Progressie Libië illustreert falen van IAEA

De voortgang van Libië bij het verrijken van uranium illustreert het onvermogen van de internationale inspectie-instantie IAEA èn van internationale geheime diensten.

Het bericht dat in Libië een tamelijk vergevorderde installatie voor de verrijking van uranium (inclusief ultracentrifuges) is aangetroffen toont voor de zoveelste maal aan dat het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens (NPV) in zijn oude vorm niet werkte. Libië sloot zich in 1975 bij het NPV aan en ondertekende in 1980 de bijbehorende waarborg-overeenkomst (safeguards agreement) waarin de inspectie van nucleaire installaties is geregeld. Buiten Europa is het Internationale Atoomenergie Agentschap IAEA daarmee belast. Libië plaatste in 1979 een 10 megawatt Russische onderzoeksreactor, maar slaagde er niet in later nog meer nucleaire installaties aan te schaffen. Tot voor kort werd de nucleaire know-how en ambitie van Libië in brede kring zeer laag aangeslagen. Men ging er vanuit dat Libië vrijel geen `nucleaire technische basis' bezat. Dat dit nu wel zo blijkt te zijn is niet alleen een bewijs van het onvermogen van de IAEA maar lijkt ook een brevet van onvermogen van de grote nationale inlichtingendiensten.

De recente berichten maken niet duidelijk of Libië tot voor kort nog chemische wapens produceerde. Dat het land producten als mosterdgas, fosgeen en zenuwgassen geproduceerd hàd was allang duidelijk. De installatie bij Rabta, die veel internationale aandacht heeft gekregen, zou omstreeks 1990 zijn gesloten en later zijn omgebouwd tot een farmaceutische fabriek. Bij Tarhuna zou een ondergrondse installatie voor productie van gifgassen zijn gebouwd, maar de status daarvan was lange tijd onduidelijk. De recente berichten noemen mosterdgas en de zenuwgassen sarin en soman als de chemische wapens waarvan nog voorraden werden aangetroffen. Libië zou er vooral zware bommen mee hebben geladen. Libië heeft de conventie tegen chemische wapens nooit getekend.

Voor zover dat duidelijk is geworden zijn geen biologische wapens aan de waarnemers van de Verenigde Naties en Groot-Brittannië getoond. Libië tekende de conventie tegen biologische wapens en toxinen (BTW) in 1982. Maar in november 2001 maakt John Bolton, Amerikaanse onderminister van Defensie, op een toetsingsconferentie van de biowapens-conventie bekend dat de Verenigde Staten over aanwijzingen beschikten dat Libië wel aan een clandestien biologisch programma werkte.

Voor de afwikkelingen van gebeurtenissen is van groot belang of Libië het verdrag tegen chemische wapens gaat tekenen en dus ook de inspecties van de OPCW (de organisatie belast met controle op naleving) wil toestaan. Als Libië het Additionele Protocol van het NPV (verdrag tegen kernwapens) tekent zullen ook de nucleaire installaties onder gedegen toezicht komen.

    • Karel Knip