Veldslag om de herinnering

Woorden wegen loodzwaar. Beelden zijn cruciaal in de Israëlisch-Palestijnse slag om de publieke opinie. De documentaire Jenin, Jenin is inzet van een hoogoplopend conflict. Niet in een stinkend en stoffig vluchtelingenkamp, niet in een Israëlische bus of restaurant, maar in de rechtszaal. De hoogste rechters buigen zich er nu over.

De arts over de acteur: ,,Hij moedigt terrorisme aan, hij is dus een terrorist.''

De acteur over de arts: ,,Ik haat hem, ik háát hem echt. Hij verdraait alles.''

David Zangen is Israëliër, kinderarts en joods.

Mohammed Bakri is Israëliër, acteur en Arabisch.

Zangen, zwart haar, diepbruine ogen, spreekt vloeiend Arabisch: ,,Geleerd in het ziekenhuis.'' Het Hebreeuws van Bakri, hemelsblauwe ogen, donderblond haar, is accentloos: ,,Geleerd in het theater.''

In het Haddassah Ziekenhuis in Oost-Jeruzalem behandelt Zangen ook kinderen uit Ramallah, Nablus, Jenin en de vluchtelingenkampen. Avond aan avond staat Bakri op het toneel van het Habima-theater, de schouwburg van Tel Aviv, met een overwegend joods publiek in de zaal.

David (44) en Mohammed (50), allebei open en direct, allebei zó succesvol in hun beroepen, allebei vaders van kinderrijke gezinnen, allebei sociaal-liberaal denkend, zouden vrienden kunnen zijn. Geen van beiden is extremistisch, of in de ban van religieus fanatisme.

De Arabier omarmt de joodse staat Israël als zijn thuisland, de jood is voor de oprichting van de Arabische staat Palestina. Met hun fotogenieke koppen, hun familiegeschiedenissen, waarin oorlogen centraal staan, hebben zij veel met elkaar gemeen.

Maar Jenin scheidt hen.

De `Slag om Jenin', een dieptepunt in het Israëlisch-Palestijnse conflict, is de splijtzwam. Majoor Zangen was er in die regenachtige aprilmaand van 2002 bij als legerarts, net als 2.000 andere militairen, grotendeels reservisten met banen als buschauffeur, bedrijfsleider, advocaat. Hij verzorgde de gewonden en zag vrienden sterven.

Bakri keek thuis naar de schaarse beelden van het Israëlische Kanaal 1, BBC, CNN en Al-Jazira. Hij zag tanks in de smalle straten van het vluchtelingenkamp bij Jenin, de Apache- en Cobra-helikopters en bulldozers zo hoog als een Arabisch appartementenblok. En hij luisterde met verbijstering naar de berichten over vermeende massaslachtingen, massagraven en Israëlische oorlogsmisdrijven.

In een impuls besloot hij met een bevriende cameraman een film te maken. Hij arriveerde nadat het leger zich had teruggetrokken. Het resultaat – Jenin, Jenin – is nu inzet van een hoogoplopend juridisch gevecht, waarin het gaat om de vrijheid van expressie in oorlogstijd, de reikwijdte van de censuur en de eer van het Israëlische leger. De vraag is of de documentaire ooit in Israëlische bioscopen te zien zal zijn.

Eerst – in december 2002 – verbood de Film Censuurraad Jenin, Jenin als een ,,propagandafilm waarin de gebeurtenissen worden gepresenteerd op een manier die het publiek kan misleiden''. Bakri ging in beroep bij de hoogste rechters van het land. Bijna een jaar later, eind september 2003, gaf een panel van rechters van de Hoge Raad toestemming voor vertoning. Over het waarheidsgehalte en de merites van Jenin, Jenin spraken zij zich niet uit. Zij stelden alleen vast dat het censureren van de film zich niet verdraagt met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van expressie. Een vertoningsverbod, uitgevaardigd door de Hoge Raad, zou in de Israëlische geschiedenis een unicum zijn.

Op de dag (4 december) dat de film eindelijk in Israël te zien zou zijn, een dik jaar na verschijning op het Internationale Documentaire Festival Amsterdam (IDFA) en andere Europese festivals, schortte een rechter van de Hoge Raad alsnog de vertoning op, omdat het ministerie van Justitie, familieleden van gestorven soldaten en de `Vechters van Jenin' beroep hadden aangetekend tegen de toestemming om de documentaire te vertonen. Diezelfde `Vechters van Jenin', zoals de groep reservisten zichzelf noemt, heeft donderdag tegen Bakri persoonlijk een proces wegens laster aangespannen. Zij eisen, naast een nader te bepalen schadevergoeding, dat de scènes waarin zij voorkomen uit de film worden gehaald.

