Even naar Italië, voor nieuwe ijssnufjes

Overwinteren kan op vele manieren. Vandaag: wat doet de eigenaar van de Italiaanse ijssalon als zijn winkel in de winter gesloten is?

,,Iedereen denkt natuurlijk dat wij in de winter vier maanden op een tropisch strand liggen'', zegt Roberto Coletti, eigenaar van het Italiaanse ijssalonnetje `Roberto Gelato' aan de Poortstraat in Utrecht.

Maar dat klopt dus niet. Luieren in de winter als de zaak gesloten is? Coletti kent geen enkele Italiaanse ijsmaker die dat doet. De winter is voor hen juist de tijd om al die dingen te regelen waar ze tijdens het hectische zomerseizoen niet aan toekomen: klussen in de zaak, apparatuur vervangen of repareren, vakantie inhalen, administratie. Net als het ontwikkelen van nieuwe ijssmaken en het nadenken over reclame, zegt Coletti. Dáár is de winter voor.

Neem alleen al zijn aardbeien. Die komen uit Polen. Zijn citroenen van Sicilië en zijn mango's, achthonderd kilo in kisten, uit Azië. Dat is altijd een heel geregel, gefax, getelefoneer, gemail en ge-onderhandel over invoerrechten en prijzen. Coletti: ,,Die vier maanden lijken veel, maar zijn zo om.''

In het ijsseizoen, dat loopt van eind februari tot begin oktober, werkt Coletti zeven dagen per week, zestien uur per dag. Vanaf 08.00 uur ijs draaien, om 12.00 uur de winkel open tot vaak nog ver na tienen 's avonds. ,,Als het gezellig is, met stoeltjes op straat, stuur je de klanten niet weg.'' Daarna opruimen. Meestal is hij pas om half één thuis.

De winkel is sinds 10 oktober officieel gesloten. Maar rond de kerst gaat Coletti een paar dagen open om ijstaarten te verkopen. Dat is te merken. De telefoon rinkelt onophoudelijk, er kloppen mensen aan voor een praatje. Geregeld kleppert de brievenbus: bestellingen.

Coletti komt uit het dorpje Tai di Cadore in Italië waar, zo zegt hij, eigenlijk alle Italiaanse ijsmakers in Nederland en Duitsland vandaan komen. ,,Een klein Heidi-achtig dorpje in de bergen, 25 graden onder nul in de winter'', beschrijft hij. Aspirant-ijsmakers uit het dorp leren het vak ergens in Europa, en beginnen daarna voor zichzelf. Zo gaat het al tachtig jaar.

Coletti beoefent het ambacht nu dertien jaar in Nederland. Zijn vrouw is de oudste dochter van de `ijsdynastie' De Lorenzo die sinds 75 jaar de twee Venezia-ijswinkels in Utrecht beheert. Hij leerde haar in Italië kennen. Coletti wilde het wel proberen in Nederland, toen ze opperde haar familie achterna te willen reizen naar Utrecht. Coletti spreekt vlekkeloos Nederlands.

Hij werkte in Arnhem (voor de kenner: bij Trio) en Amersfoort. Sinds twee jaar heeft hij zijn eigen winkel in de Utrechtse Wittevrouwewijk. Op www.iens.nl, de `onafhankelijke en betrouwbare restaurantgids van Nederland', krijgt zijn ijs een rapportcijfer 9,5. In de Quote-eetgids 2003 staat: ,,het chocolade ijs van Roberto, het bewijs dat god bestaat.'' Enfin, zegt Coletti bescheiden.

Roberto Coletti (39) is van de generatie Italiaanse ijsmakers die in de winter niet meer fulltime teruggaan naar Italië. De derde generatie Italiaanse ijsmakers is geworteld in Nederland, de kinderen zitten hier op school. Twaalf dagen gaat hij terug, in de winter. Voor zijn familie en voor de ijsbeurzen die in zijn geboortedorp worden gehouden. Daar worden de nieuwste machines en snufjes gepresenteerd en ontmoet Coletti al zijn Europese ijsconfrères. ,,Een soort auto-Rai voor ijsmakers'', zegt Coletti.

Toch is hij altijd blij als hij weer in Nederland is. ,,Natuurlijk, ik ben en blijf Italiaan. Maar als ik er te lang ben, mis ik Nederland. Nederlanders verklaren me vaak voor gek, maar ik vind het hier hartstikke leuk. De mentaliteit spreekt me aan. Alles is hier veel beter geregeld, mensen zijn hier vooruitstrevender. Bovendien, ik hou van regen, wind en sneeuw. Misschien omdat ik uit de bergen kom.''

Natuurlijk, hij zou in juni best een paar dagen aan het strand willen zijn. Maar als hij een dagje vrij neemt, blijft hij tóch weer in zijn winkel. ,,Hier ligt mijn hart. Wat is er nou mooier dan ijs verkopen? Elke dag blije gezichten om je heen. Het is mijn passie.''

Financieel kan Coletti het zich veroorloven zijn winkel vier maanden dicht te doen, door de overuren die hij draait in de zomer. Bovendien heeft hij dan ook nauwelijks tijd om geld uit te geven. Maar natuurlijk denkt hij wel eens: zullen we openblijven in de winter?

In Duitsland blijven ijssalons al steeds vaker open in de winter. Dat komt doordat in Duitsland de ijszaken vaak groter zijn dan in Nederland, met relatief meer zitplaatsen. Bovendien zijn de huren de laatste jaren sterk gestegen, zeker in de binnenstad. Eigenaren van die winkels kunnen het zich volgens Coletti bijna niet meer permitteren om de zaak dicht te doen in de winter.

Coletti heeft dat probleem niet. Hij zit ver uit het centrum, zijn pand is niet zo duur. In Nederland heeft het nu nog niet veel zin om open te blijven, denkt Coletti. ,,Het is met ijs in de winter een beetje hetzelfde als met oliebollen in de zomer: toch te weinig respons. Bovendien, dit vak is lichamelijk erg zwaar als je het twaalf maanden beoefent.''

Dit is het eerste deel van een korte serie over overwinteren.