Invoering van ov-chipkaart loopt gevaar

De invoering van de landelijke chipkaart voor openbaar vervoer dreigt niet door te gaan. De Nederlandse Spoorwegen weigeren te investeren in het betalingssysteem van deze betaalkaart, omdat het financiële risico te groot zou zijn. Andere ov-bedrijven willen niet garanderen dat ze dit systeem gebruiken.

De NS heeft toegezegd tientallen miljoenen euro's te investeren om de afhandeling van betalingen centraal te laten verlopen. Daarbij heeft de NS als eis gesteld dat andere vervoerders, zoals Connexxion, het Amsterdamse GVB, de Rotterdamse RET en de Haagse HTM, dit systeem vaak genoeg gebruiken, zodat het winstgevend wordt. Die garantie geven zij onvoldoende, aldus de NS gisteren.

Trans Link Systems (TLS), dat de invoering van de chipkaart regelt, gaf toe dat de NS onvoldoende garanties heeft gekregen. TLS gaat daarom volgende maand met zijn aandeelhouders, de vijf grootste ov-bedrijven, praten.

Zonder centraal betalingssysteem wordt volgens een woordvoerder van de NS de landelijke chipkaart vrijwel onmogelijk. Stel dat een reiziger in Leiden op de bus stapt, nadat hij zijn kaart heeft gescand. Daarna neemt hij de trein. Het betalingssysteem berekent dan hoeveel de reiziger moet betalen en hoe dit bedrag over de vervoerders wordt verdeeld.

Volgens de NS weigert vooral het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) in Amsterdam garanties te geven. Het GVB wil hierop niet ingaan.

De NS is nog wel van plan een chipkaart in te voeren als de financiering van het betalingssysteem niet wordt geregeld. Deze chipkaart zal alleen in treinen kunnen worden gebruikt. De NS verwacht dat de sociale veiligheid door het elektronisch vervoerbewijs toeneemt, doordat het veel moeilijker wordt om zwart te rijden.

De chipkaart moet in 2007 het betaalmiddel worden in alle openbaar vervoer. Volgend jaar moet het elektronisch vervoerbewijs bij wijze van proef in Rotterdam in gebruik worden genomen. De NS introduceert dan op de lijn Rotterdam CS-Hoek van Holland de ov-chipkaart.