Trees leest Canadees

Vrouwen maken in de Canadese literatuur de dienst uit, stelt Pieter Steinz in de op een na laatste aflevering van zijn serie over lezen op locatie.

De prestigieuze Man Booker Prize wordt sinds 1969 uitgereikt aan het beste fictieboek uit Groot-Brittannië en het voormalige Gemenebest. Drie van de in totaal 37 winnaars zijn Canadees: Michael Ondaatje (1992, The English Patient), Margaret Atwood (2000, The Blind Assassin) en Yann Martel (2002, The Life of Pi). Je zou het een mager totaal kunnen noemen voor een land met 27 miljoen inwoners, iets meer dan de helft van het aantal Engelsen. Maar wie op een andere manier tegen de prijslijst aankijkt – drie keer een Canadese triomf in de afgelopen twaalf jaar – trekt een positievere conclusie: Canada heeft zich in een hoog tempo literair geëmancipeerd. Van een land met een minderwaardigheidscomplex tegenover de voormalige kolonisator – een kwarteeuw geleden was er in de scholen nog nauwelijks aandacht voor de Canadese literatuur – is het uitgegroeid tot een zelfbewuste natie met meerdere Nobelprijskandidaten (Atwood en de verhalenschrijfster Alice Munro), het grootste literaire festival van de wereld (Harbourfront in Toronto), en twee verschillende literaturen.

Twee literaturen ja, want in de deelstaat Québec houdt de Franse letterkunde dapper stand tegen de Engelse overheerser. En hoewel de littérature québécoise relatief jong is, heeft ze geen gebrek aan grote namen – of het nu de dichter en romanschrijfster Anne Hébert (1916-2000) is of haar fakkeldraagster Marie-Claire Blais (1940). Vrouwen lijken in de Canadese literatuur de dienst uit te maken, zowel in Québec als in de andere elf provincies. Behalve Hébert, Atwood, Munro en Blais behoren de dit jaar overleden Carol Shields en de bestsellerschrijfster Ann-Marie MacDonald tot de belangrijkste literaire exportproducten.

Ook de tegenwoordig bekendste roman over Canada is geschreven door een vrouw, E. Annie Proulx. In The Shipping News (`Scheepsberichten') vindt een door zijn vrouw verlaten journalist geluk in Newfoundland – het barre noordwestelijke deel van Canada waar de winter lang en donker is en het menu (zeehondenvinnentaart!) barbaars. Proulx, die in Connecticut geboren is maar afstamt van de zeventiende-eeuwse Franse kolonisten in Québec, ging met The Shipping News terug naar haar Canadese wortels. Grappig genoeg is dat bij nieuwe Canadese schrijvers als Ondaatje, Martel en Rohinton Mistry (A Fine Balance) precies omgekeerd: als immigranten van de grote golf van de jaren zeventig en tachtig situeren zij hun romans bij voorkeur in het buitenland.

Volgende week Amsterdam. Reacties: steinz@nrc.nl