Sneeuwpop

Journalist Peter van Trigt maakt een keuze uit zijn collectie nieuwjaarskaarten. Vandaag de bedelende sneeuwpop.

Voorop loopt de tamboer-majoor met zijn staf in de vorm van een armetierige dennentak. Achter hem een groepje ongeregeld dat zo zou kunnen zijn weggelopen uit Tim Burtons film The Nightmare before Christmas. Ze zijn de voorbodes van de barre wintertijd en tevens een vage herinnering aan de dode zielen, die in de aanloop naar het nieuwe jaar terugkeerden op aarde op zoek naar slachtoffers.

Ook de sneeuwpoppen zijn op zoek naar slachtoffers, al kunnen ze in dit geval niet van boze bedoelingen worden beticht. Zij trekken slechts in slagorde langs de deuren om al zingend milde gaven in te zamelen. De titel van dit verhaal is ontleend aan zo'n oud versje met de opvallende tekst:

Ik kom je wenschen een goed nieuw jaar

Door dik, door dun kom ik geloopen.

Heb je niet een wafel of twee?

Ik zal ze niet verkopen.

(Uit: Nederlandsche baker- en kinderrijmen)

Er spreekt iets van wanhoop uit, een smeekbede om alsjeblieft iets te geven.

In een overwegend agrarische maatschappij viel 's winters veel arbeid weg. Dan waren de talloze have-nots aangewezen op de bedeling van hen wie het lot gunstiger gezind was geweest. `Winterpret' is dan ook een uitvinding van de bemiddelde burgerij. Naar gelang de industrialisering voortschreed, werd de bittere armoede teruggedrongen en de ellende van de winter minder gevoeld. Rond 1900 veranderde de sneeuwpop dan ook in een vriendelijke schertsfiguur en kwam zijn miniatuur in de kerstboom te hangen. Dat vormde weer de link naar zijn veelvuldige afbeelding op kerst- en nieuwsjaarkaarten en werd de grimmige onheilsbode een aandoenlijke geluksbrenger.