Alles rond de geboorte

Bij de voorstelling van de geboorte van Christus hoort veel meer dan terug te vinden is in de bijbel. De basisuitrusting bestaat al uit Maria en Jozef, os en ezel, herders en een kribbe. Op schilderijen en miniaturen is veel meer te zien. Soms bevindt de heilige familie zich in een stal, soms, op oudere en byzantijnse voorstellingen, in een grot. Dikwijls zijn er vroedvrouwen aanwezig, menigmaal zie je hoe eentje het kind baadt en daarbij ook het badwater voelt. Het kind geeft soms prachtig licht. Engelen troepen rondom de kribbe, het kindje is gewikkeld in doeken of juist, op veel middeleeuwse schilderijen, spiernaakt, soms ligt het gewoon op de grond. De herders klimmen wel eens op het dak om naar binnen te gluren, of ze rénnen echt binnen om dit Zeer Bijzondere Kind te zien.

Kunstschrift, altijd goed in kerstnummers, heeft dit jaar een aflevering gewijd aan `De geboorte', waarin de verrukkelijkste geboortevoorstellingen te zien zijn en alle vragen worden beantwoord. In Voorstellingen van de geboorte legt Anton van Run uit waar die grot vandaan komt – Lucas rept niet specifiek over een locatie. Uit het apocriefe proto-evangelie van Jacobus, is het antwoord. De os en de ezel? Uit Jesaja ( ,,Een os kent zijn heer en de ezel de kribbe van zijn meester'') en vooral uit een tweede-eeuwse tekst van kerkvader Origines, die die os opvatte als beeld van de christenen `uit de besnijdenis' (uit de joden dus) en de ezel als beeld van de christenen uit de heidenen. Het licht dat van het kind afstraalt is te vinden in de veertiende-eeuwse Revelationes van Brigitta van Zweden, die schrijft dat het uit de moeder gefloepte kindje (Maria heeft volgens geen enkele bron een zware bevalling) ,,zo'n onbeschrijflijk licht uitstraalde dat zelfs de zon daabrij verbleekte, en al helemaal de kaars die Jozef haar gebracht had.'' Arme Jozef, die heeft altijd een wat minne rol bij de geboorte. Vaak blijft hij op de achtergrond. Op het prachtige schilderij Geboorte bij nacht van Geertgen tot Sint-Jans worden Maria en wat engelen wél mooi verlicht door het kindje, maar Jozef, gelijk os en ezel, niet. Soms zie je Jozef een papje koken, soms snijdt hij zijn sokken aan repen om het blote kindje in te kunnen wikkelen. Vooral op voorstellingen uit de Oosterse kerk zit hij er afgewend en ongelukkig bij – de door een god bedrogen echtgenoot.

Ook een interessant stuk (niet dat iemand nu moet gaan denken dat de andere stukken níet interessant zijn, dit is een nummer als een koekjestrommel) is De herders en hun entourage van Paul van den Akker, waarin onder meer het tijdstip van de geboorte in beschouwing wordt genomen. Het is overduidelijk winter op een schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waarop je in een hoekje van een enorm knusse Vlaamse winterwereld twee figuren, de derde koning is onvindbaar, ziet knielen voor een vrouw met een bijna geheel onzichtbaar babietje op schoot. Op andere schilderijen vindt de geboorte plaats in een zomernacht, wat gezien het feit dat de herders in het veld overnachten, wel zo aannemelijk is, maar gezien het tijdstip waarop wij kerstmis vieren niet. Zo is er altijd wat.

Kunstschrift, uitg. Kunst en Schrijven. Prijs €8,70 Inl. www.kunstschrift.nl

    • Marjoleine de Vos