Mijn meningen

Onderzoekers uit 20 landen maken zich op voor een grootscheeps onderzoek: hoe wordt The Return of the King, het derde deel in de verfilming van Tolkiens Lord of the Rings, over de hele wereld in de markt gezet? Ruim dertig groepen wetenschappers en studenten willen weten of er wezenlijke verschillen zijn in de manier waarop de consument naar de bioscoop wordt gelokt. Dit alles om een veel grotere vraag te beantwoorden: wordt de wereld nu homogener of niet?

Het is zo'n vraag die een grote onrust verraadt; zodra je hem gesteld hebt, schieten de antwoorden alle kanten op. Ja, de wereld wordt onmiskenbaar homogener, kijk maar naar het wereldwijde succes van The Lord of the Rings, kijk maar naar zwerfkinderen in Bombay die tussen het bedelen door Harry Potter V verslinden, kijk maar naar de vervuilde kop van Saddam Hussein die binnen een paar uur tot een logo is geworden, dat nu al op T-shirts te koop is, en waarnaar over een paar maanden in Hollywood-komedies geinig verwezen zal worden, en dat uiteindelijk onherroepelijk in de reclame terecht zal komen – alles op deze wereld eindigt in de reclame. Aan de andere kant: juist wanneer we het er bijna over eens zijn dat heel de wereld hetzelfde dreigt te worden, wordt duidelijk dat precies het tegenovergestelde aan de hand is. Al die globale gemeenzaamheid is maar schijn: daarachter ligt een onoverzichtelijk labyrint van specifieke identiteiten – land, ras, groep, geloof – dat almaar ondoorzichtiger lijkt te worden. Je kunt gerust stellen dat naarmate de globalisering voortschrijdt, de behoefte aan eigenheid evenredig toeneemt. Zoiets gaan die internationale wetenschappers ook ontdekken: weliswaar drukt The Return of the King alle plaatselijk gemaakte kerstfilms rücksichtslos de bioscoop uit, maar de manier waarop Tolkiens verhaal beleefd en geïnterpreteerd wordt, zal van land tot land sterk verschillen. Juist het algemene versterkt het eigene.

Het is een paradox waartegen iedereen zijn neus stoot; de Europese Unie heeft ontdekt dat juist het proces van verregaande eenwording de afzonderlijke landen meer dan ooit bewust heeft gemaakt van hun eigen nationale gevoelens en belangen. En zelfs in Nederland begint nu het besef door te dringen dat hoe harder je allochtonen tot volledige integratie probeert te dwingen, des te heftiger de zelfgekozen segregatie zal zijn. Ayaan Hirsi Ali die islamitische schoolkinderen komt vertellen dat Allah niet bestaat en dat ze zich intensief in de belevingswereld van homo's en joden dienen te verdiepen - een eerste effect zal een spontane toename van het aantal burkha's zijn.

In Rotterdam begint het inmiddels te dagen: de onderzoekers Gabriël van den Brink en Dick de Ruijter hebben in opdracht van de stad het rapport `Marginaal of modern?' geschreven, waarin, getuige hun samenvatting in deze krant, nuchter wordt vastgesteld: ,,Dwang werkt averechts.'' Niet langer overheerst de notie dat bikkelharde standpunten de oplossing vormen om autochtonen en allochtonen binnenboord te houden. ,,Het beste beleid is dat migranten actiever betrokken worden bij het politieke, intellectuele en culturele leven van de stad. Het gaat er niet om dat iedereen hetzelfde wordt, maar voorkomen moet worden dat mensen op grond van hun verschillen met de rug naar elkaar gaan staan. In die zin is het in Rotterdam de hoogste tijd om te beginnen met een harde, maar eerlijke gedachtewisseling.''

Niet alleen in Rotterdam, lijkt me. Wat het rapport verfrissend maakt, is de erkenning van de paradoxen waarover ik het hier boven had – om een werkbare eenheid te kunnen bewerkstelligen, zul je eerst oog moeten hebben voor de onderlinge verschillen. Vaste stellingen zullen aan weerskanten verlaten moeten worden. Meningen mogen andersdenkenden niet negeren, maar moeten die juist opzoeken.

Dat onderscheid lijkt me belangrijk. Meningen zijn er in Nederland heel veel, zeker nadat de traditionele moralistische domineescultuur een monsterverbond is aangegaan met de egocultuur van de media – je kunt de televisie niet aanzetten of je ziet een van een middelmatige universiteit geplukte historicus die nog maar weer eens uitlegt hoe het nu verder moet in Irak of met de multiculturele samenleving. Het nieuws is tegenwoordig razendsnel, en dus wordt hetzelfde verwacht van de duiding. De snelheid van het beeld heeft van de televisiejournalistiek zowel de beste als de allerslechtste journalistiek gemaakt: alles wat er op de wereld gebeurt zie je vrijwel meteen, maar wat het betekent – daar wordt vervolgens urenlang over geouwehoerd door mannen die zich in niets onderscheiden van de gemiddelde krantenlezer. Het resultaat is een stroom van tot niets verplichtende meningen, die nergens uitmonden in een debat.

Want meningen hebben slechts één dimensie; een debat is driedimensionaal. Het is volslagen nutteloos om een paginagroot artikel te schrijven, waarin je minderheden volkomen gelijkschakelt met de benauwde cultuur waaruit ze afkomstig zijn en ze zodoende iedere individualiteit ontzegt, en ze vervolgens op te roepen om per direct Hollandse individuen te worden. Het heeft geen enkele zin godsdienstvrijheid af te willen schaffen, wanneer je niet beseft dat de behoefte aan religie groter wordt, naarmate de wereld zich rationeler toont. Meningen ontkennen de culturele en ethische paradoxen die de wereld in hun greep houden. Die komen alleen aan het licht in het debat.

Maar ach, het debat – in het debat blijken de meeste meningen gevaarlijk voorlopig en relatief, net wat we nu niet wilden. De wereld wordt almaar homogener – of juist niet? Het verdrijven van Saddam is een zegen voor Irak – of is het van kwaad tot erger geworden, was het een keuze tussen dictatuur en anarchie? Wanneer leerlingen islamitisch onderwijs krijgen, komen ze nooit in contact met de Hollandse veelheid van manieren en denkwijzen, en groeien ze op tot blinde extremisten – of is het juist andersom, en is het juist de culturele verwarring waaraan zoveel islamitische kinderen in Nederland ten prooi vallen die hen later doet ontsporen?

Dit zijn kwesties waarover je niet eenduidig kunt zijn, en daaruit blijkt alleen maar hoe belangrijk ze zijn. Na de aanslagen in Amerika en de moord op Fortuyn heeft Nederland zich een tijdlang kunnen verlustigen in ongeremde stelligheden en trotse positiebepalingen – het moest nu eindelijk maar eens gezegd worden, wie het beter wist mocht het zeggen – en iedereen wist het beter. Er is heel veel gezegd, en niet geluisterd. Nu, begrijpen ze in Rotterdam, dreigt het uit de hand te lopen.

Het is tijd voor het debat.

    • Bas Heijne