VS moeten Annan om hulp vragen

Het was de week van Saddam, de opgepakte dictator. Getoond aan een miljoenenpubliek als bebaarde duivel en versufte landloper tegelijk. In de mond gespateld en op luizen gecontroleerd, en vervolgens de kinnebakken geschoren voor wereldwijde herkenning. Als Arabier vernederd door de westerse aartsvijand – Amerika. Met Saddam achter de tralies is de wereld beter af. Of het in Irak veiliger wordt, is een andere zaak. Fanatieke aanhangers van Saddams Ba'ath-bewind en soennitische extremisten zullen onrust en terreur blijven verspreiden zolang de Amerikanen in Irak zijn. Zij zien de Verenigde Staten als bezettingsmacht; als kruisvaarders en ongelovigen die de waardigheid van de islam en van een trotse Arabische natie bezoedelen.

Het is leerzaam kennis te nemen van de reacties in de Arabische media op de arrestatie van Saddam Hussein. Hier en daar is de vreugde groot over zijn aanhouding en het formele einde van de `Republiek van de Angst'. Maar in veel commentaren klinken reserves door. Ze laten treffend de kloof tussen de westerse en de Arabische wereld zien; een kloof die door Saddams gevangenneming net zo goed kan groeien als afnemen. Het Egyptische dagblad Al-Ahram schreef deze week: ,,Geen Arabier wenst dit de Arabische president van Irak toe, een van de belangrijkste Arabische landen.'' Kort samengevat is dit waar het in veel reacties om gaat: om de Arabische eer.

Maar wat is de eer waard van een schurk die moordde, roofde, oorlog uitlokte en als een tiran tegen zijn eigen volk tekeerging? Niemand zou iets moeten geven om de eer van dictatoren. En toch gebeurt het. Saddams arrestatie is in het Midden-Oosten niet simpel af te doen met de kernachtige uitlating van Paul Bremer, Amerika's bestuurder in Irak. Zijn `wij hebben hem' leverde mooie televisie en pakkende krantenkoppen op, maar wordt door menigeen in de Arabische gemeenschap geïnterpreteerd als `zij hebben ons'. De Arabier ziet er al snel een bevestiging in van zijn eeuwige rol als slachtoffer. Wat weer een reactie op gang kan brengen: `we pakken ze terug'.

Aan de haat-liefdeverhouding met de gevaarlijke én gevierde dictator die zo nadrukkelijk het westen weerstond, is definitief een einde gekomen. Voor veel Arabieren, Palestijnen onder anderen, betekent Saddams eerloze aanhouding dat er nooit een pan-Arabische leider kan komen. Een ontluisterende gedachte voor iedereen die hoopte op het tegendeel. Dat kan, onder de machtsdruk van president Bush, leiden tot het inzicht dat democratisering van de regio noodzakelijk is. Maar het kan ook koren op de molen van het extremisme zijn. Wijdverspreid anti-Amerikanisme, het onoplosbare Israëlisch-Palestijnse conflict, de bezetting van een Arabisch land en nu ook nog Saddams arrestatie: voor fundamentalisten redenen genoeg om de `botsing van beschavingen' aan te jagen, latent aanwezig sinds `11-9'. Westerse suprematie versus Arabische eer – als iets de gemoederen aan de kook kan brengen in de hogedrukpan van het Midden-Oosten en bij islamitische minderheden in het westen, is het deze opgefokte tegenstelling.

De controverse kan van haar scherpste kanten worden ontdaan als Washington inziet dat Irak en zijn gearresteerde dictator primair zaken van de Irakezen zelf zijn. Militair, politiek, juridisch en financieel-economisch bijgestaan door zoveel mogelijk landen, waaronder Arabische. En onder auspiciën van de Verenigde Naties. De les van de afgelopen maanden is dat met een bezettingsleger de vrede niet wordt afgedwongen. Vechten en veiligheid zijn nu eenmaal onverenigbaar. Als Bush Irak niet wil opzadelen met een oorlogserfenis die ook een stempel drukt op de rest van het Midden-Oosten, dient hij nu, na Saddams arrestatie en de kansen die dit biedt, VN-chef Kofi Annan om assistentie te vragen. De volkerenorganisatie moet in Irak de hoofdrol krijgen die haar toekomt.