Koeien melken met idool Evert

De sportman van het jaar heeft zijn blik al op het nieuwe jaar gericht. Erben Wennemars (28) over zonnebank, huilen, zieleknijpers en `Japie', z'n laatste trofee. ,,Het kan zo afgelopen zijn, daarom moet je er nu van genieten.''

Het is the day after the night before, de dag nadat hij in Amsterdam is verkozen tot sportman van het jaar: die donderdagochtend heeft Erben Wennemars zijn eenjarige zoontje Joep al vroeg naar de crèche gebracht. De telefoon staat nauwelijks stil. Aan de lopende band felicitaties, per sms en gesproken woord. Van ploeggenoot Mark Tuitert, die dit weekeinde in Eindhoven als favoriet op de Nederlandse allroundtitel jaagt, tot bestuurders van FC Zwolle en de sportwethouder van die stad. De vrouw met wie dit jaar trouwde, Renate van der Zalm, doet inkopen in de stad en stapt even later met verse broodjes binnen, voor de lunch.

Wennemars heeft zojuist `Japie' op de weegschaal gezet; de Jaap Eden-trofee, het beeldje voor de winnaars op het Sportgala. Gewicht: zesenhalve kilo. Een andere schaatser heeft hij ook al in brons, Ard Schenk.

Die prijs hoorde dit voorjaar bij zijn uitverkiezing tot schaatser van het jaar. Beide prijzen zijn een gevolg van zijn twee wereldtitels in maart bij de WK afstanden in Berlijn, op de 1.500 en de 1.000 meter. ,,Ze begrepen het niet'', zegt Wennemars over de openingszin van zijn dankwoord in Amsterdam, `I got him', een variant op `We got him', de Amerikaanse reactie op de vangst van Saddam Hussein.

Op het podium moest Wennemars woensdag huilen van vreugde, toen oud-olympisch zwemkampioene Ada Kok hem de trofee overhandigde. Net als tijdens zijn ereronde in Berlijn, nadat hij zijn eerste van twee wereldtitels had gewonnen. Eindelijk, na jaren van hard werken, mocht Wennemars zich op 15 maart wereldkampioen noemen. Bij hun keus voor de in Dalfsen geboren schaatser – boven tennisser Martin Verkerk en schaatser Gianni Romme – zullen sommige sporters een rol hebben laten spelen dat Wennemars zich ook in dit nieuwe schaatsseizoen als winnaar doet gelden. Er ging geen weekend voorbij of hij won een 1.500 of een 1.000 meter, zowel in nationale als internationale races.

Over de tv-beelden waarop zijn vreugde-uitbarsting is te zien nadat hij wereldkampioen is geworden: ,,Ik schaam me dood. Andere mensen vinden dat prachtig, maar als ik mezelf zie, verschrikkelijk. Dan denk ik, wat een aansteller.''

Over zijn tranen: ,,Zo zit ik nou eenmaal in mekaar. Dat kun je niet tegengaan en dat kun je ook niet spelen. Ik vind het ook echt een hele eer. Als ik jaaroverzichten zie, met al die hoogtepunten achter elkaar, dan krijg ik ook tranen in de ogen. Fantastisch om te zien. Sporten is niet alleen maar een klinische prestatie. Sport is emotie, entertainment, dramatiek. Sport is alles wat het leven heeft. Vallen en opstaan, dat hoort er allemaal bij. (..) Ik zou misschien nog één kans hebben sportman van het jaar te worden, na de Spelen van 2006 in Turijn. Maar dan moet ik wel heel erg raar uithalen. Waarschijnlijk is één gouden medaille daar niet eens genoeg. Dit is het moment. Dit was mijn jaar, dit was mijn doorbraak.''

Hoe moeilijk is het na een succesvol seizoen de draad weer op te pakken? Wennemars schudt zijn hoofd. ,,Helemaal niet. Ik vind sporten gewoon leuk. Ik ben meteen na de WK in Berlijn weer gaan trainen. Ik heb geen week niks gedaan, hooguit een paar dagen. Ik heb het ook nodig.''

Renate: ,,Stel dat wij na seizoen op vakantie gaan, voor het eerst..'' Hij: ,,Dan neem ik m'n sportschoenen mee.''

Afgelopen zomer maakten ze een uitstapje van drie dagen naar Barcelona. ook daar kon Wennemars het niet laten.