De hoogste rechters van het land buigen zich nu naar aanleiding van het nieuwe bezwaarschrift, dat gesteund wordt door de minister van Defensie Mofaz en de generale staf, opnieuw over de vraag hoe vrijelijk meningen geuit kunnen worden in tijd van oorlog. In een land dat trots is op zijn democratie, maar waar de strijd om te overleven de nationale psyche tekent, is die vraag onderwerp van heftig debat. Als woorden kogels waren, zouden er net als destijds in Jenin, al doden zijn gevallen.

Voor de meeste Israëliërs is het een uitgemaakte zaak dat de aangrijpende beelden en getuigenissen in Jenin, Jenin artistiek verpakte leugens zijn.

Voor de Arabische bevolking en de Palestijnen is het bewijs opnieuw geleverd dat de vrijheid van meningsuiting voor sommigen wel en voor anderen niet geldt. In die mening worden zij gesterkt door de productie en voortvarende uitzending van de tegenfilm The Road to Jenin van de Frans-Israëlische filmmaker Pierre Rehov.

Ongeopende brief

Op het terras van de Cinémathèque in Tel Aviv wordt de kettingrokende Bakri herkend en omhelsd, hij is met genoegen Bekende Israëliër. Sinds een jaar komt het echter regelmatig voor dat hij in het theater wordt uitgejouwd, en niet iedere taxichauffeur stelt, zoals deze ochtend, prijs op zijn klandizie. De spanning tekent zijn gezicht. Er gaat geen dag voorbij zonder reactie, op straat in Tel Aviv, in de trein van en naar zijn dorp Ba'aneh bij Nazareth. Hij is niet bang voor de soldaten, wel voor die ene gek. Hij heeft aan zijn vrouw en zes kinderen een brief geschreven die ze mogen openen in het geval die ene fanaticus hem werkelijk zal treffen. ,,Remember Rabin.''

Bakri vertelt over zijn leven, zijn werk en zijn spectaculaire carrière als zeer gewaardeerde toneel- en filmacteur, die soms ook politiek geëngageerde rollen vertolkte in films en toneelstukken over `het conflict'. ,,Ik ben nog steeds dezelfde Mohammed Bakri die ik altijd was, een onbeholpen vredesactivist, maar opeens ben ik een terrorist'', zucht hij. Dat heeft met Jenin, Jenin te maken, maar ook met zijn familie.

Twee familieleden waren betrokken bij de zelfmoordaanslag van 2 augustus 2002 op het kruispunt van Meron in Galilea – een `operatie' in het Palestijnse lexicon – op de Egged-bus van Haifa naar Safed. Negen doden, vijftig gewonden. De oudste zoon van zijn broer was betrokken bij de organisatie van de aanslag en vervoerder de dader, een achterneef, naar Meron.

Bakri: ,,Die jongens zouden eerst mijn film hebben gezien en vervolgens de aanslag hebben uitgevoerd. Ik word er nu van beschuldigd een soort sjeik Ahmed Yassin, de leider van Hamas, te zijn. Die aardige, vriendelijke Bakri, die anders dan de meeste Arabieren iedereen recht aankijkt tijdens een gesprek, is opeens veranderd van vredelievende acteur in sjeik Yassin.''

In de dagelijkse maalstroom van waarheden, leugens, doelbewuste uitvergrotingen en defensieve reacties is inderdaad al een verband gelegd tussen Bakri, de film en de aanslag bij Meron. Foto's van Bakri, zijn neef en achterneef stonden vervolgens op de voorpagina's onder grote koppen `De moordenaarsfamilie' (Yedioth Ahronot) en `Collaborateurs van Terroristen' (Ma'ariv).

,,Het is een tragedie. Voor de slachtoffers, voor de nabestaanden en voor mijn familie. Mijn broer is helemaal kapot, mijn vader is, denk ik, van verdriet gestorven. De oudste zoon van mijn broer was zijn lievelingskleinkind. Hij had een prima baan bij Coca-Cola, hij had geld, hij had vriendinnen. Wat hem bezield heeft, begrijpt niemand. Nu is hij veroordeeld tot 370 jaar gevangenisstraf omdat hij een terrorist heeft geholpen. Zelfmoordaanslagen bieden geen oplossing, ik keur het af, het is de misdadige oplossing van extremisten. Wij denken dat hij zich heeft laten meeslepen door de zoon van mijn neef in Jenin, een totaal verknipte jongen. We kunnen het hem niet meer vragen.''

