Het agendaleven

Goeoe-denmmmmmmmorgen meneer Montag. Ik stoor toch niet hoop ik. Mag ik u iets vragen. U spreekt met Jroen Vnahkjum.

Wat wilt u vragen meneer Vnahkjum?

Hoe zit u in tweeduizendvier?

Hoe zit ik in tweeduizendvier? Wat bedoelt u?

Nou, hebt u even tijd? In november vieren wij ons vijftigjarig bestaan van onze vereniging en we hadden gedacht om u als spreker uit te nodigen. Wegens uw belangstelling.

Montag zegt dat hij vereerd is, maar voor november 2004 al volgeboekt en wenst hem en de vereniging succes.

Dit jaar lagen de eerste agenda's voor het volgend jaar al eind oktober in de winkel. Dat is logisch. Hoe verder de mensen vooruit kijken, hoe minder ze aan het toeval willen overlaten, en dus, hoe eerder ze de agenda voor het volgend jaar nodig hebben. Daarmee is de methode van het zo economisch mogelijk de agenda kopen achterhaald. Nog altijd krijg je bij de aanschaf van een agenda voor het volgend jaar de eerste maand van het daarop volgende cadeau. Dus bij 2004 heb je ook al januari 2005. Zo kun je je weer een paar euro's besparen. Je wacht tot de laatste week van januari 2005. Dan ligt dit boekje voor een kwart van de prijs in de uitverkoop. Dat zal nog wel kunnen, maar het is niet meer van deze tijd. Als je in in 2005 bij wilt blijven, moet je de agenda voor dat jaar al begin oktober 2004 op je bureau hebben. U merkt dat ik een jaar vooruit reken. Dat hoort zo.

Hoe komt het? In de vorige eeuw, ook nog die van het reëel bestaande socialisme had je het vijfjarenplan. Dat voorzag in de productie van zoveel ton staal, de aanleg van zoveel kilometer spoorlijn, enzovoorts, de totale maakbaarheid van de maatschappij. Niemand had een persoonlijke agenda nodig. Er was een collectieve agenda, die door het politburo en de zich daaruit vertakkende bureaucratie voor iedereen vijf jaar lang werd bijgehouden. In het democratische Westen ging het wat minder stringent toe, maar ook hier had de gemiddelde mens relatief weinig over de indeling van zijn uren, dagen, maanden en jaren te zeggen. Kinderen hadden een schoolagenda waarin ze opschreven wat ze aan huiswerk voor de boeg hadden. Zo'n schoolagenda was en is misschien nog wel een document van dwang. Zei de docent dat er op dinsdag om tien uur een proefwerk zou worden gegeven, dan was er geen leerling die zei dat dit ongelukkig uitkwam omdat hij dan iets dringenders te doen had. Op eigen gezag de agenda indelen was alleen voor de bazen weggelegd.

Toen zijn we geleidelijk door de verzelfstandiging van het individu beslopen en ten slotte vrijwel ongemerkt overweldigd. Het collectief resultaat is dat niet alleen iedereen iets van de ander wil, maar ook de grootste zekerheid verlangt dat aan zijn wil wordt gehoorzaamd. Allen willen iets van allen en vice versa. Een toespraakje; de aanwezigheid op een bruiloft; meedoen aan een evenement; aan een vergadering; in het mannenkoor; feestjes; plechtigheden. RSVP, deze kaart kan ongefrankeerd worden terugestuurd. In plaats van dwingend opgenomen te zijn in een vijfjarenplan, heeft de maatschappij een web van duizenden verlangens en verplichtingen over zichzelf geweven. En omdat tijd zich niet laat vermeerderen, altijd even schaars blijft, reiken de verlangens steeds verder in de toekomst. Dat had Francis Fukuyama goed voorzien: het algemene dringen naar aandacht, erkenning, respect. Megalothymia noemt hij het.

De moderne communicatie – daar heb je die weer, maar het is nu eenmaal zo – heeft het algemeen gedrang intenser, luidruchtiger en dwingender gemaakt. Daar valt niets aan te doen. Televisie, luidspreker, spam, reclamefolders worden nooit meer afgeschaft, tenzij er iets met meer beeld dan de televisie wordt uitgevonden, iets dat harder kan worden aangezet dan de luidspreker, iets dat meer penetratievermogen heeft dan spam, een type dat nog meer aandacht eist dan de moderne voetballer. Dit is nu eenmaal de nieuwe natuurstaat. Over voor- of nadelen kun je wel weer een nieuw congres beleggen, maar het helpt niet, het is zo. Wie zich niet aanpast, gaat ten onder, zoals vroeger een Batavier zonder knots.

Maar de agenda-bepaalde maatschappij heeft één groot gebrek. Er is steeds minder ruimte voor improvisatie. In de geslotenheid van de hermetisch ingedeelde tijd kun je niets meer eenvoudig aan je laars lappen om je over te geven aan nutteloze onzin, of gewoon eens te gaan spelen als een wezen dat nog niet onder de een of andere leerplicht valt. Je zou eigenlijk een klooster voor de improvisatie moeten oprichten, als dat geen initiatief met een innerlijke tegenspraak was. Georganiseerde improvisatie bestaat niet.

Eigenlijk had ik dit stukje als oudejaarsoverdenking bedoeld. Maar omdat je met de feestdagen bij een krant `vooruit moet werken' had ik even de indruk dat ik dit voor volgende week aan het schrijven was. Hiermee is, dunkt mij, impliciet het bewijs van het bovenstaande geleverd.

    • S. Montag