Hij: ,,Ik kan het niet, drie dagen zonder sporten. Vroeger, toen ik nog een jongen was, heb ik één keer 365 dagen getraind. Niet één dag zonder sport. Dus ook met kerst, oudejaarsdag, nieuwjaarsdag, Koninginnedag, 4 en 5 mei.''

Zij: ,,Z'n broertje heeft dat ook. Dat is een soort mini-Erben. Die-die-die praat ook zo en die is net zo gevoelig en sociaal. Als je tegen Erben zegt dat iets gezond is, goed voor hem, dan gaat ie dat gewoon eten, al is het nog zo vies. Als je zegt dat hij beter wordt door elke dag een uur op z'n handen te gaan staan, dan gaat Erben een uur op z'n handen staan. Maar dat moet dan wel iemand zijn in wie hij vertrouwen heeft. Z'n broertje hoort ergens dat je gezonder bent of beter kunt trainen als je een beetje bruin bent, dus die ligt onder de zonnebank.''

Hij: ,,Ik ben deze week ook onder de zonnebank geweest.''

Zij: ,,Maar niet specifiek omdat iemand heeft gezegd dat het beter is.''

Hij: ,,Nee, maar ik voel me er wel beter bij. Wij zijn zijn altijd maar binnen, in die ijshallen.''

Zij: ,,En hij is ook een piepklein beetje ijdel.''

Een oud-ploegarts van Wennemars zei het ooit treffend: ,,Erben vraagt heel veel aandacht, maar dat geeft hij in het kwadraat aan zijn omgeving terug.''

Hij: ,,Ik vraag nu wel minder aandacht.''

Zij: ,,Jij wilt altijd bevestiging.''

Winnen is de ultieme bevestiging. ,,Maar een dag later kan ik alweer onzeker zijn. Maar ik denk dat twijfel ook goed is. Twijfel en onzekerheid, daardoor blijf je gaan. Op het moment dat je heel zeker bent en dat je denkt dat alles vanzelf gaat, dan word je lui en is het binnen de kortste keren afgelopen.'' En dat is geen wijsheid die hij heeft overgenomen van sportpsychologen. ,,Sportpsychologen, zieleknijpers, daar moet ik niks van hebben.''

Van managers evenmin. Wennemars is zijn eigen zaakwaarnemer. ,,Ik heb het liever zelf in de hand. Ik denk dat ik het beter zelf kan en ik vind het leuk. Doordat je al die dingen er zelf bijdoet, weet je ook hoeveel moeite het kost. Dan weet je wat het waard is. Als je een manager hebt en je hoeft alleen maar te trainen, wat krijg je dan op een gegeven moment? Dan ga je zeggen, `ik wil die auto hebben', Oké, dan krijg je die auto, `Die auto is niet schoon, maak die auto schoon'. Sporters worden zo veeleisend, dat op een gegeven moment niks meer goed is. Als we een paar uur op een vliegveld moeten wachten, hoor je, `waarom hebben we geen betere aansluiting?' Doordat ik veel zelf regel, weet ik hoeveel rompslomp er bij komt kijken. Je leert er van. En ik kan het er makkelijk bij doen.'' Misschien iets voor een tweede carrière? ,,Ik denk wel dat ik een hele goeie zou zijn. Maar ja, dan moet ik van die arme sportertjes weer vijftien procent gaan aftroggelen. Dat zie ik ook niet zitten.''

Last van een jetlag – maandag kwam Wennemars terug uit de Verenigde Staten – heeft hij niet.

Zij: ,,Hij krijgt de kans niet een jetlag te hebben. Hier heb je 's ochtends namelijk een Joep.''

Hij: ,,Vanochtend was ik wat moeilijk wakker te krijgen.''

Zij: ,,Erben was een beetje nerveus ineens voor het gala begon. Toen ging ie bier hijsen.''

Hij: ,,Ik werd echt nerveus.''

Zij: ,,Er was niks aan de hand. Tot we dat gebouw binnenliepen en die camera daar stond. Ze vroegen aan hem wat hij verwachtte en toen voelde ik z'n handje ineens trillen. Ik denk, krijg nou wat. Toen ging ie nadenken, stel dat ik win, dan moet ik toch iets zeggen. En toen ging er een paar bier in. Voor een wedstrijd ben je niet zenuwachtig als je weet dat je goed getraind hebt, als je fit en gezond bent: kom maar op. Maar als je het zelf niet in de hand hebt, net als op dat sportgala, als het in de handen van anderen ligt, dan word ik zenuwachtig. Als sporter wil je altijd graag in controle zijn. En bij zo'n verkiezing ben je dat absoluut niet.''

