`Ik ben gewend om met sterren te werken'

Topkok Robert Kranenborg ging er met zijn restaurant Vossius eerder aan onderdoor: de slechte economie. Joop van den Ende zegt daar tegen te kunnen. Hij opent, met Kranenborg, een toprestaurant in de tempel van het kwaliteitsmassavermaak: het Scheveningse Circustheater.

Zoek de zeven verschillen. Twee mannen zitten in een kantoor aan het Amsterdamse Museumplein. De een is sinds de verkoop van zijn onderneming Endemol in 2000 miljardair, de ander zit in grote schulden sinds zijn toprestaurant Vossius in augustus dicht moest wegens gebrek aan klanten. De een (op de witte knoopjes van zijn overhemd na geheel in het zwart gekleed) heeft een voorliefde voor vermaak via het oog en het oor, de ander is beter in het strelen van de neus en de tong. De een excuseert zich voor een rommelende buik (,,ik probeer af te vallen''), de ander benadrukt zijn voorliefde voor eten en lacht als hij constateert ,,groot'' te zijn en ,,een beetje overgewicht'' te hebben.

Maar de op het eerste gezicht zo verschillende Joop van den Ende en Robert Kranenborg hebben elkaar gevonden. Glimlachend luisteren ze naar elkaar, geven het woord door als de ander wat meer aandacht behoeft en becomplimenteren elkaar onophoudelijk. ,,Heb je weleens in zijn keuken mogen eten?'' vraagt Van den Ende. ,,Dat is een feest!'' Kranenborg: ,,Joop houdt van kwaliteit''. Samen beginnen ze nu een restaurant in het Scheveningse Circustheater van Joop van den Ende: restaurant `Le Cirque'.

Van den Ende wil er ,,niet financieel maar inhoudelijk beter van worden''. In zijn kantoor vertelt hij vol enthousiasme over zijn onderneming, Stage Holding. Hij kocht het in 1999 voor 167 miljoen gulden uit het entertainmentconcern Endemol. Daar dreigde het naar de zijlijn te verdwijnen door het geweld van televisieproducties, maar Van den Ende wilde het behouden. Stage Holding heeft vestigingen in vijf landen en verzorgt theatervoorstellingen (van Les Misérables tot Mamma Mia!, van Miss Saigon tot The Lion King), beheert en exploiteert theaters. In Nederland zijn dat het Beatrix Theater in Utrecht en het Scheveningse Circustheater, in Duitsland zijn het er in totaal acht waaronder het befaamde Berlijnse Theater des Westens. Dat aantal groeit. In Duitsland komen er theaters bij, in Madrid zijn er drie gekocht. Het afgelopen jaar groeide de onderneming naar 4.500 werknemers. Het bedrijf zoekt ook nieuwe activiteiten. Zo gaat Van den Ende dance-organisator ID&T helpen de Duitse markt op te gaan.

Van den Ende wil niet zeggen hoeveel winst het bedrijf maakt (zoiets vindt hij ,,niet charmant'') , wel dat de omzet dit jaar 475 miljoen euro zal bedragen, en volgend jaar wordt gegokt op 550 miljoen euro. Stage Holding opereert in een conjunctuurgevoelige bedrijfstak. Kaartjes voor de voorstellingen zijn niet goedkoop: naar de 3 Musketiers in Rotterdam kost ten minste 45 euro per kaartje. Van den Ende wil zijn risico's spreiden door zowel de voorstellingen zelf, de kaartverkoop als de theaters in de hand te houden en daarmee aanvullende diensten te leveren. Die laatste worden bijvoorbeeld overdag gebruikt voor congressen en bedrijfsevenementen. En bij de ticketverkoop kan ook vervoer en overnachting worden geregeld. ,,Als je overal provisie krijgt, kan je in tijden van succes sparen voor de magere jaren'', zegt Van den Ende. Hij merkt dat hij juist nu meer reclame moet maken om zijn kaartjes kwijt te raken, en denkt dan ook na wélke voorstellingen hij programmeert. ,,Het publiek heeft nu behoefte aan een lach, aan blij zijn. Vrolijkheid is gewenst. Mijn antwoord op de recessie is dan ook: zorg voor verlichtig van de zorgen.''

