Meeslepende show op een schip

Het is een fikse ingreep: de scheepsjongens van Bontekoe zijn met z'n vieren en een van hen is een meisje – vermomd als scheepsmaatje aan boord gekomen en ontmaskerd als ze weigert met de anderen overboord te pissen. In het originele Journaal van Willem Ysbrantsz Bontekoe uit 1646 kwam geen meisje voor, en in het jongensboek van Johan Fabricius uit 1923 evenmin. Maar in een familiemusical is het prettig: dan valt er ook voor de meisjes in de zaal iets mee te leven, en is er bovendien ruimte voor wat romantiek. De makers van deze productie hebben het trouwens niet overdreven; in grote lijnen volgen ze Bontekoe en Fabricius.

Ook de musicalversie van De scheepsjongens van Bontekoe brengt ons van Hoorn, waar Hajo, Padde en Rolf aan boord gaan, via de volle zee waar De Nieuw Hoorn door toedoen van de bottelier ,,in hondert duysent stucken'' explodeert, de sloep van de schipbreukelingen en de rimboe van Nederlands-Indië naar de veilige terugreis – hoewel danig gedecimeerd. En intussen kijken wij onze ogen uit op het schip met de trotse voorplecht, de zeilen en de kajuiten, dat zo suggestief een dwarsdoorsnee laat zien van een zeventiende-eeuws zeilvaartuig – schommelend als zo'n huizenhoge schommelschuit in een pretpark. Het kraakt en het wiegt bij elke stap van de schepelingen, en het baadt in toverachtig licht vol donder, bliksem, tropenzon en sterrennachten. Tot het ten onder gaat, in een schitterend schouwspel van rook en licht.

Fabricius' avonturenverhaal is door Pieter van de Waterbeemd behendig bewerkt tot een spannend relaas vol modernismen als ,,stomme trut!'' en ,,wat staan jullie aan je zak te krabben, aan het werk!'' Sjoerd Kuyper (zangteksten) en Fons Merkies (muziek) hebben er liedjes aan toegevoegd, die af en toe mooi in de handeling passen, maar de boel ook wel eens onnodig ophouden. Ook vervalt Kuyper soms in een veel te plechtig idioom (,,want m'n lichaam wil niet gaan meer/ waar m'n hart wil gaan''), terwijl de filmische sfeermuziek van Merkies – door een groot orkest vooraf op de band opgenomen – wel veel aan het verhaal bijdraagt, maar geen pakkende theatersongs oplevert. Zelden eindigen zijn nummers in een applaus uitlokkend crescendo.

Maar in de regie van Peter de Baan wordt er een schilderachtige show opgevoerd met veel gevoel voor timing, fysieke grappen en snelle schakelingen van klucht naar drama en omgekeerd. Dat ook het drama wel eens een lach oplevert, draagt hier alleen maar bij aan het succes voor alle leeftijden. Wat voor de één eng is, is voor de ander een vrolijk staaltje ouderwetse poppenkast. Arjan Duine, Marijn Klaver en Jeroen van Koningsbrugge maken volkomen aannemelijk dat ze nog geen zestien zijn, Lottie Hellingman doorloopt op aanstekelijke wijze alle emoties die haar rol in zich bergt (,,dat jongens áárdig kunnen zijn!'') en Frans van Deursen speelt een knappe dubbelrol: als de rechtschapen kapitein Bontekoe en de zuipschuit van een bottelaar, die toch een groot verdriet bij zich blijkt te dragen. Als na alle ontberingen de terugreis naar Hoorn aanvangt, hebben we van harte met hen meegeleefd.

Voorstelling: De scheepsjongens van Bontekoe, door stichting SIP/Senf. Gezien: 21/12 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 24/5. Inl. (0900) 9203, www.ntk.nl