Turkse dame

Mijn vrienden zijn meestal niet aardig tegen mij. Ze zijn ook niet aardig tegen elkaar en eigenlijk ook niet aardig tegen zichzelf. Ik heb een vreemde smaak voor vriendschap. Zo kan het gebeuren dat een gezellig etentje bij mij thuis, in de serre, aan de lange Indiase keukentafel, uitloopt op een tribunaal.

De eerste, giechelend, terwijl ik de tafel dek: `Zo'n groot bord voor een kroket!'. Ik kijk hem aan, mijn blik kan doden, maar omdat het een vriend is, wil ik hem maar half doden, een tijdelijke verlamming en een eeuwige incontinentie, zoiets. Ik weet waar hij het over heeft. Hij heeft, net als al die andere rotvrienden hier aan tafel, het dagblad Trouw gelezen van zaterdag 13 december. Daarin schreef een Turkse dame uit Leiden een reactie op mijn column in NRC Handelsblad van 24 november over het achtuurjournaal.

`Moet je er geen reactie op schrijven', zegt de giechelaar. Ik besluit ook geen luiers voor hem te brengen. Een andere vriend vindt dat ik juist wel een reactie moet schrijven: `Vroeger ging het debat alleen tussen autochtonen en allochtonen. Het is toch geweldig dat we nu eindelijk een vechtpartijtje hebben tussen allochtonen onderling?'

`De allochtone oorlog om de Nederlandse kroket', zegt de giechelaar, en ik wens hem nu ook eeuwige constipatie toe.

Het verhaal van de Turkse dame heeft namelijk als titel: `De kosmopolitische kroket van Anil Ramdas.' Ze was woedend over het feit dat ik het Nederlandse journaal ervan betichtte alle nieuws terug te willen brengen tot de proporties van een kroket. Na de aanslagen in Istanbul werden drie Turkse mannen in een theehuis in Den Haag geïnterviewd. Twee Nederlandssprekenden vonden de aanslagen afschuwelijk, maar een derde, oudere, enkel Turkssprekende man, rechtvaardigde ze als wraak op de aanwezigheid van Britten en Amerikanen in Irak. Ik schreef dat ik hem geen vrijheid van meningsuiting gunde.

`Sevtap Baycili had wel een punt', zegt een van mijn gasten die de dame in kwestie schijnt te kennen en zelfs informatie heeft over haar liefdesleven. `Je schreef dat de aanslagen verband houden met de leverantie van Turkije van al het zoetwater dat Israël nodig heeft.'

Het is waar, ik had me laten meeslepen door de verhalen van de journalist Robert Kaplan en de recente commotie over de `water-deal' tussen Turkije en Israël voor de jaarlijkse levering van 50 miljoen kubieke meters zoetwater aan Israël. De behoefte van Israël is groter dan die vijftig miljoen kubieke meters, het is dus niet `al het water', enkel een belangrijk deel. Maar dat leverde een correctie in de krant op met een ingezonden stuk van 20 woorden. Nu pakte deze dame uit met een paginagroot verhaal in Trouw en een grote foto, niet van haar, waar ik wel nieuwsgierig naar ben, maar van mij. Toen mijn zus de foto bekeek was ze ontroerd. Een foto van 13 jaar geleden, toen ik er nog goed uitzag, zei ze. Zelfs mijn zus is niet aardig tegen mij, zucht.

De giechelaar heeft een kopie van het artikel in zijn binnenzak zitten, blijkt, want hij begint plotseling te lezen. `Het eten wordt koud', werp ik tegen, maar hij blijft lezen: `Op de tv was Ramdas zo onbegrijpelijk, hij praatte anders, raar. Moeilijk. Maar op de tv zijn de fysieke eigenschappen belangrijker dan de precieze inhoud van iemands geklets.

Ik ben het wel met de Turkse eens. Zelfs ik begrijp mezelf niet, er zijn dagen waarop ik naar Zandvoort wil rijden en de hoogste duin wil beklimmen en dan in het diepste zelfmedelijden tegen de zee wil roepen: `Waarom begrijpen ze mij niet, ik incluis'.

Maar de giechelaar is nog niet klaar. `Die vrouw moet behoorlijk bijziend zijn, blind misschien, want hier staat': ,,Hij was voor mij een boeiende tv-persoonlijkheid, naar wie ik keek om van zijn mannelijke schoonheid te genieten.''

Hij stopt dat verdomde kopietje weg maar ligt in een deuk: `Mannelijke schoonheid, een iel kereltje van 1.68 meter en 55 kilo, dat is tegenwoordig mannelijke schoonheid.' Naast incontinentie en constipatie komen impotentie en reumatische pijnen in mij op, u ziet, ik ben mild voor mijn vrienden. Onder het geschater aan tafel draai ik een shagje. Gelatenheid is de beste houding bij zo'n tribunaal.

`Maar zeg eens eerlijk', zegt de vriend die Sevtap Baycili en haar liefdesleven kent, `waarom maakte je in je column dat rare seksistische grapje?' Ik had namelijk in een terzijde geschreven: `Moslim-hetero-mannen hebben een ellendig leven: aan het werk zijn ze omringd door mannen, in het theehuis zijn ze omringd door mannen, in de moskee zijn ze omringd door mannen en als ze thuis zijn en van het vrouwelijke schoon zouden kunnen genieten, is het vrouwelijke schoon omringd door lappen stof en anders door twee baby's en een kleuter. Daar komt niets goeds van.'

Ik steek mijn peukje weer aan omdat ik even geen antwoord weet op de vraag. In mijn hoofd spookt de woede van de Turkse dame, die schreef dat het niet ellendig was, en dat zij het een prima leven vond voor haar man. `Hij hoort niet van vrouwelijk schoon te genieten in het theehuis, in de moskee en vooral niet op het werk. Of ga je hier werken om van vrouwelijk schoon te genieten? Misschien. Dat zou verklaren waarom sommige Nederlandse mannen zich op het werk het liefst omringen met domme blondjes met diepe decolletés.'

`Ik ga wel een reactie schrijven op het stuk van de Turkse dame', zeg ik. Mijn vrienden vallen stil. `Je durft wel tegen zo'n meisje', zegt iemand. `Wraak is kleinzielig', zegt een ander. `Kom nou, je wordt slapend beroemd in Trouw, je moet ze nu niet in het harnas jagen', adviseert een derde.

`Laten we eten jongens', zeg ik terwijl ik begin op te scheppen voor iedereen, het eten is al bijna koud. `Ik wil haar alleen iets toewensen, zoals ik jou', en ik kijk naar de giechelaar, `eeuwige gezondheid toewens'.

Niemand neemt een hap. Ze willen weten wat ik de Turkse dame toewens. Zo, nu heb ik ze, die vrienden van mij. `Ik zal haar', ik neem een flinke lepel rijst en net voor ik die in mijn mond stop: `Ik zal haar gevoel voor humor toewensen.'

ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas