`Voetballers zijn als honden: ze bijten als ze angst voelen'

Het gezag van een scheidsrechter in het (betaalde) voetbal wordt steeds vaker op de proef gesteld. Waarden en normen vervagen immers ook op het veld. Arbiter Dick Jol (47) geeft de voorkeur aan een vermaning boven een kaart.

Een voetbalscheidsrechter moet natuurlijk gezag uitstralen, vindt toparbiter Dick Jol. ,,En dat kun je niet kopen. Dat is iets wat je wel of niet hebt. Als kind merk je het al met voetballen of wanneer je het voortouw neemt op kerstbomenjacht.'' Natuurlijk gezag kun je ook niet leren, wel verder ontwikkelen, meent de Scheveninger. ,,Neem Pierluigi Collina. Ik heb hem al ontmoet op de internationale scheidsrechterscursus in 1993. Toen was hij nog tamelijk onbekend en had hij niet het charisma dat hij nu bezit. Dat heeft hij bereikt door open en eerlijk te zijn.''

Een scheidsrechter krijgt volgens Jol meer gezag door zich minutieus op een wedstrijd voor te bereiden. We zitten in een eetcafeetje ergens in Rotterdam. Jol moet enkele uren later het bekerduel Feyenoord-Vitesse (1-0) fluiten. ,,Ik lees heel veel dag- en weekbladen. Ik kijk naar alle sportjournaals. Dus weet ik dat voorzitter Van den Herik nogal fel heeft uitgehaald in de Feyenoord Krant. Dat kan bepalend zijn voor de sfeer op het veld. Daardoor moet ik me misschien anders opstellen en mijn manier van fluiten aanpassen. Voor Ajax-FC Utrecht las ik vorige week twee pagina's rouwadvertenties in verband met de dood van een Ajax-supporter. In de Arena bleek bij navraag dat de F-Side hem wilde herdenken in de 28ste minuut (wegens zijn leeftijd, red.) met ondermeer Bengaals vuurwerk. Als dat dan gebeurt ben je niet meer verrast. Een goede voorbereiding zorgt dat je overtuigend overkomt, met beide benen recht overeind staat. Dat heeft een andere impact op spelers dan wanneer je staat te trillen als een juffershondje. Het is met voetballers net als met honden. Als ze voelen dat je bang bent, bijten ze je.''

Hij staat bekend als een scheidsrechter die door zijn natuurlijk overwicht spelers verbaal tot orde kan roepen. Gevat en alert geeft hij van repliek. Als iemand ,,klootzak!'' tegen hem schreeuwt kan hij erop rekenen dat hij door Jol op een bestraffende toon wordt toegesproken. ,,Alleen als er geen andere spelers of een microfoon in de buurt zijn. Anders trek ik meteen geel.'' Afgelopen zondag had hij nog een akkefietje met een jonge Ajacied, wiens naam hij niet wil noemen maar het is zeer waarschijnlijk Wesley Sneijder. ,,Hij liep maar domme dingen tegen mij te zeggen. Ik zei tegen hem: `Dat moet je niet doen. Tijdens de opleiding hadden ze je zelfbeheersing moeten leren. Dat praten kan straks ook niet tegen internationale toparbiters als Anders Frisk en Markus Merk'.''

Een scheidsrechter met gezag hoeft ook niet snel naar zijn borstzak te grijpen. Het is niet Jol zijn stijl om in de beginfase meteen zijn tanden te laten zien door bij de eerste de beste overtreding geel te trekken. ,,Als ik dan weg kan komen met een zware vermaning doe ik dat. Zelfs als het volgens de spelregels een kaart is geef ik hem verbaal flink op z'n lazer. Je bent namelijk bij die speler je wisselgeld al meteen kwijt wanneer je geel geeft. De volgende is dan rood en dat kan de sfeer op het veld flink beïnvloeden. Daarom is het altijd mijn streven om met zo min mogelijk kaarten het veld af te stappen. De keuze tussen geel en rood is wel eens lastig. Als geel geen afdoende medicijn meer blijkt te zijn en je stuurt iemand weg, moet je maar afwachten wat er verder gebeurt. Stoppen ze of moet je zes rode kaarten trekken zoals afgelopen weekeinde bij Espanyol-FC Barcelona? Als ik eenmaal begin ga ik ook door met uitdelen van kaarten. Ik loop ertussen, ben onderdeel van de show en soms moet ik er boven gaan staan.''

