Puntjesthee, stoelenwarmte, krantenman

Het einde van het jaar komt in zicht, tijd voor het traditionele overzicht van de vragen en opmerkingen die de lezer de afgelopen tijd deze kant op stuurde. Later zal dan weer de bekende AW-award worden uitgereikt voor de vraag die het amateuronderzoek het verste verder hielp.

Het lijkt erop dat de lezer iets van zijn levensvreugde begint te verliezen. Er arriveerden nogal wat vragen als: dooft een zelfdovende prullenbak ook zelf vanzelf, waarom zijn kleine kinderen zo goed in `memory', waarom krijg je stroeve tanden van rabarber, waarom zuigt kroepoek zich vast aan je tong, waarom lopen sommige sokken altijd van je voet af, waarom blijven katoenen sokken langer nat dan wollen sokken, waarom gaan de merkjes in t-shirts altijd overeind staan. Hoe kan het dat schoensmeer tegenwoordig al met water van je handen is te spoelen terwijl het vroeger zelfs met zeep niet wou en gaat dat op de schoen net zo makkelijk. Dat soort vragen.

Een lezer in Tilburg laat weten dat het hem altijd een raadsel is geweest waarom voornamen als Theodoor, Christiaan en Philip steevast worden afgekort tot twee of zelfs drie letters. `Kan uw wetenschapsredactie daar eens naar kijken?'

Enfin, het zal het tijdsgewricht zijn, het post fin-de-siècle gevoel. Hieronder een gerubriceerde bloemlezing uit andere vragen, met de thee om te beginnen. De ene lezer wil weten waarom thee lichter wordt als er citroensap bij gaat, de ander waarom de thee donkerder wordt als-ie lang genoeg staat (zonder het zakje of de blaadjes erbij). Welnu: het eerste is een pH-effect (zoutzuur en azijn doen het ook), het tweede een oxydatie, een reactie met zuurstof. Het was hier al behandeld. Nieuw was de waarneming dat thee die is gezet van water dat onvoldoende heet was (zoals soms in de automaat) is te herkennen aan `het wit' dat erop drijft. Thee met witte puntjes?

De magnetron blijft voor veel lezers een helse machine, ze laten zich keer op keer verrassen door de oververhitting en kookvertraging die erin kan optreden. Het niet zo helder gefundeerde advies om melk altijd eerst op te kloppen en pas dan de magnetron in te schuiven is misschien een veiligheidsmaatregel. In thermosflessen, koffiekannen en tv-tassen treden ook vaak onverwachte warmte-effecten op die leiden tot sissen, blazen en koffiespugen. Bijna altijd komt het doordat de lucht die boven de koffie staat pas na geruime tijd ook opwarmt en aldoende druk opbouwt.

De vraag waarom bloedworst donkerrood is maar balkenbrij (toch ook van bloed) grijs wordt hier misschien nog wel eens uitgewerkt. De vraag of erwtensoep gevoelig is voor onweer niet.

Een lezer in Apeldoorn neemt waar dat het kloppen van dekens alleen maar de eerste keer een lekkere harde knal geeft, daarna niet meer. In Amsterdam wil men weten hoe het komt dat onderbroeken nagenoeg altijd binnenstebuiten gekeerd uit de wasmachine komen en in Utrecht waarom de `bekende gele huishouddoekjes' er gaan stinken. Kun je wassen met die stukken steen en staal die tegenwoordig voor veel geld worden aangeboden. Nee, dat is mooi ouderwets boerenbedrog, het toont de kracht van suggestie.

Een opmerkelijke waarneming is er van een bevriende tandarts die tobt met de haren op de afvoer van zijn douchecel. Hij constateerde dat er maar een paar haren op de gaatjes van het putdekseltje hoeven te liggen om de waterafvoer totaal te blokkeren. En verdoemd, dat was de AW-redactie ook al eens opgevallen, maar dan onbewust, als dat kan.

De diepgravende waarnemingen aan en overpeinzingen over het eigen lichaam laten we buiten beschouwing. Over andermans lichaam alleen deze brief uit Groningen: `Waarom voelt een stoel die men gaat bezitten en die even tevoren door iemand anders is verlaten zo onaangenaam warm en broeierig aan? Gaat men, na een kort afwezigheid, weer op de eigen stoel zitten dan is er niets aan de hand. Hoe werkt deze psychologie? Is het een soort oerhaat van iedereen jegens iedereen?'

De `warme stoel' is jaren geleden besproken in het Amsterdamse universiteitsblad Folia door een getrainde onderzoeker die constateerde dat het wel degelijk uitmaakt wie de vorige gebruiker was: een morsige oude man of een warm gewassen meisje. De uitkomst van het onderzoek was dat de onderzoeker voortaan zelfs bij voorkeur plaats nam op stoelen die op de juiste wijze waren voorverwarmd.

Intrigerend is ook de waarneming van de lezer die zijn bier uit de fles drinkt, daarbij de laatste druppel nooit vergeet en later, als hij de flesjes inlevert, toch moet vaststellen dat er een bodempje bier in de fles stond. Waar komt dit navocht vandaan, wil hij weten, en waarom hebben andere vloeistoffen dat minder? Het onderzoek hiernaar zou kunnen worden gecombineerd met dat van de fotograaf D.W. die een foto wil maken van druppels die onderaan een horizontale glasplaat hangen. Condens dus, maar hij wil speciale condens, losse druppels, en de vraag is: hoe beïnvloedt je dit proces. Insmeren met vet, of wat?

We eindigen met bijgaande illustratie, het onderste deel van een schilderij van de Belgische schilder Magritte dat met het bovenste deel gecombineerd `De man met de krant' wordt genoemd. Magritte schilderde het in 1928. Het bovenste deel toont niet veel anders dan het onderste, maar in het linkerkwadrant zit dus die man met die krant.

Waar het om gaat is dat het onderste stel afbeeldingen samen een stereoscopische paar is, laat men het linkeroog alleen naar het linkerbeeld kijken en het rechter naar het rechter, dan wordt diepte gezien. Drie dimensies. 3D. Het is ontdekt door lezer H.J. Rutten in Ysbrechtum. Hij kent geen kunstkenner die het eerder opviel en de vraag was: hoe deed Magritte dit en wat wilde hij ermee. AW-award?

    • Karel Knip