`Thuiszitten is bijna goedkoper dan crèche'

De crèche wordt te duur, moeders stoppen met werken of zoeken een oppas aan huis voor hun kind.

Eva Jacobson uit Rotterdam stopte vier maanden geleden met haar baan als vertegenwoordiger buitendienst van de Gouden Gids. Ze vond het werk niet zo leuk meer. En ze betaalde maandelijks bijna 700 euro voor drie dagen opvang voor haar dochtertje van nu dertien maanden. ,,Als het een geweldig baan was waarin ik mezelf kon ontwikkelen, had ik me bij de kosten neergelegd. Maar nu dacht ik: ik ben gek dat ik haar steeds wegbreng. Ik blijf lekker een tijdje thuis.''

Ella Nagelkerke uit Arnhem kreeg eind vorige maand een brief dat de kosten voor de buitenschoolse opvang van haar dochter (bijna vijf jaar) op 1 januari met 22 procent omhoog gaan. Haar dochter gaat er drie keer per week een uur per dag heen na schooltijd. In de schoolvakanties is ze er op die dagen de hele dag. Ze betaalt daarvoor 250 euro per maand. ,,Als je gaat uitrekenen wat je dan per uur betaalt, is dat eigenlijk schandalig'', zegt Nagelkerke. Ze werkt vier dagen in de grafische industrie en haar man werkt fulltime bij Defensie. ,,Natuurlijk verdien ik meer dan de kosten voor de opvang, maar het is zo buiten proportie. Ik ga proberen twee dagen te werken. Als het kan bij deze baas. Als het niet kan, ergens anders.''

Kinderopvang is duur. Doordat de gemeenten minder financieel bijspringen, merken kinderopvangorganisaties opeens welke kosten ze maken. Er zijn instellingen die de afgelopen vijf jaar hun tarief jaarlijks met een kleine 10 procent verhoogden. Volgend jaar verwacht de brancheorganisatie Maatschappelijk Ondernemers Groep (MO-Groep) een stijging van 3,5 tot 8,5 procent. Een volledige crècheplaats voor een kind kost in Nederland gemiddeld 13.500 euro per jaar. Er zijn ook crèches die 15.000 euro per kind per jaar in rekening brengen.

Goede kinderopvang kost nu eenmaal geld, zegt Sjef van Gennip van de MO-groep, die bijna 80 procent van de ondernemers in de kinderopvang vertegenwoordigt. ,,Gemiddeld kost een crècheplaats nu 6,68 euro bruto per uur. Per maand is dat misschien een fiks bedrag, maar dan ben je wel zeker van kwaliteit. Je moet het zien als een investering in je kind én in je eigen carrière, die niet wordt onderbroken.''

Door alle overheidsubsidie die er in de kinderopvang is gestoken, lag de vraagprijs soms zelfs onder de kostprijs'', zegt Yvette Vervoort van Netwerkbureau Uitbreiding Kinderopvang. Dit bureau volgt de toename van het aantal plaatsen, op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Uit onderzoek van adviesbureau PriceWaterhouseCoopers, afgelopen zomer, bleek dat de financiële situatie van kinderopvangorganisaties zorgelijk is. De helft draaide in 2001 quitte, 30 procent leed verlies. Vervoort: ,,De loonkosten van de leidsters zijn de afgelopen jaren flink gestegen. De regels van de brandweer en de Arbo-dienst waaraan crèches moeten voldoen worden steeds strenger. Het zijn terechte stijgingen.''

Terecht of niet, ouders mijden steeds vaker de formele kinderopvang. Uit het net verschenen Trendonderzoek kinderopvang 2003 door adviesbureau Vyvoj blijkt dat, vergeleken met vorig jaar, het aantal crèchekinderen nauwelijks is gegroeid. De informele opvang is sterk toegenomen. Van de kinderen tot vier jaar maakte vorig jaar 32 procent gebruik van een onbetaalde oppas en dit jaar 41 procent. Van de kinderen van vier tot twaalf jaar steeg het percentage van 20 naar 30 procent. Meestal worden de grootouders ingeschakeld.