Als Bakri de beslissing om de film te maken kon terugdraaien, zou hij dat meteen doen. Met open blik: ,,Ik ben dom geweest. Dom, stom en naïef. Ik heb die film willen maken voor de gewone, joodse Israëliër, mijn landgenoot, mijn buurman. Ik dacht dat ik met mijn bekendheid een brug van begrip zou kunnen slaan. Ik dacht een volledig geaccepteerde Israëlische staatsburger te zijn naar wie misschien geluisterd zou worden. De doorsnee Israëliër weet weinig van de bezetting, weet weinig van de checkpoints, weet niets van het leven in de kampen en heeft nog nooit de muur gezien. De Israëliërs leven in angst, zij reageren altijd defensief en denken dat iedere Palestijn lid is van Hamas en dat iedere Palestijn iedere jood in zee wil drijven. Zoals iedere Palestijn denkt dat iedere Israëliër een soldaat is, die op ieder moment de trekker kan overhalen. Niet alle Israëliërs heten Sharon. Dat laatste denk ik trouwens nog steeds.''

In de Goldie Hawn-zaal van de Cinémathèque laat hij zijn 55 minuten durende documentaire zien. Net als in zijn eerdere film 1948 is Jenin, Jenin een aaneenschakeling van getuigenissen van bejaarden, vrouwen en kinderen; rauwe, dramatische en beschuldigende verhalen van vluchtelingen, onder wie sommigen die hun oude dorpen in de heuvels in Israël kunnen zien liggen. Beelden van de ruïnes van het kamp, de vernielde huizen rondom de sahah, het centrale plein, worden afgewisseld met flitsen uit de reportages van CNN, Channel 1 en Sky-TV. Getuigenissen worden niet van tegenspraak voorzien, toelichtend commentaar ontbreekt. Bakri, die voor de camera uitloopt, zegt geen woord; een doofstomme man legt met wilde gebaren uit hoe geboeide vechters werden doodgeschoten en waar eens de huizen stonden.

Jenin, Jenin valt niet op als de magistrale documentaire over het beleg. Context, toelichting en nuance ontbreken. Bakri wilde de kampbewoners een gezicht en een stem geven en zij beschuldigen de Israëliërs, Sharon voorop, en de ruggengraatloze Arabische leiders. Secretaris-generaal Annan wordt door een schoenenverkoper belachelijk gemaakt omdat hij na Amerikaanse en Israëlische druk geen onderzoek instelde naar de beschuldigingen over oorlogsmisdaden, die volgens mensenrechtenorganisaties wel degelijk zijn gepleegd.

Drie valkuilen heeft hij niet kunnen ontwijken. Zijn producent ter plaatse, de 25-jarige Iyad Tahar Samoudi, werd in mei 2002 door soldaten gedood, hij bleek actief lid van de Al Aqsa Martelarenbrigades. Twee van de mannen die in de film worden opgevoerd als onschuldige burgers bleken Fatah-strijders te zijn die betrokken waren bij aanslagen in Israël en de bezette gebieden. Hij laat ook een 12-jarige meisje aan het woord dat ronduit trots is op de shebab, zoals de jonge Palestijnse vechters worden genoemd en trots is op de ,,martelaren''. Vooral op de martelaren uit Jenin, de ,,hoofdstad van de zelfmoordterroristen''.

,,Ik wist dat niet, ik heb mijn producent nooit gezien met wapens en bommen. Ik hoorde pas achteraf dat hij bij Al Aqsa-brigades zat. Ik wilde alleen maar aan mijn Israëlische landgenoten laten zien waar de terreur vandaan komt. Ik wilde laten zien dat de bezetting leidt tot terreur en waarom dat het geval is. Misschien zouden zij dan geen tanks en bulldozers meer sturen'', legt Bakri na afloop van de vertoning uit. Hij erkent dat de context ontbreekt, iedere verwijzing naar de winter 2001/2002 en het bloedige voorjaar van 2002 is weggelaten. De talrijke Palestijnse slachtoffers in die periode worden wel gemeld, de aanslagen op Israëlische bussen, winkels en het Park Hotel in Netanya, waar dertig feestvierende gasten stierven, niet. De aanslag op dat hotel leidde tot de operatie Defensive Shield en de omsingeling van alle Palestijnse steden, Jenin in het bijzonder, omdat daar een relatief groot aantal zelfmoordaanslagen in Haifa, Hadera en Tel Aviv waren voorbereid.

