke stabiliteit heeft geen verbeteringen opgeleverd en alleen maar geleid tot gevallen regeringen, negatieve groei, de opkomst van de radicale islam en steeds meer onderdrukking. Een dergelijke inertie kweekt radeloosheid en een nihilistische hang naar geweld. Zoals een jonge Arabier tegen mij zei toen hij zijn vaderland beschreef: ,,Het land investeert nooit in de jeugd, wij hebben geen plaats, wij zijn niet gewenst. Ik zou alles zo in de brand kunnen steken en zonder hartzeer kunnen achterlaten.''

Hoe kan het Midden-Oosten deze neerwaartse spiraal van wanhoop en woede een halt toeroepen? De moslims hebben al met de meeste politieke stromingen van de moderne tijd geëxperimenteerd: het socialisme (Algerije, Egypte, Irak, Libië, Syrië en Jemen), het communisme (Zuid-Jemen), het staatskapitalisme vermengd met de monarchie (de Golfstaten, Jordanië en Marokko). Ze hebben zelfs geëxperimenteerd met inheemse ideologieën het nasserisme, het ba'athisme en het khomeinisme. Zo ongeveer de enige ideologie die ze nog niet hebben uitgeprobeerd is de liberaal-kapitalistische democratie.

De Koeweiti's en de andere koninkrijken in het gebied Bahrein, Qatar, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten – zijn misschien de beste kandidaten voor een liberale aanpak, gezien de verdraagzame aard van hun huidige koningen en emirs. De oproep tot het aftreden van Saddam Hussein door Sheik Zayed bin Sultan Al Nahayan van de Verenigde Arabische Emiraten, voorafgaand aan de Amerikaanse inval, wijst erop dat ten minste een aantal Arabische leiders bereid is om vergaande veranderingen toe te staan.

In Saudi-Arabië daarentegen is een haalbare hervorming veel twijfelachtiger. Het koninklijk huis al-Saoed onthield de Verenigde Staten uit binnenlandse overwegingen zijn steun in Irak. De godsdienstwetten en het religieuze karakter van het land – wezenlijk voor de legitimiteit van het bewind – zijn fnuikend voor de liberale krachten. Veel Saoedi's zijn bang dat de druk rond godsdienstige en politieke hervorming tot een uitbarsting zal leiden. Maar de ernstige reactie van de Saoedische gevestigde orde na de aanslag afgelopen mei op een burgerdoel in Riad biedt in elk geval een sprankje hoop dat de al-Saoeds wellicht in hervorming hun enige hoop op overleving zien.

In Jordanië zal een hervorming een nieuw evenwicht in de sociale structuur vergen, waarbij de Palestijnse Jordaniërs meer vrijheid krijgen om een zinvolle politieke bijdrage te leveren. Maar eerst zullen zij bewust moeten besluiten Jordanië als hun thuis te aanvaarden.

De seculiere landen in het Midden-Oosten staan voor andere problemen. De eens zo prominente leidersrol van Egypte in de Arabische wereld is uitgehold naarmate de invloed verschoof naar Qatar, de VAE, Syrië zelfs en nu mogelijk naar een democratisch Irak. Egypte kan de leiding alleen terugwinnen als het de Arabische wereld voorgaat in de zoektocht naar een culturele renaissance, liberalisme, democratie, onderwijshervorming en economische ontwikkeling.

De geschiedenis van Egypte zou deze rol kunnen ondersteunen. De monarchie werd in 1952 zonder geweld omvergeworpen en Egypte toont zich al 250 jaar in staat zowel radicale als reformistische politieke stromingen voort te brengen. Het lot van de hervorming in Egypte zal dan ook in bepaalde opzichten de ondergang of de vernieuwing van de Arabische wereld betekenen.

De toestand in Syrië is vergelijkbaar, maar wel anders. Syrië profiteerde rechtstreeks van de handel met Irak en de vergoeding voor het olietransport, terwijl de val van Saddam de schijnwerper op onderwerpen richtte die het bewind liever in het donker houdt: de Syrische rol in Libanon, de steun aan Hezbollah en een aantal Palestijnse organisaties, het eenpartijstelsel en de schendingen van de mensenrechten.

Syrië moet niets hebben van de hervormingsagenda van Washington en wil de binnenlandse status-quo bewaren. Dus hoopt het bewind dat Irak zo'n moeras wordt, dat de VS zich genoodzaakt voelen Syrië hulp te vragen. Maar als Bashir Assad wil vermijden dat Syrië dieper wegzakt in armoede en onbeduidendheid, moet hij een politieke, culturele en economische liberalisering doorvoeren. Assad is in de positie om gedurfde stappen te zetten, maar hij wordt geremd door het establishment dat hij heeft geërfd (en waarvan hij zelf een product is).

Voor de monarchieën in het Midden-Oosten en voor seculiere regimes als dat van Assad hoeft hervorming niet per se tot zelfvernietiging te leiden. Zoals Mexico en postcommunistisch Europa hebben aangetoond, kunnen behendige elites als ze hun politiek systeem veranderen een nieuw begin maken.

Iran heeft deze luxe niet. De Iraniërs hunkeren naar hervorming, getuige de twee enorme verkiezingsoverwinningen van president Khatami. Maar het stugge verzet van de mollahs tegen zelfs bescheiden veranderingen doet vermoeden dat zij inzien dat serieuze hervormingen hun bewind op het spel zullen zetten. Toch is de kans op hervorming nooit zo groot geweest, omdat ze wordt geëist door de omvangrijke en jonge bevolking van Iran. Geen Arabisch land heeft nog zo'n krachtige maatschappelijke en culturele beweging voortgebracht die veranderingen wenst.

Interne hervorming van het Midden-Oosten is het halve werk. De andere helft is om vrede te bewerken tussen Palestijnen en Israëliërs. Hervorming heeft geen kans van slagen te midden van een conflict dat extremisme en haat voedt. Alle muren die het gebied scheiden van integratie in de hedendaagse wereldgemeenschap moeten worden neergehaald.

Shafeeq Ghabra is hoogleraar politicologie aan de Amerikaanse universiteit in Koeweit.

©Project Syndicate

    • Shafeeq Ghabra