Brave Gaddafi

Een dictator gevangen, een andere die zich als het braafste jongetje van de klas ontpopt – wat voor verrassingen zijn er in het Midden-Oosten nog meer te verwachten? Libië zal de ontwikkeling van massavernietigingswapens staken. Dat heeft de Libische leider Gaddafi aan premier Blair van Groot-Brittannië toegezegd. Eergisteren al begonnen de gesprekken over de feitelijke ontmanteling onder supervisie van het Internationaal agentschap voor atoomenergie (IAEA), het bureau van de Verenigde Naties dat toeziet op het tegengaan van kernenergie voor militaire doeleinden. De heuglijke mededeling van de Libische leider verraste velen, maar past bij nader inzien in een zorgvuldig opgezet patroon.

Gaddafi kan al jaren geen kant meer op. De sancties drukken zwaar op Libië, de olie-industrie veroudert en de rol van de leider op het wereldtoneel is gemarginaliseerd. Wat hebben Gaddafi's dictatoriale ambities, internationale dwarsliggerij en innige relaties met terroristen hem en zijn land opgeleverd? Erg weinig. Dit besef leidde ertoe dat deze boeman uit het verleden alweer enige tijd geleden is begonnen met het verwerven van aanzien. Nog in september van dit jaar deed hij een belangrijke financiële handreiking aan de nabestaanden van de doden bij de Libische aanslag op een Frans verkeersvliegtuig boven Niger. Hij bewerkte met succes de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in de kwestie met het PanAm-toestel dat boven Lockerbie tot ontploffing werd gebracht, een terreurdaad waarbij Libië eveneens betrokken was. De meerderheid van de raad was voor het schrappen van de VN-sancties tegen Libië, die meer dan tien jaar geleden bij resolutie werden opgelegd.

Alleen president Bush van de VS was zo wijs om geen krimp te geven. In het Midden-Oosten luisteren de leiders alleen naar macht en maximale economische en militaire druk. Bush had dus gelijk: door Gaddafi onder druk te houden werden diens eerdere concessies afgelopen vrijdag gevolgd door een maatregel die, mits naar behoren uitgevoerd, van groot belang is voor de regio. Libische ontwapening is een krachtig signaal aan sommige landen en hun leiders. Terroristen weten al langer dat Gaddafi heeft afgehaakt. Voor Syrië en Iran neemt de druk toe. De eerste is door Washington gebrandmerkt als steunverlener aan terroristische organisaties, de laatste moet zijn nucleaire installaties laten inspecteren. Zelfs in Noord-Korea kan het de machthebbers niet zijn ontgaan wat er met dictators gebeurt die het naar de mening van de VS te bont maken. Ze worden opgepakt of uitgerookt.

Voor de berekenende Gaddafi geldt alleen het eigenbelang. Hij wil terug in de schijnwerpers – nu als gerespecteerd leider – en hij wil geld en welvaart door (olie)investeerders naar zijn land te halen. Hij is al een eind gekomen. En waarschijnlijk maakt hij het nog mee dat zijn land lid wordt van de VN-Veiligheidsraad. Het opgeven van de Libische massavernietigingswapens verandert deze aartsschurk niet in een nette vent. Maar wat telt is het resultaat. Het kan veiliger in het Midden-Oosten worden.