VROUWENVERDRIET

In Leven &cetera van 13 december doet Joyce Roodnat verslag van een wandeling langs de Nauernase Vaart naar het gehuchtje Vrouwenverdriet. Haar man zegt: `Het vrouwenverdriet zit verborgen achter de ramen.' Dat bracht de volgende herinnering boven.

Op de avond van 10 mei 1942 heeft daar een jonge man zijn meisje gedood. Op de terechtzitting zegt hij daarover:

,,Vlak nadat wij waren gaan zitten begon mijn meisje erover, dat zij aan de ene kant er tegen op zag om het weg te laten maken en dat zij aan de andere kant haar ouders niet wilde tegenwerken en dat zij er daarom een eind aan wilde hebben. Ik heb toen gezegd, dat wij dan maar 's avonds samen de plomp in moesten gaan, maar zij wilde hebben dat het dadelijk gebeurde. Ook zei zij, dat ik nog aan mijn grootmoeder moest gaan zeggen dat haar zwangerschap niet in de woning van mijn grootmoeder ontstaan was; toen zij dat zei, liepen wij nog. Wij zijn als vanzelf gaan zitten en nadat wij ongeveer 15 minuten gezeten hadden, heeft mijn meisje gevraagd om voor haar een briefje te schrijven. Ik had een vulpen en losse blaadjes bij mij en heb toen op haar wens een briefje geschreven:

`Lieve Vader en Moeder, Ik kan de schande niet verdragen, die ik U aangedaan heb, maar ik kan de schande die ik Wim aan doe om het weg te laten halen ook niet verdragen, dus wat moet ik doen, ik heb Wim gevraagd om mij dood te maken en daar dit volgens mij het beste is, ook dat kan ik zelf niet, Wim zal mij dood maken, omdat ik het zelf wil en hij zal deze dood dragen door de gevangenis in te gaan, want hij zal moeten kunnen vertellen, wat er precies is gebeurd in al die tijd. Waarom heeft U ook geen toestemming gegeven voor een huwelijk. Waarom heeft U mij zo bang gemaakt, enfin, het leven is voor ons beiden uit, misschien heeft U dat liever, ik hoop tenminste maar, dat Wim er voor goed een eind aan maakt, ik zelf kan niet schrijven, dus ook dat moet hij zelf doen, doch wat hij hier geschreven heeft is waar. Hij mag eerst van mij nog naar zijn grootouders, want hij moet eerst toch nog vertellen, dat ik hun beiden misschien iets aangedaan heb, wat deze beste brave mensen toch niet verdienen want het is op een van de Zondagavonden thuis gebeurd, want ik zowel als Wim hielden van elkaar en leefden als man en vrouw, dus nu het is gebeurd en beiden hebben onze zin, U zowel als wij, Uw dochter'.

Mijn meisje heeft mij dat briefje gedicteerd. Zij deed dat niet vlot, maar soms vlug en soms langzaam. Ik heb het haar voorgelezen en daarna in mijn portefeuille geborgen. Ik had toen eerst gevraagd, of zij het briefje niet zelf wilde schrijven en later of zij het niet wilde ondertekenen, maar zij heeft dat niet gedaan. Zij is daarna tegen mij aan gaan liggen en ik heb toen mijn handen om haar hals geslagen en haar gewurgd. Vlak te voren had zij mij niet gevraagd om het nu maar te doen. Zij heeft zich niet verzet en alleen maar tweemaal mijn naam genoemd. Ik heb daarna nog ongeveer 45 minuten met haar in mijn armen gezeten, in welke tijd geen mensen langs gekomen zijn.''

Dit is gebeurd op een stille avond in de berm van het paadje langs de Nauernase vaart. Bij het gehucht Vrouwenverdriet.

    • Prof. Mr. L. Mok
    • Warnsveld (De naam Wim is gefingeerd)