Ook Robert Kranenborg heeft last gehad van de recessie. Hij wordt door vriend en vijand gezien als een van Nederlands beste koks. Kranenborg kookte eerst in het Amstel Hotel twee Michelin-sterren bij elkaar en kreeg daarna voor zijn eigen restaurant Vossius een ster. Desondanks werden er onvoldoende couverts verkocht en ging Vossius failliet. Kranenborg zegt ook zelf financieel ,,zwaar getroffen'' te zijn door het faillissement; hij draagt desondanks nu een deel van het risico van de nieuwe onderneming. Nu Kranenborg onderdak heeft gevonden in Van den Endes Circustheater moet dat voorbij zijn. ,,Ik zal daar niet meer de angst hebben voor een halflege zaak.''

Waarom niet? Gasten kunnen nog steeds voor goedkoper eten kiezen.

Kranenborg: ,,De stroom mensen die al naar het theater gaat, pik ik gewoon mee. In deze moeilijke tijd, na míjn dramatische tijd, is dat geweldig. Als ik open, gaat ook The Lion King van start in het Circustheater. Het eerste jaar van zo'n show zit het restaurant 100 procent vol, daarna zakt het meestal pas wat weg. Vergis je niet, hoor. Zo'n vaste toeloop is de droom van ieder restaurant.''

Van den Ende: ,,Het is niet zo dom bedacht.''

Le Cirque wordt Kranenborgs uithangbord: zeventig plaatsen en een lounge voor 22 personen. Er wordt in twee ploegen gegeten. De eerste groep, de musicalbezoekers, gaat zo rond half acht weer van tafel. De ondernemer en de kok zeggen de recessie de baas te kunnen door de stroom mensen en een lagere noodzakelijke bezettingsgraad dan Vossius had. Wanneer elke dag 60 procent van de eerste shift bezet is, draaien de restaurants quitte. De tweede groep, die geen show bezoekt, komt daar nog bovenop.

Bij het Amstel Hotel en Vossius streefde u naar Michelin-sterren. Is dat hier ook haalbaar?

Van den Ende lacht. Kranenborg: ,,In principe ben ik nooit tevreden met wat ik doe. Ja dus.''

Van den Ende: ,,Ik ga in mijn leven altijd voor het beste, wil altijd het hoogste bereiken. Anders had ik hem niet gebeld. Ik ben gewend met artiesten, met sterren te werken. Dat heeft een dubbele betekenis hier.''

Wíllen bezoekers van een show wel luxe uit eten?

Van den Ende: ,,Als ík in Amsterdam naar het theater ga, eet ik vooraf altijd even in de brasserie van het Amstel. En daar kom ik veel andere theaterbezoekers tegen.''

Waarom wilt u dit eigenlijk?

Van den Ende: ,,Elk Nederlands theater heeft tegenwoordig een theaterrestaurant. Daarom vond ik het nodig te verbeteren, te veranderen. Ik wilde er inhoudelijk, niet financieel, maar inhoudelijk beter van worden. Onder zijn supervisie een stapje hoger komen.''

In Nederland wordt u met name gezien als koning van het massavermaak. Werkt de combinatie van u beiden dan wel?

Van den Ende: ,,Dat imago heb ik, ja. Het stamt nog uit de tv-tijd. In Duitsland, waar ik niet bekend ben van het televisiewerk, word ik niet gezien als de man van het grote platte amusement. Ik probeer dat imago hier niet af te schudden, ik schaam me niet voor wat ik heb gedaan. Maar je moet proberen te groeien. Ik wil graag dat het trouwe publiek dat ik heb opgebouwd, dezelfde stap met mij mee maakt.''

Kranenborg: ,,Wij koken niet elitair, selecteren onze gasten niet. Ik kook voor iedereen. Maar als mensen het zichzelf niet gunnen, dan houdt het op.''

Van den Ende: ,,Wat je bij Vossius hebt meegemaakt, was niet goed. Hier heb je de kans om er iets aan over te houden. Ik ben niet iemand die een ander van de schroothoop af koopt en dan uitknijpt. Ik ben wel zakelijk. Daarnaast geldt dat ik hiermee een grote verantwoordelijkheid op mijn schouders heb genomen. Ik zou het verschrikkelijk vinden als mensen straks over je zeggen `hij is er eigenlijk een beetje minder op geworden'.''

    • Elsje Jorritsma
    • Freek Staps