David Zangen geeft in het Haddassah Ziekenhuis in Oost-Jeruzalem de 14-jarige Aya uit het vluchtelingenkamp Shoafat een infuus. Toen hij in april 2002 in Jenin was, werd hij gebeld door een patiënt die, toen hij hoorde dat de arts in de stad was, meteen langs wilde komen. In de twee andere bedden liggen ultra-orthodoxe jongens op hem te wachten. Ivriet, Arabisch, Jiddisch, Russisch en Nederlands zijn de voertalen in het ziekenzaaltje. De ouders van Zangen emigreerden in 1955 van Den Haag naar Ramat Gan bij Tel Aviv.

Schotwonden

Als hij zijn patiënten heeft geholpen, zegt hij dat het ontbreken van context en commentaar niet zijn grootste probleem is. ,,Dat kan mij helemaal niets schelen. Het grote probleem is dat de film brandstof is voor de zelfmoordterroristen van volgende week. Deze film kan in Nederland of Frankrijk vertoond worden zonder het gevaar dat er een reactie op zal volgen. Vertoon deze film hier in de bioscoop, op tv en in de moskeeën en je weet met zekerheid dat er volgende week een aanslag wordt gepleegd. Bakri zet aan tot geweld, het is een opruiende film, hij ontketent geweld. Zijn neef, die betrokken was bij de aanslag in Meron, heeft het zelf gezegd, hij had de film al gezien. Zijn partner in de film, de producer, bleek een actieve terrorist te zijn, twee van de ondervraagden waren actieve terroristen. De film is een gevaar voor de openbare veiligheid. De Hoge Raad staat dus voor een moeilijke beslissing en kan zich niet permitteren zich op te stellen als een groep neutrale rechters, als een hof in Brussel. De toestand hier is anders.''

Vrijheid van meningsuiting? Vrijheid van artistieke expressie? In een land waarin films gecensureerd worden wil hij toch niet wonen? ,,Laat ik voorop stellen dat ik part noch deel had aan het besluit van de Filmraad om de film te censureren. Wij zijn pas daarna in actie gekomen, omdat de film zoveel leugens bevat. Wij worden afgeschilderd als slachters, als massamoordenaars, wij worden neergezet als nazi's. Ik verwacht helemaal niet van Bakri dat hij een uitgebalanceerde documentaire maakt. Facts are sacred, comment is free, natuurlijk. Het kan mij geen lor schelen als hij het leger, de politiek, Israël bekritiseert, maar hij laat in zijn film mensen pure leugens vertellen en die kunnen niet onweersproken blijven.''

Zangen spreekt over ,,de zeven leugens van Jenin, Jenin''. Bakri laat in de film de 75-jarige Ali Yusuf Fad aan het woord over zijn verwondingen aan hand en voet, schotwonden. Maar het vervolgrelaas is weggesneden. De bejaarde man overdreef, het waren schaafwonden en hij was verzorgd door Israëlische soldaten. Zangen: ,,Ik heb die man zelf behandeld. We ontdekten dat hij ook een hartprobleem had en we hebben hem overgebracht naar een joods ziekenhuis omdat het ziekenhuis in Jenin hem niet wilde opnemen.'' In de film beweert de geneesheer-directeur van dat ziekenhuis dat de westelijke vleugel geheel vernield was. De Verenigde Naties, de Europese Unie en het Rode Kruis hebben vastgesteld dat het ziekenhuis onbeschadigd is gebleven, er was zelfs nooit een westelijke vleugel. Diezelfde arts, dr. Abu Rali, was destijds de bron van het wereldwijd verspreide verhaal dat er ,,honderden, zoniet duizenden lijken'' in de straten van Jenin lagen. De Verenigde Naties en de Europese Unie stelden nadien vast dat er aan Palestijnse kant 53 doden waren gevallen, onder wie vier vrouwen en twee kinderen.

,,Helemaal schandelijk is de cinematografische manipulatie'', meent Zangen. In de film ligt een groep gevangen Palestijnen op de grond, geboeid. Het fragment, afkomstig van een tv-station, laat zien hoe een tank op de liggende mannen afrijdt. ,,De suggestie wordt gewekt dat de tank over de mannen rijdt, ook omdat hij dat iemand laat zeggen. Dat is helemaal niet gebeurd en het beeld is afkomstig uit Nablus en niet uit Jenin.''

