Goed jazzfestival is niet moeilijk

De spelregels voor een geslaagd festival zijn beperkt en simpel. Met een pakkende naam en een helder concept kom je al een heel eind. En de organisatoren van De Avond van de Langste Nacht hebben dat feilloos door. Ze boden afgelopen zaterdag, op het dieptepunt van de zonlichtdeprivatie, een prikkelend programma met een première, een feestband en een experiment.

Toetsenist Albert van Veenendaal presenteerde zijn nieuwe band. Met Meinrad Kneer op bas en Yonga Sun op drums oogt de groep als een klassiek pianotrio maar dat is het niet. De traditionele rolverdeling tussen solist en begeleiders werd vastberaden overboord gezet in stukken met veelzeggende titels en een duidelijke signatuur. Minature Très Vite bood hogesnelheidswing rondom een uitgebeend thema. De Van-de-wereld-muziek ging van dromerig naar hoekig en weer terug. En de maatwisselingen in het sterk percussieve Songs to Dance Strangely With klonken als de muzikale pendant van John Cleese' `silly walks'. Makkelijker in het gehoor liggend was de avondafsluiting door het duo Vito. Accordeonist Theo van Tol en cymbalist Bokkie Vink wervelenden door het muzikale erfgoed van de Balkan.

Ingeklemd tussen introductie en uitsmijter lag het experiment van de avond: de duo-estafette onder leiding van saxofoniste Esmée Olthuis.

De vijf improvisatoren die aan deze `wedloop zonder winnaars' deelnamen, hadden zich te houden aan slechts één regel. Niet meer dan twee muzikanten mochten tegelijk aan het woord zijn. Na een inleidend stukje van Olthuis' hand lag de vloer open voor interrupties. Zodra een derde persoon zich meldde, haakte de eerste af. Na een wat brave start, waarin de muzikanten elkaar aftastten en beleefd het estafettestokje doorgaven, volgden de wisselingen elkaar steeds sneller op.

Een-tweetjes werden afgewisseld met plagerige couppogingen, vraag-antwoordspelletjes tussen verschillende gelegenheidsduo's en het razendsnel rondspelen van melodietjes met een voortdurend muterende geluidstextuur.

Wat de duo-estafette anders maakt dan een improvisatiespel als bijvoorbeeld Cobra van John Zorn, is het democratische gehalte ervan. Niet de machtstrijd tussen vijf ego's staat hier centraal maar de samenwerking. Omdat ingrijpen betekent dat je iemand anders buitenspel zet, worden de deelnemers gedwongen verantwoordelijkheid te nemen voor andermans muzikale ingevingen en die verder door te werken. Anders wordt het een oeverloos doorzeurende verzameling losse fragmentjes zonder lijn of spanningsboog. De duo-estafette onderscheidt zich juist van veel improvisatieprojecten door zijn hechtheid, zeker als hij wordt uitgevoerd door zulk scherp luisterende muzikanten als Olthuis, Bart van Dongen, Arnold Dooyeweerd, Wiek Hijmans en Victor de Boo.

En dat heeft weer alles te maken met het feit dat er telkens maar twee instrumenten zijn te horen in plaats van een stortvloed aan nootjes uit alle hoeken tegelijk. Voor zowel publiek als muzikanten is het glashelder wat er gebeurt en waar de keuzemomenten liggen. Dat maakt dit experiment interessant om te zien en spannend om te horen. Ook voor geslaagde improvisatie geldt blijkbaar: houd de spelregels beperkt en simpel.

Festival: De Avond van de Langste Nacht. Gehoord: 20/12 SJU Jazzpodium Utrecht.

    • Edo Dijksterhuis