Schaamscherm

Aan de a12 bij Arnhem staat een waarschuwingsbord met de onheilspellende tekst `Verblinding 2 kilometer'. Vrachtwagens met groot licht, laserstralen, konijnen met koplampen langs het talud? Nee, het onheil komt van opzij. Tenzij het zwaar bewolkt is, wordt elke automobilist die daar de bocht inrijdt, gedurende een paar kilometer in de ogen geschenen door een fel flikkerende weerkaatsing van de zon in het glas van de geluidswal in de binnenbocht. Ik was minstens het miljoenste slachtoffer dat zich afvroeg wie dit had aangericht, maar mijn verbijstering gaat een stapje verder. Ik vraag mij niet af: was er dan niemand die zag dat dat ontwerp niet deugt. Nee, ik denk vertwijfeld: hoe is het mogelijk dat in Nederland-kennisland niet absoluut iedereen bij het zien van de plannen in Homerisch gelach is uitgebarsten. Het gaat hier immers niet om een stommiteit zoals die met de trillende kabels van de Erasmusbrug; om dat probleem te voorzien moet je flink wat weten over zelf-exciterende stromingen en resonanties. Iedere Nederlander die 's ochtends voor een spiegel staat, en een venster op het zuiden heeft, bezit genoeg parate kennis om het geval van het schitterende scherm te snappen. Alleen mensen met een intellect bezuiden de cavia hebben daarvoor te weinig in de schedel. Bijna niemand is zo dom; hoe kon dit dan gebeuren?

Het A12-geluidsscherm heeft vier eigenschappen die tezamen fataal zijn: het is hol in een richting (het ligt in de binnenbocht van de weg); het is hol in de andere richting (naar de weg toe gekromd, zoals veel geluidswallen); het kijkt uit op het zuiden; en het is gemaakt van spiegelglas. Pak een soeplepel, en houd die met de bolling naar uw oog gekeerd. Laat de zon een willekeurige lamp in uw kamer zijn. Door de bolling worden de stralen in alle richtingen verspreid. Er is dus altijd een weerspiegeling van die lamp te zien. Draai de lepel zo dat hij met de holle kant naar u toegekeerd is. Nu moet u de lepel een heel stuk kantelen voor u de reflectie van de lamp kwijt bent. Omdat het glazen scherm hol én bol is, en omdat het op het zuiden is gericht, is reflectie onvermijdelijk, of de zon nu hoog of laag aan de hemel staat, ten oosten of ten westen. Als men de automobilist bewust had willen verblinden, had het niet beter gekund. 't Is vast ontworpen, architectuur, design, of hoe zulk malheur genoemd wordt. En er was niemand die een paar stukjes kennis over natuurkunde (reflecties) en sterrenkunde (de baan van de zon) heeft samengevoegd en daar zijn conclusies uit trok.

Dat scherm was een kleine afleiding op weg naar mijn oudste dochter, maar op de terugweg maakte een tweede waarschuwingsbord de zaak rijp voor de krant: `Twee seconden afstand.' Een campagne die op weg is evenveel te kosten als een kilometer spiegelende geluidswal, en even geniaal. Het idee zelf is best: twee seconden is ongeveer de tijd die nodig is om, als een voorligger plotseling remt, te handelen en (in het ergste geval) tot stilstand te komen. De gemiddelde filerijder doet dat zo: een halve seconde om te bedenken dat die rode lichten geen bijverschijnsel zijn van het loeiende dom-dom-dom uit de luidsprekers. Een halve seconde voor het hardop uitspreken van een krachtterm, gevolgd door een pejoratief zelfstandig naamwoord. Nog een halve seconde om de loden voet van het gaspedaal naar de rem te verplaatsen. En een halve seconde om te remmen. Het ministerie van Verkeer & Waterstaat kent z'n pappenheimers.

