`Veel uitgeverijen spelen op safe'

Ulli Jessurun d'Oliveira (70) vertrekt na zes jaar als bestuursvoorzitter van het Fonds voor de Letteren. ,,Wij subsidiëren een hoop zeer lekker lezende boeken.''

Ulli (Hans Ulrich) Jessurun d'Oliveira (70) nam gisteren na zes jaar afscheid als bestuursvoorzitter van het Fonds voor de Letteren, de stichting die subsidies verstrekt aan schrijvers en vertalers. Auteur Hans Maarten van de Brink neemt het voorzitterschap voorlopig waar.

Jessurun d'Oliveira was samen met J.J. Oversteegen en Kees Fens oprichter van het roemruchte literaire tijdschrift Merlyn (1962-1966).

Daarna volgde een carrière in de `juristerij', die hij afsloot als hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Wat is er de afgelopen jaren met het fonds gebeurd, en wat was uw rol daarin?

,,De belangrijkste verandering is de nieuwe wijze van subsidiëren: schrijvers kregen vroeger meerjarige beurzen, nu krijgen ze projectwerkbeurzen waarvoor ze regelmatig voorstellen kunnen indienen. Dat nieuwe systeem hebben we jaren geleden al bedacht, en het is nu eindelijk helemaal ingevoerd. Omdat tegen alle besluiten van het fonds, een zelfstandig bestuursorgaan, bezwaar mag worden gemaakt, kon ik met mijn achtergrond in de juristerij het fonds op juridisch vlak bijstaan.''

Is het literaire klimaat tijdens uw voorzitterschap veranderd?

,,Schrijvers werden vroeger over het algemeen met meer egards behandeld dan nu. Uitgevers, met name die van de grote concerns, zijn harder en zakelijker geworden. De begeleiding van schrijvers wordt slechter en hun manuscripten worden slordiger geredigeerd. Dat laatste blijkt uit de leesrapporten die het fonds laat maken. Op iedere titel die verschijnt, moeten uitgevers bepaalde winstmarges halen. Als dat niet lukt, hebben ze het slecht gedaan. Daarom spelen ze op safe en geven ze lekkere boeken uit die zonder twijfel goed zullen verkopen. Dichters moeten steeds langer wachten voordat hun manuscripten worden uitgegeven. Het gebeurde laatst dat een dichter subsidie kwam vragen voor een nieuw project, terwijl zijn oude manuscript uit 2001 nog steeds niet was uitgegeven.''

Wat voor invloed heeft het fonds op de kwaliteit van de literatuur?

,,Lisa Kuitert (hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, red.) heeft de term subsidieliteratuur geïntroduceerd. Ze vond dat gesubsidieerde boeken vaak niet goed leesbaar waren. Ik kan met mijn hand op het hart verklaren dat het fonds een hoop zeer lekker lezende boeken subsidieert. Het is jammer dat de gedachte van de subsidieliteratuur zich nu heeft vastgezet bij het ministerie. Omdat er steeds minder wordt gelezen, heeft men daar geconcludeerd dat er meer geld naar leesbevordering moet. Daarom, en dat is een uitermate zwakke motivering, zou het subsidiëren van al die schrijvers wel wat minder kunnen. Het zou heel betreurenswaardig zijn wanneer dat gebeurt.''

Hoe ziet de toekomst van het fonds eruit?

,,Het zijn slechte tijden voor ons. We worden hoogstwaarschijnlijk ruim tien procent gekort door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarom moeten we voorlopig pas op de plaats maken. De kerntaken van het fonds moeten worden bepaald, en er moet worden gekeken of het geld tot nu toe adequaat is ingezet. Staatssecretaris Medy van der Laan laat nu onderzoeken of het zinvol is om het fonds te fuseren met het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten. Dat lijkt me een goed idee. Onze activiteiten overlappen op het terrein van de non-fictie toch al steeds meer. In de verre toekomst behoort zelfs een fusie met het Literair Productie- en Vertalingenfonds tot de mogelijkheden.''

Heeft u ideeën om weer een wat steviger positie te krijgen?

,,De uitgevers zouden ons geld kunnen geven. Indirect subsidiëren wij immers de uitgevers: wij zorgen ervoor dat er goedkope vertalingen en manuscripten worden aangeleverd. Wanneer een door ons gesubsidieerde vertaling heel succesvol is, zou het fonds daar best wat voor mogen terugzien. Denk bijvoorbeeld aan De kleine vriend van Donna Tartt. Over zo'n regeling, waar ik nog geen concrete vorm bij in gedachten heb, gaat het fonds met de literaire uitgevers praten.''

    • Ward Wijndelts