Junior doet het op eigen kracht

Basketballer Kees Akerboom (20) maakt furore in de voetsporen van zijn vader. `Junior' maakt een stormachtige ontwikkeling door. ,,Kees heeft niks aan dat geëmmer over de oude Akerboom.''

Het valt niet mee om van het predikaat `de zoon van' af te komen als je als jonge, talentvolle basketballer net als je vader Kees heet, rugnummer twaalf draagt en dezelfde specialiteit hebt: schuin achterover hellend in de lucht de ballen in het netje gooien. Maar `schutter' Kees Akerboom (20), bezig aan zijn tweede jaar bij EBBC Den Bosch, gaat goed met die druk om en treedt uit de schaduw van zijn succesvolle vader met het vermaarde afstandsschot, die in de jaren '80 de vedette van Den Bosch was en met 182 interlands en acht landskampioenschappen een begrip is in de Nederlandse basketbalwereld.

Vorige week speelde Akerboom, vorig seizoen uitgeroepen tot rookie van de eredivisie, in het met 87-77 gewonnen duel met landskampioen Eiffel Towers de beste wedstrijd uit zijn prille loopbaan. Met 32 punten en tien rebounds nam hij sportief wraak voor het `rotjaar' dat hij voor zijn overstap naar Den Bosch beleefde bij Eiffel Towers, waar hij stage liep en door blessures als gevolg van een te zware trainingsbelasting weinig had kunnen spelen. Zaterdag vierde `junior' zijn twintigste verjaardag met een 73-59 zege op Rotterdam. In het Topsportcentrum naast De Kuip had hij met 23 punten een belangrijk aandeel in de zege van de Bosschenaren. Met ploeggenoot en routinier Marcel Huijbens (36) mag Akerboom zich tot de topvier van topscorers in de eredivisie rekenen.

,,Er wordt veel van me verwacht omdat ik de zoon van Kees Akerboom ben en dat levert extra druk op. Maar ik ben met mijn eigen spel bezig zonder aan mijn vader te denken. Anders gaat het verkeerd'', zegt Kees junior een dag voor zijn verjaardag in het kantoor van zijn vader in Den Bosch. Ongevraagde adviezen daargelaten volgt vader Akerboom (51) de carrière van zijn zoon op gepaste afstand. Hij constateert dat junior zich met een puntengemiddelde van negentien eigenhandig heeft ontwikkeld tot een van de beste schutters in de eredivisie. ,,Kees heeft niks aan dat geëmmer over die oude Akerboom. Hij moet het op eigen kracht doen. En dat doet hij dit seizoen'', meent de vader.

Akerboom heeft vier kinderen, van wie er drie basketballen en één korfbalt. Van het kwartet lijkt de oudste zoon het meest op zijn vader. Beiden zijn nuchtere, bescheiden mensen die buiten het basketbalveld met beide benen op de grond staan. Ook hun fanatieke sportmentaliteit hebben ze gemeen. Of het nu om een basketbalwedstrijd gaat of een potje klaverjassen, ze willen altijd winnen. ,,Maar'', zegt de vader, ,,Kees is innerlijk rustiger, net als zijn moeder. Ik was explosiever en deelde vroeger nog wel eens een beuk uit aan een tegenstander. Ik vind het knap dat Kees zo rustig blijft, want de tegenstanders zien hem als een bedreiging en proberen hem met alle middelen af te stoppen. Basketbal is een keiharde sport geworden.''

Behalve het lengteverschil – de zoon kijkt met 1,99 meter op tegen zijn vader (2,07 meter) – zijn er nog meer verschillen tussen senior en junior. Terwijl de zoon meer een allround teamspeler is, was de vader – ,,ik ging vroeger alleen hardlopen als ik kon scoren'' – een echte specialist die volledig op scoren gericht was. Vanuit alle standen en hoeken kon hij schieten, ook met een tegenstander in zijn nek. Een techniek die hij graag bij zijn zoon verder ontwikkeld zou zien. ,,Van mij mag Kees meer specialist worden'', zegt de vader. ,,Maar dat kan ook een handicap zijn'', repliceert de zoon. ,,Het is niet zo handig als je alleen kunt schieten. Daarom wil ik mijn passes en rebounds verbeteren. Waarna ze eendrachtig concluderen dat een team met vijf Akerbooms junior beter is dan één met vijf Akerbooms senior.

De vader zegt `geen dwingeland' te zijn. ,,Ik heb mijn kinderen absoluut vrijgelaten bij de keuze voor een sport. Van die ouders met dollartekens in hun ogen die hun kind op jonge leeftijd naar het sportveld brengen, moet ik niks hebben. Dat zou ik nooit doen.'' De oudste zoon bevestigt dat hij niet gedwongen werd voor basketbal te kiezen. Toen hij niet langer door zijn vader getraind wilde worden, was dat geen probleem. ,,Het botste tussen mij en mijn vader als coach. Hij stond te schreeuwen langs het veld en daar kon ik niet tegen'', herinnert Kees zich. Zijn vader glimlacht. ,,Ik ben te ongeduldig als coach en beschik over te weinig didactische vaardigheden.''

