Verloren generatie

`DE MENS raapt in het Amazonewoud zoveel wilde paranoten dat nieuwe aanwas van de boom nauwelijks meer een kans krijgt. Het veelgeroemde voorbeeld van duurzame exploitatie van het regenwoud blijkt minder duurzaam dan gehoopt', waarschuwt plantenecoloog Pieter Zuidema, docent/onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Zuidema is mede-auteur van een grootschalige veldstudie, waarbij een internationaal team 23 verschillende populaties van de paranotenboom (Berthollia excelsea) onderzocht op plaatsen in Brazilië, Bolivia en Peru (Science, 19 dec).

``Voor de komende decennia is er nog geen probleem'', stelt Zuidema gerust. ``De bomen die paranoten leveren worden namelijk behoorlijk oud. Maar uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat er een probleem ontstaat met de natuurlijke verjonging van bomen. De oorzaak blijkt de huidige oogstdruk en ook de oogsthistorie van het gebied.''

Op plaatsen waar decennialang intensief paranoten geoogst worden waren jonge bomen vrijwel afwezig. ``Het ergst was de situatie in Noordoost-Brazilië. Niet geheel toevallig is ook daar bijna honderd jaar geleden het verzamelen van paranoten op grote schaal begonnen. De populatieopbouw is er danig verstoord; er staan nauwelijks bomen met een stamdiameter van kleiner dan zestig centimeter, een omvang die ze bereiken als ze 70 tot 80 jaar oud zijn.''

STAMOMVANG

Op plekken waar (nog) geen paranoten werden verzameld kwamen zoals verwacht de meeste jonge bomen voor. Hier had ruim een kwart tot driekwart van de paranootbomen een stamomvang van tussen de 10 en 60 centimer. De grote verschillen in leeftijdsopbouw van het bomenbestand bleek puur te verklaren uit de oogstdruk, aldus Zuidema: ``We hebben natuurlijk gekeken of er ook andere factoren van invloed waren zoals het voorkomen van agouti's (grote knaagdieren), jachtdruk, regenval en bodemgesteldheid, maar die hadden geen van allen zo'n duidelijke relatie.''

De paranotenboom maakt zware vruchten ter grootte van een flinke grapefruit. Als deze rijp zijn vallen ze op de grond. Per vrucht zitten er 10 tot 25 zaden, die eveneens omhuld zijn door een harde verhoute schil. De schil beschermt de smakelijke, witte en halvemaanvormige inhoud van de noot tegen uitdroging of verschimmeling. In de natuurlijke ecologie van het regenwoud zijn het vooral agouti's die paranoten verzamelen en opeten. De dieren verstoppen de noten voor later gebruik en verspreiden zo de noten dieper het bos in. Een vergeten voorraad kan ontkiemen en zo ontstaat een nieuwe generatie paranootbomen.

Zuidema: ``In de natuur kan het wel 100 tot 125 jaar duren voordat een boom zo ver uit een zaadje is opgegroeid dat hij zelf vruchten gaat maken. In plantages kan die zaadzetting behoorlijk worden versneld, maar ook dan gaat er nog altijd tien jaar overheen. Bovendien wordt dat nog maar heel weinig gedaan, want de investeringen zijn hoog en men moet lang wachten op de opbrengsten.''

Jaarlijks oogst de bevolking van het Braziliaanse deel van het Amazoneregenwoud meer dan 45.000 ton paranoten, die wereldwijd verhandeld worden. Meer dan 99 procent van de noten wordt in ongerept, primair bos verzameld. Juist om die reden werd gedacht dat paranoten een uitgelezen mogelijkheid boden om op een duurzame manier een inkomen te verwerven uit het bos. Het bos is echter niet onuitputtelijk; op de lange duur blijkt de veel grotere verzamelefficiëntie van de mens ten opzichte van de agouti een doodlopende weg.

BOYCOT

Moeten we de paranoten nu gaan boycotten? ``Nee, dat is zeker niet de bedoeling van ons artikel'', zegt Zuidema. ``Integendeel, we moeten ze vooral blijven kopen. De handel is heel belangrijk voor de duurzame ontwikkeling van de regio's in Brazilië, Peru en Bolivia. Een flink deel van de bevolking is er voor zijn inkomsten van afhankelijk. Nog steeds geldt: door waarde aan het bos te geven kan ontbossing worden voorkomen. Het verzamelen van vruchten of zaden biedt veel meer mogelijkheden voor duurzaam bosbeheer dan het oogsten van palmhart of het kappen voor de productie van hardhout. Dat grijpt in op een andere plaats in de levenscyclus en is daardoor veel destructiever. Zaden zijn er daarentegen in overmaat, dus dat kan wel wat lijden.''

Eerder deed Zuidema promotie-onderzoek aan het oogsten van paranoten in Noord-Bolivia. ``Daar zag je wel continue verjonging van de bomen ondanks het feit dat de lokale bevolking tot 93 procent van de noten weghaalde. Elk jaar zag je weer nieuwe kiemen. Er was dus geen duidelijk gat in de leeftijdsopbouw van de bomen.''

Daarom denkt Zuidema dat er een heel simpele oplossing is om het verzamelen van paranoten wel duurzaam te maken: ``Namelijk door een rotatiesysteem te hanteren. De concessies of bospercelen die door een dorp of familie worden geëxploiteerd, moeten in twintig gebieden worden ingedeeld. Elk jaar wordt een van die twintig ongemoeid gelaten en kan er in de overige negentien percelen gewoon geraapt worden.''

    • Sander Voormolen