Maar van fysiologie en van natuurkunde snappen zij blijkbaar niets. De mens kan redelijk afstanden leren schatten, dus de af te leggen weg x naar het obstakel is een meetbare grootheid. De snelheid v kun je aflezen op de kilometerteller. Maar de tijd t die bij die snelheid nodig is om x te overbruggen, volgt uit een deling: t=x/v. Niemand heeft dat zo snel paraat. Ditmaal is dat niet te wijten aan de usual suspects die de staartdeling hebben afgeschaft: geen mens gaat tijdens een noodstop aan het cijferen. Als je echt wilt uitrekenen hoe snel een stop gaat, wordt het nog moeilijker, want dan krijg je te maken met de wrijving in de remvoeringen (of de banden op de weg, als de remmen blokkeren), en nog meer lastige factoren.

Toch geeft die formule een simpele methode voor het schatten van de aan te houden afstand. Want je kunt ook zeggen dat de gemiddelde remtijd overeenkomt met de halve remweg: dat is een zeer ruwe benadering waarin je de helft van de afstand x nog de hele snelheid v hebt, en de andere helft snelheid nul. Dat betekent: t=x/2v ofwel x=2vt.

Leuk hoor, maar welke van die grootheden heeft de bestuurder bij de hand? Het zou een koud kunstje zijn een infraroodlasertje in de auto te monteren waarmee de afstand tot de voorligger exact gemeten wordt, en een chip die via de snelheidsmeter berekent wat t is, die je waarschuwt zodra je eens aan remmen moet gaan denken. Het zou hoogstens een paar tientjes hoeven kosten, maar ik heb er nog nooit een gezien (liever raggen en kleven, nietwaar).

Maar geen nood. We weten dat t=2, dus x=4v. Helaas wordt v in km/u aangegeven, en omdat 1 km/u is (1000 m / 3600 sec) hebben we x=v(4/3,6). Wel, 4 gedeeld door 3,6 is bijna 1, dus eureka: x=v! Houd evenveel meters afstand als je teller km/u aanwijst en je zit goed. Het aantal meters schatten lukt de meeste bestuurders wel. Wil je niet die gemiddelde-factor van 1/2 meenemen, dan zou de regel zijn: Houd evenveel meters afstand als de helft van het aantal km/u dat je teller aanwijst. Het lijkt me aan de krappe kant, maar 't is toch meer dan wat de gaatjesvullers op de snelwegen doen.

Aldus vind ik twee belangrijke gevallen van toegepaste natuur- en sterrenkunde, zomaar in de berm. Zo elementair dat een achtjarige ze moeiteloos aankan. Toch staat daar dat schandelijke scherm: als het honderdduizend euro per meter kost, kun je er een hele universiteit voor twee volle jaren mee betalen. En dan zeggen de beleidsmakers dat diezelfde universiteiten meer aan toegepaste wetenschap moeten doen. Mij best, maar dan eerst eens openlijk toegeven en benoemen wat wij allemaal gratis hebben gegeven, van astronavigatie via Röntgenstralen tot DNA. Het duurt vast een paar jaar voordat men de eigenwaan heeft overwonnen om dat ruiterlijk en ten volle te durven doen.

Ten tweede: toepassen wat we al weten. Daar is men zeker nog tien jaar mee bezig. En daarna pas mag je komen vragen om meer; in die tussentijd zijn wij alweer zoveel verder, dat de nieuwe vondsten klaarliggen.

Omdat ik altijd volhoud dat wetenschappers bescheiden moeten blijven, volgt hier tot slot een blundertje uit eigen kring, doorverteld door Leidse astronomen als les in nederigheid. Het gerucht gaat dat er, een halve eeuw geleden, in Hartebeespoortdam een huis moest komen voor het plaatselijke hoofd van de dependance van Sterrewacht Leiden. Iedereen had het plan goedgekeurd. Toen het in Zuid-Afrika aan de uitvoerder werd voorgelegd, werden zijn ogen groot van verbazing, want het ontwerp had ruim bemeten ramen en een terras. Op het zuiden.

    • Vincent Icke