Alhoewel zijn vader niet dominant aanwezig is op de achtergrond verklaart Akerboom junior nog steeds veel te leren van diens adviezen. ,,Hij zegt vaak nuttige dingen na een wedstrijd. Ik moet nog wat meer slimmigheidjes in mijn spel krijgen, zoals schijnbewegingen voordat ik schiet. En ik moet constanter worden'', beseft de jonge basketballer. Wat betreft de tactische aspecten van het spel heeft Akerboom de laatste anderhalf jaar veel steun gehad aan Toon van Helfteren, de coach van EBBC Den Bosch. ,,Hij heeft me veel zelfvertrouwen gegeven en me dingen om het spel heen geleerd. Bij voorbeeld langer wachten voordat ik schiet en niet laten zien welke schietpositie ik ga innemen.''

Van oud-bondscoach en oud-international Van Helfteren, die veelvuldig samenspeelde met zijn vader in het Nederlands basketbalteam, krijgt de jonge Akerboom veel speelminuten bij Den Bosch. Cruciaal voor de ontwikkeling van een basketbaltalent in de eredivisie. ,,Hij is bij Den Bosch met zijn neus in de boter gevallen'', verzekert pa Akerboom. Van Helfteren roemt de stormachtige ontwikkeling die junior doormaakt. ,,De afgelopen jaren bij Den Bosch was het `alle ballen naar Marcel Huijbens'. Nu hebben we er met Kees een tweede wapen bij. Eind vorig seizoen was het voor mij de vraag of Kees ook het killersinstinct van zijn vader had. Ja dus. Hij heeft nu meer zelfvertrouwen en zijn schieten en puntengemiddelde zijn enorm vooruitgegaan.''

Volgens Van Helfteren zijn er nog wel dingen voor verbetering vatbaar. ,,Met zijn scores kan Kees thuiskomen, maar zijn voetenwerk kan beter. Ook kan hij nog niet onder alle omstandigheden schieten, zoals zijn vader. Maar zijn instelling is goed. Hij werkt zelf aan zijn rebounds en passes. Een jongen met zijn specialisme hoort thuis in de selectie van het Nederlands team'', zegt de coach over de basketballer, die zijn debuut op het internationale toneel nog moet maken. Van Helfteren wil zich niet aan voorspellingen over de toekomst van zijn pupil wagen, maar toch, voorzichtig: ,,Als Kees zich zo snel blijft ontwikkelen, houdt zijn carrière misschien niet op in Europa.''

De hoofdpersoon zelf, met zijn kenmerkende nuchterheid en bescheidenheid: ,,Ik zie mezelf nog niet in de NBA (Noord-Amerikaanse profcompetitie, red.) spelen. Eerst moet ik in Nederland beter worden. Ik ben nog niet constant genoeg en moet nog wennen aan het niveau van de eredivisie.'' Dat Akerboom op weg is naar de top maar zich nog niet tot de beste basketballers van de eredivisie mag rekenen, bleek zaterdag in het duel met Rotterdam. Wat betreft wendbaarheid, balvaardigheid en verdedigend tactisch inzicht kan hij nog veel progressie boeken.

Daarbij komt dat de tengere inwoner van Rosmalen op het fysieke vlak – met bijna twee meter weegt hij 83 kilogram – nog wat tekort komt. Dat realiseert de basketballer, die afgelopen zomer begon met krachttrainingen én een dieet om aan te sterken, zich terdege. Naast een warme maaltijd werkt hij dagelijks een aanzienlijke reeks donkerbruine boterhammen, kommen muesli, borden pap, bananen en koolhydraatdrankjes weg om zijn streefgewicht van negentig kilogram te halen.

,,Kees is heel serieus bezig met zijn basketbalcarrière'', zegt vader Akerboom, die niet nalaat zijn zoon, die dit jaar aan een studie bedrijfseconomie in Tilburg begon maar daarmee al snel stopte, te waarschuwen. ,,De geschiedenis dreigt zich te herhalen. Ik zou zelf naar de HEAO gaan, maar daarvan kwam niets terecht door mijn basketballoopbaan'', herinnert senior zich. Al te grote zorgen maakt hij zich echter niet, want zijn zoon leerde op vijftienjarige leeftijd door een zware enkelblessure de betrekkelijke waarde van een sportcarrière en het belang van een goede opleiding inzien.

,,Bedrijfseconomie was zo saai. Uit een beroepentest bleek ook dat ik daarvoor te avontuurlijk ben'', verklaart de forward van Den Bosch zijn voortijdig afhaken. ,,Kees is geen jongen voor een academische studie. Dat is te abstract voor hem. Hij is praktisch ingesteld. Een studie wordt ook moeilijk als de carrière van Kees zich zo blijft ontwikkelen'', denkt de vader. Akerboom junior: ,,Ik hoop dat ik volgend jaar wordt ingeloot voor de opleiding Sport, Gezondheid en Management in Arnhem.''

    • Pieter de Vries