Zwembond kijkt verder dan Athene

Twee maanden terug deed de zwembond een oproep op internet: jeugdige stayers met olympische ambitie gevraagd. ,,De belastbaarheid moet omhoog.''

Zich schamen voor de gang naar de digitale snelweg doet André Cats niet. Waarom zou de Stichting Topzwemmen Nederland (STN) zich niet (mogen) profileren op internet? ,,We willen wat losmaken en zijn daarom bewust afgeweken van de vaste paden'', zegt de bondscoach op de tweede dag van de Nederlandse winterkampioenschappen (50 meter) in Dordrecht.

Twee maanden geleden plaatste STN een oproep op internet: jeugdige stayers met olympische ambitie gevraagd. Onder de kop UITDAGING!!!!! wees de topsportpoot van de zwembond fijntjes op de legendarische Russische lange-afstandszwemmer Vladimir Salnikov, die in 1980 op de marathon onder de zwemnummers de fysiek en mentaal loodzware 1.500 meter vrije slag de magische grens van vijftien minuten doorbrak. `In 2003 staat het nationaal record op deze afstand nog altijd op 15.37. Ga jij grenzen verleggen?'

Bijna vijftig jeugdzwemmers, variërend van twaalf tot zestien jaar, gingen in op de provocerende uitnodiging van Cats en juniorenbondscoach Marcel Wouda. Vorige maand kwamen zij bijeen in het Sportfondsenbad in Amersfoort voor een kennismakings- en trainingsdag. Cats spreekt vier weken later van ,,een geslaagde bijeenkomst, die ons meer inzicht heeft gegeven in de potentie en de ambitie''. Glimlachend: ,,Al was het bijna aandoenlijk om te horen met hoe weinig arbeid sommigen hun droom dachten te kunnen verwezenlijken.''

Maar wat beogen Cats en Wouda met hun oproep Ga de uitdaging aan, ga voor DISTANCE!? Is het een inhaalrace, bedoeld om het verloren gegane terrein goed te maken? Of moet de open invitatie vooral worden uitgelegd als een noodkreet? Internationaal telt Nederland immers niet meer mee sinds het afscheid van gelauwerde stayers als Wouda, Kirsten Vlieghuis en Carla Geurts. ,,Het sprintvirus is aan de macht'', verzuchtte coach Fedor Hes van Topzwemmen Amsterdam onlangs nog.

Het `sprintvirus' uitbannen willen Cats en Wouda niet, integendeel zelfs. Met de herontdekking van wat zij ,,de ondergesneeuwde disciplines'' noemen, streeft het technische duo een tweeledig doel na. Cats: ,,Ten eerste willen we de kennis van trainers uitdiepen en bijspijkeren, want dat is na zo'n lange tijd hoognodig. Ten tweede moet de belastbaarheid op jonge leeftijd omhoog, zodat een zwemmer meer kan verteren en dus niet per definitie voor de korte nummers kiest. Met alle gevolgen vandien, want wie als junior al vroeg kiest voor de 100 meter, zal op latere leeftijd never nooit meer overstappen op de 400 meter.''

Harde richtlijnen en intensieve begeleiding moeten ervoor zorgen dat Nederland over twee jaar bij de Europese jeugdkampioenschappen weer serieus meedoet op de (midden)lange afstanden. Cats twijfelt niet aan het welslagen van die missie. ,,Lange nummers zijn goed trainbaar, in tegenstelling tot starten en keren. Dat zijn technische details die vaak lastig te verbeteren zijn. Maar uithoudingsvermogen is een vaardigheid waar doorgaans veel rek in zit.''

Want daar schort het aan in Nederland: `omvang'. Vijftig kilometer, meer legt de zwemtop wekelijks over het algemeen niet af. Elders ligt de norm op zeventig, en in sommige gevallen (Amerika, Australië) op tachtig of meer. ,,We hebben behoefte aan méér volume'', benadrukt Wouda, in zijn actieve loopbaan zelf een `trainingsbeest'. ,,Ik ben niet zo naïef om te denken dat dit initiatief binnen no time drie potentiële olympische kampioenen op de lange afstand oplevert. Maar het is een eerste aanzet om het algehele basisniveau op weg naar `Peking' (OS 2008, red.) en daarna omhoog te trekken.'' En Cats: ,,We moeten af van de gedachte dat alleen sprinten stoer is.''

Jacco Verhaeren, trainer van tweevoudig olympisch kampioen én sprinter Pieter van den Hoogenband, tilt niet zo zwaar aan ,,het feit dat Nederland bij de Olympische Spelen van Athene vermoedelijk niet vertegenwoordigd is op de stayerafstanden''. Van een knelpunt is volgens de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen dan ook geen sprake. Cynisch: ,,Het probleem is dat we het een probleem vinden.''

Maar ook Cats rept niet over een alarmerende situatie. ,,Het feit ligt er, maar zorgen maak ik me niet. Althans, niet waar het de topsport betreft. In Athene richten we ons op onze sterke, niet op onze zwakke punten. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht nu alvast een meerjarenplan in de steigers te zetten. Wie weet mondt dat uiteindelijk wel uit in een zweminternaat, wie zal het zeggen?''

Cats neemt de huidige generatie niets kwalijk. ,,Topsporters zijn van nature berekenende types. Ze kiezen niet de makkelijkste, wel de meest waarschijnlijke weg naar succes. En dus voor de 100 of 200 vrij, in de hoop een plaatsje in de estafette af te dwingen en vervolgens met Pieter en Inge (De Bruijn, red.) een medaille te winnen.''

Verhaeren wijt de geringe populariteit van de lange nummers niet zozeer aan het `Pieter & Inge-effect', als wel aan de fysieke bouw van de gemiddelde Nederlander. ,,Lang en slank, en dus gemaakt voor de korte, explosieve nummers. In Zuid-Europa is men over het algemeen klein en gedrongen, en zijn de langere nummers populairder en dus beter bezet.''

In Nederland daarentegen regeert de middelmaat. Zo was de povere 4.04,04 van de 18-jarige Bas van Velthoven gisteren in Dordrecht goed voor de titel op de 400 meter vrije slag. Ter vergelijking: het wereldrecord van de Australiër Ian Thorpe `staat' op 3.40,08. Voor uitzending naar Athene is 3.51,50 vereist. Die tijd heeft Van Velthoven alleen nog maar in zijn dromen gezwommen. ,,Maar Bas maakt progressie'', sust Wouda. En: ,,Ik denk niet in beperkingen, ik denk in mogelijkheden.''

    • Mark Hoogstad