Onder ouderen heerst de mening dat zij goud waard zijn op de arbeidsmarkt -maar ze kosten dat ook. Het verschil tussen verzuim en langdurige ziekte.

Ouderen zijn misschien nodig op de arbeidsmarkt, maar ze zijn ook erg duur. Werkgevers willen liever jongeren. Maarten Huygen bezocht een discussiemiddag over de mogelijkheden van oudere werknemers in het zuidelijk deel van Noord-Holland.

`Oud' wil niemand zijn, want dat heeft een negatieve bijklank. Zelfs CDA-Kamerlid Van Oerle van der Horst kwam daar niet onderuit en ze is nog wel voorzitter van de parlementaire themacommissie ouderenbeleid. Ze had haar thema met een groepje jongeren doorgenomen en die vonden dat mensen helemaal nog niet `oud' waren als ze nog met alles meededen en met jongeren konden praten. Maar het symposium, dat zij toesprak, had toch echt als ondertitel: ,,ouderen hebben de toekomst op de arbeidsmarkt''. Die mooie toekomst was dus weggelegd voor mensen die niet met jongeren kunnen praten en niet meer met alles meedoen.

Hoe zou je hen dan moeten noemen? Andersleeftijdigen?

Een middag vol tegenspraken in het Amsterdamse Vakbondsmuseum, waar met mensen uit de praktijk mogelijkheden werden doorgenomen om ouderen in het zuidelijke deel van de provincie Noord-Holland aan de slag te krijgen. Enig jargon van het organiserende regionaal platform arbeidsmarktbeleid kwam daar wel bij kijken. Er moesten benchmarks worden aangelegd voor stretch modules en ouderen moesten beschikken over competentiepaspoorten. Een deelneemster klaagde over de slechte `beeldvorming'. Als ik die uitdrukking hoor, spitsen zich mijn oren. Ouderen zouden helemaal niet langer afwezig zijn van hun werk, zei de vrouw.

,,Hoezo, ze zijn toch vaker ziek?'', vroeg ik.

Nee, dat was nou net het vooroordeel, legden anderen mij geduldig uit. Inderdaad was er meer langdurige ziekte onder ouderen, maar als je die aftrok hield je een iets lager verzuimpercentage over dan bij jongeren. Mooi, maar ik vrees toch dat een calculerende werkgever – en ze calculeren allemaal – niet geeft om de goede intenties van zijn werknemers maar om het resultaat. Daar komen dan de hogere salarisschalen bij, waar soms nog kinderen van moeten worden betaald, en al die extra vrije dagen waar ouderen krachtens de CAO recht op hebben.

Zeker, ouderen zijn hard nodig. Ik wil dolgraag oudere worden (maar niet zijn). Zonder ouderen zou deze krant boordevol fouten en misvattingen staan en een aantal gezichtsbepalende columns en stukken moeten missen. Maar een andersleeftijdige moet wel heel productief zijn, wil hij voor de werkgever het kostenverschil met kuitenbijtende jongeren kunnen bijbenen.

In mijn werkgroep zat een calculerende werkgever. Hij had zijn installatiebedrijf overgedaan, gaf nu advies en sprak met tranen in de ogen over het respect dat de ouderen verdienden in zijn bedrijf. Onder zijn loodgieters, elektriciens en koelmonteurs heerste een zekere hiërarchie en de oudste had zelfs een stoel met zijn eigen naam erop. Zo hoorde het. Ik vroeg hem hoeveel ouderen zijn vroegere bedrijf van vijftig werknemers had.

,,Vier'', zei hij. ,,Het is een jong bedrijf en er worden altijd jonge mensen aangenomen. Dat is gezond.''

Maar waar moet de oudere monteur dan solliciteren als ieder bedrijf zo gezond is? In een van onze drie werkgroepen kwam het voorstel om het mogelijk te maken werknemers die niet voldoen zodanig te scholen en te bewerken dat ze ergens anders wel zouden worden geaccepteerd. Ik probeerde mij dat uitvlieg-gesprek tussen twee werkgevers voor te stellen. ,,Wij hebben nog een oudere werknemer waar we niet tevreden over zijn, maar hij heeft vast nog onbenutte reserves die u veel beter kunt aanwenden dan wij.''

Theoretisch zouden alle bedrijven en instellingen om ouderen moeten springen, want er is sprake van massale vergrijzing. De bevolkingsopbouw is een kerstboom met een dikke stam van jongeren, maar daarboven veel bredere takken voor oudere leeftijdsgroepen. De categorie van dertigers is het allergrootst, daarna komen de mensen rond 55. De eerste babyboomers werken al niet meer en er worden er nog heel wat met vervroegd pensioen gestuurd. In deze recessie hebben de bedrijven nu even geen behoefte aan dure werknemers. Zelfs de regering, die eerst dreigde om het vervroegde pensioen weg te belasten, bedacht tegelijkertijd een mooie afvloeiingsregeling voor oudere ambtenaren. Onze brainstorm-werkgroepen om ouderen aan de slag te krijgen, roeiden dus dapper tegen de stroom in.

Het was wel nuttig dat we ons alleen bogen over een enkele regio. Je kunt speculatieve prognoses lezen over de rampzalige vergrijzing in Europa of Nederland, maar lokaal blijkt het altijd net iets anders te liggen. In grote steden als Amsterdam is meer verjonging dan elders. In de ene branche staan jonge kandidaten te dringen om het over te nemen van ouderen, terwijl de andere bedrijfstak langzaam uitsterft, het onderwijs bijvoorbeeld. Daar moeten al die schaarse jongeren worden opgeleid. Het schijnt daar niet zo leuk te zijn, zodat oudere leraren hun best doen zo vroeg mogelijk te vertrekken – het kleinste pensioen is dan al genoeg – maar er zijn er te weinig die het willen overnemen.

De werkgever zou er dus alles aan moeten doen leraren te houden maar dat is niet gebeurd. Ik hoorde die middag ook vermanende preken over ouderen die ,,zich flexibeler moeten opstellen'' en moeten ,,blijven leren'', maar het was juist de onderwijswerkgever die niet flexibel genoeg was om al die vertrekkende leraren aan zich te binden. De werkgever had zich in dit soort werkgroepen moeten laten omscholen tot iemand die grote groepen oudere leraren kan behouden. Als de vergrijzing écht toeslaat en de werkgevers begrijpen wat hen overkomt zullen ze zich ter aarde werpen, de voeten kussen van de oudere werknemers en smekend vragen wat ze moeten doen om hen te laten blijven. Wilt u een kussentje erbij? Een langere vakantie? Een bonus boven de salarisschaal? Een troon misschien met in goud uw naam erop?

Uw tijd komt nog wel, oudjes, ook als u niet meer met alles meedoet.

    • Maarten Huygen