Speels Engels

Alle klassen van basisschool De Krullevaar krijgen Engels. Ook groep 1/2. Wie jong met een tweede taal begint leert die taal makkelijker accentloos te spreken.

HET WAS een kleine oprisping een week of zes geleden, die werd overschaduwd door de algehele verontwaardiging over die Utrechtse school die Turks in het lesprogramma wilde opnemen. CDA-kamerlid Jan de Vries deelde mee dat hij er niets in ziet dat leerlingen op basisscholen les krijgen in het Engels. De Vries doelde in de eerste plaats op basisscholen die het Engels als voertaal gebruiken bij vakken als gymnastiek en biologie. Maar hij hekelde ook de scholen die hun kinderen al in de onderbouw aan het Engels blootstellen. Engels is sinds 1985 een verplicht vak op de basisscholen, maar vóór groep 7 moeten de kinderen daar volgens De Vries niet mee worden lastiggevallen. `Wat blijft er over van het Nederlands?' zo verzuchtte hij.

Maar de plicht tot Engels is alleen maar groter geworden. Op een EU-top in 2002 is besloten dat alle Europese kinderen twee talen aangeboden moeten krijgen. Nederland heeft voor Engels gekozen. Officieel getoetst wordt het nog niet op de basisscholen, maar al te vrijblijvend mag ook weer niet. Veel scholen worstelen ermee. Ze proberen het eens zus, dan weer zo.

Een paar scholen hebben zich verdiept in de didactiek van de zogenoemde tweede taalverwerving en ontdekten dat je er volgens de deskundigen bij kinderen niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. Openbare basisschool De Krullevaar in Nieuwegein zag daarnaast ook het `wereldburgerschap' en de belangrijke rol van ICT waar Engels onmisbaar is, als goede redenen om het rigoureus aan te pakken. Na een vergeefse zoektocht naar bevoegde native speakers zijn twee eigen leerkrachten zich gaan scholen. Financiële steun kwam van het Europees Platform. Nu krijgen sinds het schooljaar 2000/2001 àlle klassen op De Krullevaar Engels. Ook groep 1/2.

GEEN DWANG

Hoe gaat dat dan, Engels aan kleuters? Ze krijgen het één keer per week een half uur, en altijd op dinsdagmiddag. ``We pakken het speels aan'', zegt directeur Carina Dautzenberg. ``Er zit geen enkele dwang achter en er wordt niets individueel gecontroleerd of getoetst. Dat begint pas in groep 7. Je wilt de kinderen vooral laten ervaren dat het leuk is om een andere taal te leren en wat je hoopt is dat ze spelenderwijs woorden en zinnen oppikken, die ze dan zelf weer op de goede ogenblikken kunnen gebruiken.''

Maar hoe speels ook, er zit wel degelijk een opbouw in de lessen. In de loop van het jaar krijgen de kleuters het Engels rond vier thema's aangereikt: All about me, number, colour and shape, the world around us en festivals. Lerares Anne Marieke de Jong heeft tijdens een studiereis in Engeland een flinke hoeveelheid materiaal aangeschaft. Kleurige aanwijsplaten, geluidsbanden en boeken met Engelse versjes en liedjes à la `witte zwanen zwarte zwanen' en `naar bed naar bed zei duimelot'. Daarmee gewapend komt ze de kleuterklas binnen.

Het standaard begingesprekje gaat hoe Nederlands! altijd over het weer. Anne Marieke gaat bij het raam staan en wijst. `Can you see the sun?' vraagt ze. Twintig paar ogen speuren de hemel af. Het is een grijze dag, dat helpt. `No', klinkt het in koor. `Is it raining?' Dat nou ook weer niet. Het antwoord komt prompt in perfect uitgesproken Engels: `No, it is not!'

Anne Marieke gebruikt de methode van de total physical response. Ze praat bijna het hele halve uur in het Engels, maar bij alles wat ze zegt gebaart ze met haar handen, armen, benen en hoofd. Dat ziet er niet alleen heel leuk uit, het helpt de kinderen ook enorm om te begrijpen waar ze het over heeft. Bovendien mogen ze alle gebaren meedoen. Er worden liedjes gezongen en versjes voorgedragen. De kinderen moeten ook steeds opdrachtjes doen, waarbij geluidbandjes worden gebruikt die door native speakers zijn ingesproken. All the girls: stand up. Brush your teeth. Turn around. Stamp your feet and jump! Dat ook een jongetje is opgestaan, is niet erg. Anne Marieke herhaalt met nadruk nog een keer: All the girls. En dan snapt hij het wel.

