Behoudende gereformeerden doen mee aan PKN

Het behoudende Confessioneel Gereformeerd Beraad (CGB) gaat voorlopig mee in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), de fusiekerk van hervormden, gereformeerden en lutheranen. De vereniging wil in de komende tien jaar een definitief oordeel vellen over het beleid en de praktische uitwerking van de kerkorde van het nieuwe kerkgenootschap.

Op basis daarvan zal het CGB plaatselijke gereformeerde kerken uit zijn achterban adviseren deel van de PKN te blijven uitmaken of deze alsnog te verlaten, zo staat in een gisteren gepubliceerde verklaring. Het hoofdbestuur van het CGB raadt de kerken af om hun kerkverband nu te verlaten, maar benadrukt wel begrip te kunnen opbrengen voor gemeenten die toch kiezen voor een nieuw of ander kerkverband.

Gereformeerde kerken kunnen tot 1 mei 2014 onder voorwaarden uit de PKN stappen. Het CGB adviseert plaatselijke kerken die overgangstermijn te gebruiken om het beleid van de nieuwe kerk kritisch onder de loep te nemen aan de hand van bepaalde ijkpunten. Zo moeten ze zich afvragen of de algemene en bijzondere belijdenisgeschriften ,,voldoende richtinggevend'' zijn voor het belijden van de PKN.

Ook moet blijken of de synode (hoogste kerkvergadering) en andere kerkvergaderingen de verantwoordelijkheid van de kerkenraad voor het plaatselijke inhoudelijk en financieel beleid respecteren. Een van de andere vragen is of het beleid van de dienstenorganisatie van de drie kerken ,,voldoende aansprekend'' is.

In mei 2006 en mei 2008 zal het CGB zijn bevindingen bekendmaken en daaraan een advies koppelen. Als het nodig is, kiest de organisatie tot 2014 nog meer momenten om tot een definitief oordeel te komen.

Het CGB zal zijn strijd voor het gereformeerde belijden nu in elk geval voortzetten binnen de PKN. Het hoofdbestuur spreekt bovendien de verwachting uit dat de synode CGB-vertegenwoordigers zal laten benoemen in PKN-organen die zich inhoudelijk bezighouden met de nieuwe kerk. De synode is het CGB in de afgelopen maanden op de hoofdpunten van de kritiek deels tegemoet gekomen, zo constateert het hoofdbestuur.