`Of Soedan valt uiteen, of we blijven één'

Terwijl over het zuiden de laatste vredesonderhandelingen worden gevoerd, is in het westen van Soedan de strijd opnieuw opgelaaid. Ongelijkheid blijft het land verscheuren.

De ene oorlog loopt op zijn eind maar een andere is uitgebroken. Terwijl onder zware Amerikaanse druk de Soedanese regering en de verzetsbeweging van het zuiden bezig zijn met de laatste loodjes van hun vredesonderhandelingen, is in het westelijke Darfur de strijd juist in alle hevigheid opgelaaid. ,,Een van de grootste humanitaire tragedies in de wereld'', noemde een hoge functionaris van de Verenigde Naties begin deze maand de crisis in Darfur.

In Kenia hebben al anderhalf jaar vredesbesprekingen plaats tussen de moslim-fundamentalistische regering van president Bashir en het Soedanese Volksbevrijdingsfront (SPLA) van John Garang. De afgelopen maanden werd er belangrijke vooruitgang geboekt. In het Witte Huis is al een kamer besproken om nog vóór het einde van het jaar feestelijk een akkoord te ondertekenen dat een eind maakt aan 20 jaar oorlog in het zuiden. Er bestaat twijfel of de Amerikaanse druk zo snel al tot een alomvattend akkoord zal leiden, maar de mening overheerst dat beide partijen bereid zijn een overeenkomst te sluiten.

De Zuid-Soedanezen vechten met tussenpozen sinds 1956 voor een evenrediger machtsdeling en tegen Arabische dominantie. De oorzaak van het conflict in het zuiden ligt ook ten grondslag aan de opgelaaide strijd in Darfur. En ook in het noordoosten leven grieven over overheersing door een kleine Arabische kliek in de hoofdstad Khartoum. Die ongelijkheid blijft het land verscheuren.

,,Als de vrede in het zuiden een bilateraal proces blijft, zal zij slechts kort duren'', waarschuwde eerder deze week de noordelijke oppositieleider Sadiq al-Mahdi. Zijn collega Hassan al-Turabi drukte zich in soortgelijke bewoordingen uit: ,,Soedan heeft zich nog nooit eerder in zo'n kritieke fase bevonden; óf het land valt uiteen in regio's óf we blijven één natie op basis van vrije wil.'' De besprekingen over het zuiden gaan louter tussen regering en SPLA. Geen enkele andere partij mag deelnemen en zaken als democratisering staan niet op de agenda.

Khalil Ibrahim, leider van één van de twee verzetsbewegingen in Darfur, vuurde alvast een schot voor de boeg af. ,,Een overeenkomst tussen de regering en het SPLA zal Soedan geen vrede brengen'', zei hij vorige maand. ,,Zo'n akkoord zal worden gevolgd door zware gevechten. Er wacht ons een periode van dictatuur gesponsord door de internationale gemeenschap.''

Darfur is altijd een speciaal geval geweest in het immens grote Soedan. Darfur was vanaf 1650 een onafhankelijk sultanaat geweest, tot de Brits/Egyptische kolonisten het gebied in 1917 bij Soedan voegden. De heersers van het sultanaat waren de Furs, een zwart-Afrikaanse stam die landbouw bedrijft. In hun midden leefden goeddeels nomadische, gearabiseerde stammen. Er was een symbiotische samenwerking ontstaan die alle groepen ten goede kwam.

Bijtende droogtes begin jaren tachtig versnelden de woestijnvorming in West-Soedan waardoor vooral de nomadische groepen zwaar werden getroffen. De nomaden gingen Fur-landbouwgronden bezetten en er ontstond een onverbiddelijke competitie om land en water. Dit sluimerende conflict kwam eind jaren tachtig voor het eerst tot een ontploffing toen de toenmalige Soedanese premier Sadiq al-Mahdi Arabische milities ging bewapenen tegen de Furs. De premier vreesde, ten onrechte, dat de Furs zich zouden aansluiten bij de opstand van hun zwarte broeders in Zuid-Soedan.

Dit jaar werd het oorlog nadat het Soedanese Volksleger (SLA) door de Furs was opgericht. Daarna volgde de oprichting van de Justice and Equality Movement (JEM), die banden onderhoudt met de noordelijke oppositieleider Turabi. Gebruikmakend van een bestand in het zuiden hevelde de regering troepen van daar over naar het westen. Bovendien ging ze de Arabische militie Janjaweed bewapenen.

Het SLA boekte enkele opvallende successen. Het vernietigde ongeveer tien regeringsvliegtuigen en nam hoge regeringsmilitairen gevangen. Het sterkste wapen van de regering blijkt de Janjaweed. Onder dekking van regeringshelikopters vallen deze Arabische strijders op kamelen dorpen aan van de Furs en andere zwart-Afrikaanse stammen en branden ze plat. Hun soldij is de oorlogsbuit. Net als begin jaren negentig in de Nubabergen en tot voor kort in de oliegebieden van Upper Nile leidt deze tactiek van de verschroeide aarde tot de ontheemding van honderdduizenden bewoners en een stroom vluchtelingen naar buurlanden. Diplomaten in Khartoum spreken van etnische zuiveringen. Een Furleider noemde de oorlog ,,de uitroeiing van het zwarte ras''.

Niet alleen de regering, die de bewapening van de Janjaweed ontkent, heeft boter op het hoofd. JEM, de tweede verzetsbeweging in Darfur, wordt door oppositieleider Turabi gebruikt om zijn machtsstrijd met president Bashir en vice-president Mohammed Taha uit te vechten. Binnen het SPLA ten slotte, dat geen officiële banden onderhoudt met het SLA, bestaat sympathie voor de opstand in Darfur en juicht men iedere druk op de regering toe.

Na een bestand tussen regering en SLA namen de gevechten tussen beide partijen de afgelopen maanden af, maar misdaden tegen de bevolking (vooral door de Janjaweed) namen toe. Begin deze week werd nieuw vredesoverleg tussen regering en SLA afgebroken nog vóór de delegaties aan de onderhandelingstafel waren aangeschoven. De oorlog in Darfur zal vermoedelijk nog heviger worden.

    • Koert Lindijer