Amerikanen geloven in antiterreurdoctrine Bush

Na Saddam, nu Gaddafi. De vastberadenheid van president Bush werkt, meent Amerika.

Het is deze laatste weken alsof de zon niet meer ondergaat voor president George W. Bush. Saddam Hussein gevonden, Frankrijk, Duitsland en Rusland voorwaardelijk over de brug met schuldreductie voor Irak en nu de Libische leider Gaddafi door de knieën. Dankzij de vastberadenheid van een man met overtuiging, meent tweederde van de Amerikanen.

De laatste opiniepeilingen geven een opleving van de waardering voor de president te zien. Die werd voorspeld toen Saddam uit zijn gat in de grond werd gehesen. Het is uitgekomen. De theorie van de preventieve aanval, die na de steeds langer uitlopende operatie-Irak amper voor herhaling vatbaar leek (Noord-Korea zou zich dat realiseren), heeft nieuwe geloofwaardigheid nu Gaddafi eieren voor zijn geld heeft gekozen.

Op het moment dat de Amerikaanse en Britse tanks Bagdad binnenrolden, bedacht Gaddafi zijn eigen doctrine, die van Preventieve Overgave, schrijft columnist William Safire in The New York Times. Andere conservatieve commentatoren in de Amerikaanse media komen tot een soortgelijke uitleg van het nieuws uit Libië. ,,De timing en de aard van [Gaddafi's] bekering bewijzen het gelijk van de Bush-Antiterreurdoctrine'', schrijft The Wall Street Journal.

Ook The Washington Post, die minder enthousiast voor de oorlog in Irak werd naarmate het langer ging duren, schreef in een commentaar dat sancties en internationale samenwerking uiteindelijk resultaat opleverden. ,,Maar de doorbraak kwam pas toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in Irak demonstreerden dat ontwijken en tegenwerken van de roep om ontwapening zou leiden tot een gewapende ingreep.''

Verrassend genoeg zijn het niet de Democratische presidentskandidaten die vóór de oorlog stemden, die nu profiteren van de successen van de president. Het is opnieuw Howard Dean, die van het begin af aan tegen de oorlog was en die na de vangst van Saddam verklaarde dat Amerika daar niet veiliger door was, die verder uitloopt op zijn Democratische rivalen. Maar tegelijk zou hij zwaar worden verslagen als hij het nu moest opnemen tegen George W. Bush, nog wat zwaarder dan zijn partijgenoten Lieberman, Gephardt en Clark. Het levert steeds meer speculaties op over een stop-Dean-kandidatuur. In dat verband is de naam van Hillary Clinton nooit ver weg.

Bush krijgt aanzienlijk minder krediet van de kiezers voor zijn binnenlandse politiek. Zijn behandeling van de economie bevalt net de helft, maar de manier waarop hij zulke verkiezingsbeloften als uitbreiding van de medische verzekering voor ouderen en verbetering van het onderwijs voor minder bevoorrechte kinderen waarmaakt, krijgt slechts waardering van een derde van het electoraat.

Voor de Saddam-Gaddafi-week leek `Irak' de achilleshiel van Bush' herverkiezing in november 2004. Veel Amerikanen hebben een sterke voorkeur voor normale en vruchtbare samenwerking van bondgenoten, boven het desnoods-op-eigen-houtje-politiewerk in de wereld waar president Bush is overgegaan na de aanslagen van 11 september 2001. Irak was bezig een bewijs te worden dat de Verenigde Staten wel de oorlog, maar niet de vrede alleen kunnen regelen.

Nu zijn de neoconservatieven opeens terug op het toneel. Zij zeggen: zie je wel, wij hebben altijd gezegd dat de Verenigde Staten zo nodig het goede voorbeeld moet geven tegen mislukte staten met agressieve ambities. [Vervolg LIBIE: pagina 5]

Libië

'Gaddafi moest ons wel seerieus nemen'

[Vervolg van pagina 1] Richard Perle, belangrijk adviseur van minister van Defensie Rumsfeld, baarde twee jaar geleden opzien met zijn uitleg van de Bush-doctrine. Die zou een simpele boodschap aan boevenstaten inhouden: ,,You're next''.

Zondag zei Perle tegen The Washington Post dat de geloofwaardige dreiging door het ingrijpen in Irak resultaten produceerde in Iran en Libië: ,,Gaddafi moest zonder twijfel meer serieus nemen dat wij niet zouden toelaten dat hij de programma's die hij ontwikkelde zou kunnen voltooien.''

De Amerikaanse essayist Robert Kagan, die bekend werd door zijn polemische opstel `Of Paradise and Power', zei in een recent gesprek met deze krant dat nog moet blijken of de gemeenschappelijke Amerikaans-Europese aanpak van Irans nucleaire programma zou werken. In ieder geval is hij niet gerust op de Europese motieven. ,,Ik vrees dat de belangrijkste drijfveer voor Europa's actievere opstelling inzake Iran is Amerika te weerhouden van nog een Irak.''

In de Amerikaanse commentaren van de laatste dagen speelt Europa zelden een rol. Business Week vraagt zich, vooral naar aanleiding van het mislukken van de Grondwet-top in Brussel af of `Europa een achterafstraat' wordt, of al is.

Er zijn ook andere geluiden binnen de Verenigde Staten. Katrina van den Heuvel, de hoofdredacteur van het weekblad The Nation, wijst er onder de kop `Neconning us again?' op dat het Libië-succes ook anders is te duiden. ,,Laten we de regering niet toestaan ons te doen geloven dat Libië's beslissing alleen het resultaat is van Bush' oorlog in Irak. Integendeel, laten we Libië's voorbeeld gebruiken om op te roepen tot inspecties en het reduceren van massavernietigingswapens in de hele wereld, met inbegrip van de VS.''

    • Marc Chavannes