Schuldvraag

De pleegdochter van het echtpaar van Straaten-Kottman heeft niets misdaan. Haar gedrag is een cri de coeur om hulp en behandeling. Het feit dat dit meisje sinds 14 november jl. in een gesloten inrichting verblijft is een flagrante schending van de Internationale Rechten van het Kind. Uit uw documentatie blijkt dat zij een uitermate ongelukkige start heeft gehad. Haar eerste levenservaringen met een moeder en vader, die zelf vermoedelijk veel liefde en aandacht gemist hebben, gaven geen basis om de wereld en zichzelf van de zonnige kant te bekijken.

Ook blijkt dat de hulpverlening al bijna vanaf de geboorte een rol gespeeld heeft in het leven van dit meisje. Die had alle kans adequaat hulp te geven. Maar dat lukte niet. Sterker, u schetst een onthutsend beeld van de kwaliteit van Bureau Jeugdzorg Amsterdam en de manco's in opvoedingsondersteuning en kinderpsychiatrische hulp aan ouders en kind.

Op grond hiervan durf ik te stellen dat het `moeilijke' gedrag van het meisje voor een niet onaanzienlijk deel veroorzaakt is door het vanaf het begin disfunctioneren van de hulpverlening. Op zich al een reden om je dik te vreten en de boel in elkaar te timmeren.

Wie heeft er behandeling nodig?

    • Pieter L. Wentzel Orthopedagoog-Gz.Psycholoog