De kinderopvang kampt met een ernstig imagoprobleem, zegt Gjalt Jellesma van de Belangenvereniging ouders in de kinderopvang (Boink). ,,Ouders vinden het duur en zoeken naar goedkopere oplossingen. Maar ze nemen ook vaker een betaalde oppas die misschien per uur wel duurder is dan het kinderdagverblijf. Ze vinden blijkbaar dat ze geen waar voor hun geld krijgen.''

Volgens Janneke Plantenga, hoogleraar sociaal-economische aspecten van de kinderopvang aan de Rijksuniversiteit Groningen, maken vooral hoger opgeleide tweeverdieners gebruik van de crèche. Die stelling wordt gestaafd door het trendonderzoek. Vorig jaar bleek uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat de opvang van kinderen tot vier jaar in Nederland vergeleken met andere West-Europese landen zo duur is dat het voor een gezin met twee kinderen niet loont om beiden te blijven werken.

Ouders mopperen op de hoge prijzen, maar zullen niet massaal de straat op gaan om betaalbare kinderopvang te eisen, zegt Plantenga. ,,Vaak vinden ze toch diep in hun hart, misschien door de heersende opinie, dat zelf zorgen beter is dan een crèche. En daar komen die hoge prijzen nog bij.''

Het wordt pas echt prijzig als in 2005 de Wet basisvoorziening kinderopvang ingaat. Dan krijgen kinderopvangorganisaties geen subsidie meer van gemeenten. De ouders, zo is het idee, kunnen een deel van de kosten terugkrijgen van de overheid (via de belasting) en van hun werkgever.

En juist dat laatste is een probleem. Minister De Geus (SZW) wil werkgevers bij nader inzien niet dwingen om een deel bij te dragen. En hij wil dat deel vanaf 2008 ook niet compenseren. Volgens De Geus wordt daarmee de prikkel voor werkgevers om te betalen, helemaal weggenomen. Werknemers met weigerachtige werkgevers zijn hiervan de dupe.

Van Gennip begrijpt die redenering wel. ,,De drie partijen die belang hebben bij de opvang, betalen alledrie mee.'' Wel vindt hij dat De Geus druk zou moeten uitoefenen op werkgevers om de bijdrage in de CAO te regelen. Volgens De Geus is dat bij ongeveer tweederde van de werkgevers het geval. Dat is te weinig, vindt Van Gennip.

Zeker omdat op dat aantal nogal wat valt af te dingen, zegt Jellesma van Boink. Uit een steekproef van Boink blijkt dat 20 procent van de werkgevers alleen aan opvang voor kinderen van nul tot vier jaar meebetaalt. Dertig procent hanteert een maximumbudget. Als dat op is, hebben ouders die zich daarna melden, pech. Tien procent stelt een maximum aan het aantal kinderen per ouder waarvoor wordt betaald. Jellesma: ,,Elke werkgever of sector maakt zijn eigen regels.''

Zoals die van Claudia van Domburgh uit Oudenbosch. Ze heeft een zoon van bijna vier en een dochter van bijna zes en werkt drie dagen per week bij een callcenter. Haar werkgever wil niet bijdragen in de opvangkosten, omdat de werkgever van haar man (metaalindustrie) dat al doet. En nu wil die werkgever, als haar zoontje in februari naar de basisschool en de buitenschoolse opvang gaat, nog maar 50 procent van het werkgeversdeel betalen. Daar komt bij dat de kosten voor de ouders vanaf januari met ruim 20 procent stijgen. Van Domburgh: ,,Het wordt gewoon te duur. Ik heb geprobeerd met mijn werkgever te praten, maar hij zei: `Jij hebt kinderen, het is jouw probleem'.'' Ze overweegt nu ander werk te zoeken. ,,Het is bijna goedkoper om thuis te zitten. Maar dat wil ik niet.''

Ook Eva Jacobson wil over een tijdje weer aan het werk. Ze zal er dan zeker op letten of de nieuwe werkgever meebetaalt aan de kinderopvang. ,,Als iemand mij in dienst wil nemen dan heb ik gewoon een kind. En daar moet goed voor gezorgd worden. Anders hoeft het van mij niet.''