CAMBRIDGE-ENGELS

Deze dag hebben de kleuters een extraatje. De 15-jarige Hannah uit Cambridge brengt een buitenschoolse projectweek in Nederland door en komt meedoen in de groep. Ze draagt het verhaal voor van beer Bartholomew die niet naar bed wil. Het grote boek houdt ze zo dat alle kinderen de tekeningen kunnen zien. Het is zonneklaar dat ze het verhaal, dat alleen in het Engels wordt verteld, begrijpen. En passant leren ze ook nog dat een zeurderig `nee' in het Engels na wordt en ze zeggen het Hannah in prachtig Cambridge-Engels na, elke keer in het verhaal dat Bartholomew in de contramine gaat.

De Krullevaar heeft zich bij het opzetten van de lessen vooral geïnspireerd gevoeld door publicaties van de Groningse orthopedagoge professor S. Goorhuis-Brouwer. Zij behandelt kinderen met taalstoornissen en heeft veel onderzoek gedaan naar de vraag hoe taalontwikkeling zich bij kinderen voltrekt. ``Het is voor jonge kinderen heel goed mogelijk om twee of meer talen tegelijk te leren'', zegt zij. ``Dat gaat helemaal vanzelf. Het leren van een taal begint bij kleine baby's met luisteren en daaruit die klanken herkennen die horen bij de `eigen' taal. Als ze steeds twee talen horen, liefst consequent door twee verschillende personen of in verschillende situaties, dan leren ze dit met hetzelfde gemak van twee talen. Of van drie. Tegelijkertijd gaan ze het bewegingsapparaat oefenen op wat ze horen. Ze leren de articulatie die hoort bij de talen die ze aangeboden krijgen.'' Daarmee wordt ook meteen het voordeel duidelijk van heel jong een tweede taal leren: dan leer je accentloos spreken. Lerares Anne Marieke laat dat in de klas horen. Haar kleuters vergissen zich niet als de geluidsband ze opdraagt eerst het plaatje met de `dog' en daarna die van de `duck' aan te wijzen, waarbij ze die woorden hardop moeten nazeggen.

Volgens Goorhuis is accentloos leren spreken ook meteen het enige echte voordeel van heel jong beginnen. ``Als je pas in groep 7 begint kunnen ze ook heel goed Engels leren'', zegt ze. ``Alleen zul je dan altijd blijven horen dat het niet de taal is die ze als baby hebben aangeleerd.'' Een half uur per week is overigens wel weinig en dat wordt door De Krullevaar ook beaamd. Maar ja, waar haal je het geld vandaan om er vier of vijf uur per week aan te besteden? Het spelenderwijs leren van een tweede taal hoeft niet al bij baby's te beginnen. Bij kleuters gaat ook nog prima, als je er dan maar wel de hele schoolperiode mee door blijft gaan. Maar wil je later beginnen dan moet je wachten tot ze tien jaar zijn. Goorhuis: ``Pas dan is de eerste taalverwerving afgerond. De tweede taal leer je dan op een andere manier, namelijk door in je hersenen een vertaalslag te maken.'' En dat blijft zo, dat voortdurende vertalen, hoe vloeiend je de tweede taal ook leert spreken.

STRUIKELBLOK

Volgens professor Goorhuis is er alle reden om kinderen goed Engels te leren spreken. ``Steeds meer universiteiten willen onderwijs in het Engels gaan geven. Dat is iets wat je niet tegenhoudt. Maar voor studenten, en zeker ook voor docenten, is die taal nu nog een struikelblok, waardoor je een verarming in de kennisoverdracht krijgt.''

Op De Krullevaar kunnen ze nog niet zeggen of hun inspanningen vruchten afwerpen in het voortgezet onderwijs. Daarvoor zijn ze nog te kort bezig. Voordeel van Nieuwegein is wel dat daar twee scholengemeenschappen zijn die tweetalig onderwijs aanbieden (waarvan een ook op de havo en in de toekomst zelfs op het vmbo). Want het zou wel erg jammer zijn als de leraren Engels in het voortgezet onderwijs deze kinderen straks weer helemaal van voren af aan zouden laten beginnen.

    • Marlies Hagers