Koelkastbacteriën dragen mogelijk bij aan ziekte van Crohn

Franse artsen opperen dat de chronische darmontstekingen bij de ziekte van Crohn ontstaan als daarvoor gevoelige mensen geïnfecteerd raken met bacteriën die in koelkasten groeien. Ze onderbouwen deze theorie onder andere door erop te wijzen dat deze ziekte sterk is toegenomen na de introductie van huishoudkoelkasten. Verder zijn bacteriën als de Yersinia en de Listeria, die kunnen leven en groeien bij lage temperaturen, aangetoond in de darmafwijkingen bij Crohn-patiënten (The Lancet, 13 dec).

Een paar jaar geleden ontdekte de maag-darm-leverarts dr. Jean-Pierre Hugot, dezelfde man die nu met de koelkasthypothese komt, dat bij patiënten met de ziekte van Crohn de aangeboren afweer tegen bacteriën gestoord is. Door een mutatie in het gen CARD15/NOD2 reageren deze mensen overdreven heftig op bepaalde ziekteverwekkers en daardoor kunnen hele stukken darm ontstoken raken. Dat leidt tot klachten als diarree, buikpijn, moeheid en gewichtsverlies. De ziekte kan zich overal in het spijsverteringskanaal voordoen maar meestal gebeurt dat in het laatste deel van de dunne darm en de dikke darm. Genetische aanleg alleen is niet voldoende, want niet iedereen met de CARD15-mutatie krijgt de ziekte van Crohn. Er moeten nog andere factoren een rol spelen. Het enige wat echt zeker is: sigaretten roken levert een drie keer zo grote kans op.

In de afgelopen halve eeuw is de ziekte van Crohn sterk toegenomen, van een heel uitzonderlijke aandoening naar een waar nu 1 op de 1000 mensen aan lijdt. Die toename ging gelijk op met de geneugten van de moderne westerse beschaving. Een hoge levenstandaard met een goede hygiëne, zoals de aanwezigheid van stromend warm water, deed het risico erop toenemen. Het viel de Franse onderzoekers op dat de ziekte van Crohn in de Verenigde Staten al voor de tweede wereldoorlog bijna epidemische vormen had aangenomen, terwijl dat in Europa pas rond 1960 begon.

Zo kwamen ze op het idee dat de koelkast een rol kon spelen. In de Verenigde Staten had in 1937 al bijna de helft van de huishoudens zo'n apparaat terwijl dat in 1958 nog maar bij ongeveer 10% van de Fransen en 12% van de Britten het geval was. Een verdere onderbouwing van de koelkasthypothese is dat Yersinia- en Listeria-stammen die zich ook onder lage temperaturen kunnen vermenigvuldigen, aangetoond zijn in de aangetaste stukken darm bij patiënten met de ziekte van Crohn.

De Fransen artsen erkennen dat de voordelen van de koelkast verre opwegen tegen de mogelijke risico's van koude bacteriën. Zolang hun theorie niet met experimenten bewezen is, willen ze er dan ook geen consequenties aan verbinden. Mijden van mogelijk met Yersinia en Listeria verontreinigde voedingsmiddelen is ook al niet eenvoudig, want de Yersinia bijvoorbeeld zit soms in melk, koeien- en varkensvlees, kip, worstjes, hamburgers, kaas en zelfs sla.

    • Bart Meijer van Putten