Berlusconi houdt niet meer van euro

De liefde van de Italiaanse premier Silvio Berlusconi voor de euro is ernstig bekoeld. Volgens de premier, tot eind deze maand voorzitter van de Europese Unie, heeft de munt ,,tot dusver alleen negatieve gevolgen gehad voor ons en onze consumenten''. Achteraf gezien had de euro niet moeten worden ingevoerd.

Berlusconi deed zijn uitspraken tijdens een oudejaarstoespraak voor de Italiaanse pers. Demonstratief benoemde hij de verdiensten van de Italiaanse regering in lires. De introductie van de euro heeft een gemiddeld Italiaans gezin 2.800 euro gekost, zo bevestigden verschillende consumentenorganisaties gisteren. De inflatie van 2,5 procent ligt aanzienlijk hoger dan de gemiddeld 2,1 procent elders binnen de EU.

Ook de recente herwaardering van de euro tegenover de dollar is geen goede zaak, zo zei de premier. ,,Door de sterke positie van de euro zijn onze producten minder aantrekkelijk, niet alleen in vergelijking met producten uit Noord-Amerika maar wereldwijd.'' Volgens de premier is te zien dat het niet invoeren van de euro op Groot-Brittannië een gunstig effect had.

Volgens Berlusconi is de huidige regering niet verantwoordelijk voor de negatieve gevolgen van de introductie van de euro. ,,De omschakeling van de lire naar de euro was een beslissing van de vorige regering'', zo zei de premier. Berlusconi kwam in mei 2001 aan de macht. Op 1 januari 2002 werd de euro ingevoerd.

Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie en tevens binnenlands politiek tegenstander van Berlusconi, zei in een reactie dat ,,het tijd is om op te houden met de leugens'' over prijsstijgingen. Prodi vroeg zich hardop af waarom de stijging alleen in Italië zo hoog was. ,,Waarom is die niet te zien in andere landen die de euro hebben ingevoerd?'' Volgens Prodi, die als premier verantwoordelijk was voor de kwalificatie van Italië voor de euro, is het te wijten aan een gebrek aan overheidscontrole.

Berlusconi gaf uiteindelijk wel aan dat het meedoen aan de euro een goede beslissing is geweest, maar ,,alleen in de wetenschap dat op de middellange termijn de introductie positieve effecten zal hebben''.