Aan het eind van het olympische jaar 1998 was Wennemars voor het eerst te gast bij het Sportgala. ,,Overal tv's en daarop werden de hele tijd de sportmomenten van dat jaar herhaald, ook mijn val in Nagano. Ik vond het toen al prachtig dat ik er bij mocht zijn. En nu mocht ik op de eerste rij zitten én zelf op het podium komen.''

Als klein ventje schreef hij ooit een brief aan zijn idool Evert van Benthem. De tweevoudige winnaar van de Elfstedentocht schreef een brief terug. ,,Ik schreef dat ik een fan van hem was en dat ik graag een handtekening van hem wilde hebben. Ik moest toch wat vragen. En ik heb een handtekening van hem gekregen. En ik heb nu nog steeds contact met Evert. Nu is hij fan van mij. Geweldig. Hij was er vorige week beide dagen in Calgary. Als we in de zomer weer in Calgary trainen, ga ik er weer naar toe. Samen met Evert koeien melken. Prachtig. Dat zijn de mooie dingen hoor.'' Twee jongens van de boerderij, uit Overijssel. ,,Dat schept een band.''

Wennemars beleeft z'n mooiste jaar als schaatser. En nog nooit was hij zo populair. Toch zijn er in Nederland mensen die nooit van hem gehoord hebben. ,,Ongetwijfeld. Renate weet niks van sport en het interesseert haar weinig. Vind ik ook helemaal niet erg.'' Hij kan normaal de straat op. ,,Je wordt wel eens aangehouden, maar dat is toch alleen maar mooi? Soms sta je wel in een winkelstraat en roept iemand vanaf twee meter keihard `Erben Wennemars!'. Dan denk ik, ja, wat nu?''

Zij: ,,Er was net een mevrouw in de stad en die zei, `gefeliciteerd met je man'.

Hij: ,,Dat is toch leuk?''

Wennemars is publiek bezit. ,,Helemaal niet erg. Ik vind het een eer. Natuurlijk heeft het nadelen, maar het heeft nog veel meer voordelen. Van de tien keer dat ik ergens binnenkom, ben ik acht keer bij voorbaat al aardig en leuk en hoef ik me absoluut niet te bewijzen. Het leven is makkelijker. Er wordt meer naar me gekeken. Prima.'' Dat gebeurt ook op de ijsbaan. ,,Ik denk dat ik in aanzien gestegen ben. Eerst zagen ze me als podiumvulling.''

Vlak voor zijn eerste vrije weekend sinds het seizoen op 31 oktober begon, stelt Wennemars vast dat hij ook geluk heeft gehad. ,,Voor hetzelfde geld haal je die prijzen net niet en ben je een schaatser die het net niet geworden is.'' Lang stilstaan bij zijn successen wil hij niet. ,,Ik ben nog lang niet klaar. Ik wil het zo lang mogelijk volhouden, sowieso tot Turijn. Wat Van Velde heeft gedaan zou ik ook graag willen. Hij is 32 en rijdt nog steeds. Een carrière wordt niet gemaakt met één of twee prestaties, maar met jarenlang aan de top meedraaien.'' Zich blindstaren op `Turijn' doet hij niet. ,,Want het kan ook zo afgelopen zijn, door een blessure of zo, en daarom moet je er nu van genieten.''

De volgende afspraak van het gezin Wennemars dient zich aan: kerstfeest op de crèche. Nog even een blik in het krachthonk. ,,Hier ben ik de baas'', zegt Wennemars in de schuur die hij omtoverde tot fitnessruimte: gewichten aan de muur, rekstok, mountainbike, een schaatsplank waarop hij droog schaatst, een muur die grotendeels uit spiegels bestaat, een poster van de laatste Winterspelen en een echte Brood. ,,Herman (geboren in Zwolle, red.) moest eens weten.'' Het is een schilderij van een voetballer, in het shirt met horizontale blauw-witte strepen van FC Zwolle. ,,Wilde Renate niet in huis hebben.''

    • Ward op den Brouw