Slangcirkel

DE SLANG die zijn eigen staart opeet. Dat cirkelvormige beeld staat in oude culturen over de hele wereld symbool voor de wedergeboorte, voor het eeuwige leven. De oudst bekende afbeelding van de staartbijtende slang is afgebeeld in de Dama Heroud Papyrus, uit het Oude Egypte van de 21ste dynastie (1600 v. Chr.). De Oude Grieken kenden het cirkeldier als `ouroboros', de Azteken beeldden hem af, en ook de Chinezen en Japanners hadden er kennis van. In Noord-Amerika staat hij bekend als de `hoop snake', de hoepelslang die met grote snelheid de berg afrolt achter zijn slachtoffer aan. Waar komt dat universele symbool toch vandaan?

Slangenliefhebbers Bert Verveen (emeritus arts-fysioloog) en Tjard de Cock Buning (bioloog) denken een oplossing voor het raadsel te hebben gevonden. In het jongste nummer van Litteratura serpentium, het Nederlands- en Engelstalige kwartaalblad van de Europese Slangenvereniging, doen zij persoonlijk verslag van een unieke waarneming waarbij hun huisdierslang in de ogen van de argeloze waarnemer sterft, zichzelf van de staart af aan opeet om vervolgens als herboren slang verder te leven. Het is zo'n mooi verhaal dat de redacteuren van het tijdschrift er maar meteen een themanummer van hebben gemaakt rond de mythische slang.

Verveen was jarenlang de vakantieoppas van de kousenbandslang van één van de dochters van De Cock Buning. Het gezin De Cock Buning had voor een slang gekozen als huisdier omdat een van de kinderen allergisch was voor haren en veren. Verveen, en later ook De Cock Buning, merkten op dat de slang, een mannetje uit 1995, nadat hij zich had verveld een vreemd gedrag vertoonde. De slang ging in een kringetje kruipen waarbij hij zijn neus tegen zijn staart duwde. Steeds verder kroop hij op zijn eigen rug, totdat hij wel driedubbel was opgerold. Even plotseling als het begon, hield het op. Hoewel de intrigerende cirkeldans van de huisdierslang al in de zomer van 1998 voor het eerst werd opgemerkt en ook daarna nog verschillende malen is gezien, slaagden de auteurs er pas deze zomer in het op foto en video vast te leggen. Daardoor was het mogelijk het gedrag via beeldje voor beeldje-analyse tot in detail te beschrijven. Voor zover de auteurs bekend is het cirkelgedrag nooit eerder in de wetenschappelijke literatuur vermeld.

Verveen en De Cock Buning schrijven: ``Wij konden ons goed voorstellen dat het op onze verre voorouders een enorme indruk heeft gemaakt. (...) In de slang ontmoetten zij een wezen waarvan nagenoeg elk exemplaar de verouderingsverschijnselen kon vertonen die zij alleen kenden van de zeldzame zeer oude mens. De huid van deze dieren werd dof. Zij verloren hun eetlust en zij bewogen zich nauwelijks. Tenslotte vertoonden ook hun ogen de melkwit verkleuring die bij oude mensen het verlies van het gezichtsvermogen inhield. Maar dan kroop dit oude dier uit zijn huid en verscheen weer als een levendig fraai gekleurd dier dat met heldere ogen weer op jacht ging. Alleen al hierdoor werd de slang in veel culturen een van de symbolen voor de weergeboorte en voor een lang en gezond leven.''

Verveen en De Cock Buning denken dat de slang na het vervellen een vrouwelijk feromoon (lokstof) op de huid draagt, waardoor het eenzame mannetje ertoe verleid wordt zichzelf te bestijgen. Een aardige, maar vooralsnog onbewezen theorie.

Het themanummer van Litteratura Serpentium bevat ook een verhaal van Marcel van der Voort, de slangenliefhebber die twee jaar geleden een geannoteerde vertaling maakte van het `Slangenboek' van de middeleeuwse natuurencyclopedie Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant uit 1270. Hoewel Van der Voorts artikel net als dat van Verveen c.s. de titel `De rondcirkelende slang' draagt, laat hij dit specifieke gedrag vreemd genoeg nauwelijks aan bod komen. Wel komt de lezer van alles te weten over historische beschrijvingen van tweekoppige slangen.

Na nog een bijdrage over mythische slangenverhalen gaat het tijdschrift over op de business as usual voor de slangenliefhebber. Een van de populairste huisdierslangen, de rode rattenslang, blijkt om taxonomische redenen een wetenschappelijke naamsverandering te hebben ondergaan; van Elaphe guttata naar Pantherophis guttatus. En een slangenliefhebber uit Ridderkerk meldt hoe hij er na jaren in slaagde om nageslacht te krijgen van een paartje horenratelslangen. De truc bleek een terrarium met verschillende temperatuurzones in te richten en de jonge slangen van water te voorzien. ``De jongen heb ik allemaal apart ondergebracht in een bamibakje met een stukje eierkarton als schuilplaats en een limonadeflesdop als drinkbakje.''

Litteratura Serpentium, Europese Slangenvereniging, 2003, jaargang 23 nummer 3, www.snakesociety.nl, issn 09263586, jaarcontributie euro 25.

    • Sander Voormolen