Met felle ogen: ,,Ik houd staande dat het Israëlische leger het meest morele leger ter wereld is. Ik kan wel vertellen dat er na Jenin enorme discussies zijn gevoerd door soldaten en door ouders van gesneuvelde soldaten over de behoedzaamheid waarmee wij hebben gehandeld. Er zijn daardoor aan onze kant jongens onnodig gestorven. In plaats van huizen en gebouwen meteen met de grond gelijk te maken als van daaruit op ons werd geschoten, wachtten wij tot de bewoners weg waren. Het was trouwens heel moeilijk om een onderscheid te maken tussen strijders en gewone burgers. Er vielen aan onze kant 23 doden, voornamelijk omdat we te voorzichtig waren, dertien van hen liepen in een hinderlaag toen zij achter de terroristen aangingen die zich in de huizen hadden verscholen. Er zijn vaders van gesneuvelde soldaten die razend zijn op de pelotonscommandanten, omdat die te prudent zouden zijn geweest. Wij hadden de zaak meteen moeten platbombarderen, vinden zij. En dan worden wij daarna voor nazi's uitgemaakt.''

De Nederlandse grootvader van Zangen stierf in Auschwitz. `Vechters van Jenin' die na hun dienst als reservist terugkeerden op hun werk werden met kritische vragen en verwijten bestookt. Zangen werd tijdens een besloten voorvertoning in de Cinémathèque van Jeruzalem voor een grotendeels joods publiek uitgescholden voor moordenaar en oorlogsmisdadiger en kreeg de vraag voorgelegd hoeveel Palestijnse kinderen hij had gedood. De directrice van de bioscoop, Lia van Leer, en David Zangen zullen nooit meer vrienden worden. ,,Ik was diep geschokt dat ik werd uitgescholden en niet eens het woord kreeg, de microfoon werd uit mijn handen gerukt. Ik voel de haat nog steeds. Lia van Leer durfde het gewoon niet aan mij het woord te geven, zo laf.''

Van Leer wil daar niet op reageren. Het enige wat zij kwijt wil is dat zij films nooit beoordeelt op ,,in de film gepresenteerde feiten''. Een volwassen publiek kan dat volgens haar zelf wel beoordelen. Maar over een eventueel permanent verbod wil zij niets zeggen, de verhoudingen in het provinciale, gespleten Jeruzalem zijn blijkbaar te precair. Zij ,,wacht het oordeel van de Hoge Raad af''.

Haar collega in grootsteeds Tel Aviv, Alon Garboz, is stelliger. ,,Het zou absurd zijn als de film werd verboden, een enorme blamage, dat wordt een internationaal schandaal en wij liggen tegenwoordig al zo lekker in het buitenland. Gaan we dan ook Checkpoint van Yaov Shamir verbieden, die film heeft net op het IDFA in Amsterdam de VPRO-prijs gekregen? En Arna's children, waarin een groep Palestijnse kinderen in Jenin wordt gevolgd – drie van hen stierven in de gevechten en één pleegde een zelfmoordaanslag. Wat gaan we daarmee doen? Als Jenin, Jenin wordt verboden, moet je die films ook verbieden. Jenin, Jenin moet juist vertoond worden om aan de bezetting een einde te maken'', meent de Cinémathèque-directeur.

Zangen: ,,Wij leven in een vrij land, natuurlijk moeten documentaires over checkpoints en kinderen vertoond kunnen worden. Maar het is extreem en absurd als je vindt dat je met de vertoning van Jenin, Jenin de bezetting kan beëindigen. Alon Garboz vertegenwoordigt het denken in Israël niet. Hij weet niet waar hij over praat. Voor hem is de oorlog een abstractie, geen realiteit. Hij is nog nooit op de eerste hulp van een ziekenhuis geweest na een terreuraanslag. Hij heeft nog nooit een Israëlische jongen of een Palestijns meisje, stervend, in zijn armen gehad.''

In gesprek met The New York Times over invalshoeken en perspectieven constateerde schrijver David Grossman gisteren dat ,,een samenleving in crisis de realiteit leert te verstollen tot één werkelijkheid en die werkelijkheid beziet door een zeer kleine bril. Maar er is nooit slechts één verhaal''. Dat neemt niet weg dat de behoefte aan een evenwichtige en meesterlijk gemaakte documentaire over die lange, tragische dagen in het afgesloten Jenin er met het verstrijken van de tijd niet minder op is geworden.

    • Oscar Garschagen