Collega Eric Braamhaar stapte enkele weken geleden bij PSV-Ajax met dezelfde instelling het veld in als Jol, maar zag de wedstrijd in de eerste helft ontaarden in een veldslag. ,,Braamhaar heeft nog niet het aanzien van een topscheidsrechter. Daarvoor mist hij ervaring. Je moet voor elke wedstrijd in vorm zijn, wij krijgen ook cijfertjes. De eerste overtreding moet je meteen goed zien. Als je het acceptatievermogen en het respect van de spelers niet hebt, dien je het in de wedstrijd heel snel te verdienen. Anderzijds is het zo: als 22 spelers niet willen is elke scheidsrechter kansloos.''

In de loop der jaren is het leiden van een voetbalwedstrijd er niet eenvoudiger op geworden. De tijd dat Leo Horn een wedstrijd kon fluiten op zijn reputatie behoort tot een grijs verleden. ,,De spelers zijn verbaal grover geworden'', stelt Jol die ooit ook actief was als profvoetballer bij NEC. ,,Dat heeft niet alleen te maken met het spelletje, de hele maatschappij is verhard. De spelers zijn daarnaast sneller en sluwer geworden. Ik hanteer in het veld dezelfde normen en waarden als er buiten. Elleboogstoten bestaan al een jaar of twintig. We hebben het met z'n allen laten lopen. Ook de vorige generaties. Nu wordt het te gek en moet het rigoureus worden aangepakt. Maar een huis met achterstallig onderhoud van tientallen jaren kun je niet even in drie maanden renoveren.

,,Ik heb wel respect voor trainer Co Adriaanse. Hij drukt spelers op het hart geen gekke dingen te doen. Er gebeuren nog genoeg goede en leuke zaken in het topvoetbal. Zo stond ik laatst in de spelerstunnel te wachten om het veld op te gaan voor NEC-PSV. Vroeg Arjen Robben aan me: `Hoe is het met U?' Heeft zo'n jongen meegekregen van huis. Zo hoort het toch? Achter ons gaven Kezman en Govedarica elkaar volgens Joegoslavisch gebruik een zoen. Ik zei tegen Kezman: `Doe mij maar een hand'.''

Tot hij twee jaar geleden wegens zijn leeftijd over de grens moest stoppen met fluiten leidde Jol 95 internationale wedstrijden, onder meer een Champions-Leaguefinale en de eindstrijd op het WK voor clubteams in Rio de Janeiro. ,,Internationale wedstrijden zijn eenvoudiger in de hand te houden. Dat komt omdat de Europese voetbalunie UEFA en de wereldvoetbalbond FIFA zwaarder straffen. Bovendien heb je vaak te maken met topspelers die de druk aankunnen. Daar gaan ze dagelijks mee om. Bij die spelers is het respect voor de arbiter groter, want ze weten dat je ook niet zomaar op dit niveau bent gekomen. Een scheidsrechter moet zich wel inleven in de culturen van de spelers op het veld. Een Scandinaviër reageert heel anders dan een Spanjaard. Als een Zuid-Europeaan zich opwindt, zegt hij misschien wel helemaal niets verkeerds tegen je. Ik heb een keer meegemaakt dat Bebeto, die toen uitkwam voor Deportivo la Coruña, langs de lijn te keer ging tegen grensrechter Jan Dolstra. Die zag ik vervolgens ook een riedel geven. Na afloop vroeg ik hem verbaasd wat hij allemaal had gezegd. Was Dolstra in het Fries tegen Bebeto uitgevallen.''

Even lachwekkend, maar minder vriendelijk was de botsing afgelopen zaterdag tussen Patrick Lodewijks en arbiter Ben Haverkort. De gezagsdrager in het veld stak enkele keren zijn tong uit naar de Feyenoord-doelman. ,,Als scheidsrechter moet je nooit een lik-op-stuk-beleid voeren'', meent Jol. ,,Dan krijg je gelazer in de tent. Er moet altijd respect zijn naar de speler toe. Lodewijks kwam wel heel denigrerend de bal brengen. Hij had het misschien moeten accepteren en nadat ze het hebben uitgepraat in de kleedkamer niet in de publiciteit moeten brengen. Nu is er weer een stukje afgeknabbeld van het imago van het betaalde voetbal in het algemeen en de arbitrage in het bijzonder.''

Dit is de eerste aflevering in een serie artikelen over gezag in de sport.

    • Erik Oudshoorn