Onder de gordel

Journalist Peter van Trigt maakt een keuze uit zijn collectie nieuwjaarskaarten. Vandaag een plagerijtje.

Voor de man op bovenstaande kaart komt elke hulp te laat, als hij al te helpen zou zijn geweest. De kaart is op 30 december 1925 verstuurd. Was het nu gebeurd, dan had hij zich in ieder geval per computer kunnen wenden tot de website: www.aanpakhuiselijkgeweld.nl. Een blijf-van-mijn-lijfhuis voor mannen is er bij mijn weten nog niet.

Van het `spaansche riet' klopt trouwens geen spaan. Dat diende voor het straffen van jeugdige zondaars, thuis en op school (later vervangen door de liniaal). In dit geval gaat het om een bezem die precies past bij de heks, de feeks, de helleveeg waarmee de stakker is getrouwd. Op zich is de voorstelling heel oud en wijdverbreid op de centsprenten – zeg maar strips – uit de 17de en 18de eeuw over de omgekeerde wereld. Daarop is onder andere te zien hoe de man onder de plak van de vrouw zit.

Iemand `Gelukkig Nieuwjaar!' wensen zoals op de afgebeelde kaart is te vergelijken met onze plagerijen op 1 april en 5 december. Er zijn ontelbare nieuwjaarskaarten op dat gebied verschenen, maar na de Eerste Wereldoorlog neemt hun aantal snel af. Een gevolg van de emancipatie, een ander gevoel voor humor, een veranderend normen- en waardepatroon? Het zal wel een mix van alledrie zijn.

Overigens bevat die heksenbezem een tweede (onbewuste) toespeling. Vroeger werd de laatste schoof op een stok op de kale akker geplant. Dat ziet eruit als een omgekeerde bezem, waarbij de stok het mannelijk lid symboliseert en de schoof of de takkenbos het vrouwelijk struikgewas. Kortom, een vruchtbaarheidssymbool.

    • Peter van Trigt