Grote Broer in Groningen

Nederlandse parlementariërs wonden zich enkele jaren terug behoorlijk op over `Echelon', het elektronische spionagenetwerk van Amerikanen en Britten. Maar sinds elf september is de kritiek verstomd. In Groningen wil Nederland nu zijn eigen Echelon bouwen. Ook buitenlandse bedrijven zullen gevolgd worden, zegt MIVD-hoofd en generaal-majoor Bert Dedden.

Kolonel Ton van Nassau kon de bewoners van Zoutkamp een maand geleden niet helemaal geruststellen. Op 27 november kwam hij naar het gemeentehuis van het Groningse De Marne om hun wantrouwen weg te nemen. Het ging over de extra schotelantennes die het ministerie van Defensie wil plaatsen op het terrein van het `satelliet-interceptie-station' buiten het dorp.

Nee, zei de kolonel, die schotels worden niet gebruikt voor het afluisteren van de mobiele telefoongesprekken van de Zoutkampers. Die schotels vangen alleen etherverkeer op dat afkomstig is van communicatiesatellieten. En er komt helemaal geen straling uit die schotels, laat staan gevaarlijke. Dus nee meneer, u hoeft niet bang te zijn voor de gezondheid van uw echtgenote. En het is ook niet zo dat die extra schotels Zoutkamp tot een aantrekkelijk doelwit voor terroristische aanslagen maken. Er zijn nog nooit aanslagen gepleegd tegen dit type inlichtingeninstallaties.

Maar dat de zes draaibare schotelantennes, met een diameter van elf meter, het uitzicht verpesten, daar kon de kolonel inderdaad weinig aan doen.

Dat Van Nassau afreisde naar het noordelijke dorp (1.200 inwoners) om de zorgen van een handvol bewoners te bespreken is opmerkelijk. Het is ook tekenend voor het belang dat de inlichtingendiensten hechten aan dit type hightech-`verbindingsinlichtingen'. Van Nassau is projectleider van de spiksplinternieuwe Nationale SIGINT Organisatie, NSO. SIGINT staat voor signals intelligence: verbindingsinlichtingen. Deze instelling, die sinds september in oprichting is, moet het afluisteren van draadloze communicatie coördineren. Tot de oprichting van de NSO werd kort na de aanslagen op New York en Washington op 11 september 2001 besloten.

Met de NSO zal Nederland beschikken over een eigen Echelon, de populaire benaming van het afluisternetwerk van de Angelsaksische landen, waarvan het zenuwcentrum zich bevindt in de kelders van het Amerikaanse National Security Agency (NSA). Echelon is een soort reuzenstofzuiger die communicatie opveegt of die nu door de ether stroomt, door koperen draden of door glasvezelkabels. Ophef over Echelon leidde enkele jaren terug tot kritische rapporten van onder meer het Europees Parlement dat suggereerde dat het oorspronkelijke militaire netwerk ook gebruikt wordt voor economische doeleinden en bespionering van burgers en maatschappelijke organisaties als Greenpeace en Amnesty International.

Intussen is de commotie over dit soort systemen grotendeels verstomd: die acceptatie heeft zonder twijfel te maken met de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Het is oorlog, verklaarde president Bush, en hij eiste een serie speciale bevoegdheden op zoals het aftappen van e-mail en mobiel telefoonverkeer. Maar helemaal verdwijnen doet de reserve over afluisteren nooit. Kamerlid Marijke Vos (GroenLinks) stelde in maart Kamervragen over de NSO. Die zijn naar haar mening nooit naar tevredenheid beantwoord, onder andere doordat onduidelijkheid bestond over wanneer en waar de schotels bij Zoutkamp zouden worden geplaatst. ,,We zouden als Kamer toch over de taken en de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de betrokken bewindslieden moeten worden geïnformeerd. Anders zou de NSO wat ons betreft helemaal niet van start mogen gaan.''

De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, MIVD, wordt de grootste afnemer van de verzamelde inlichtingen. De MIVD analyseert in algemene zin militaire dreigingen maar beschermt vooral Nederlandse militairen, of die nou in Irak zijn gelegerd, voor de Liberiaanse kust liggen of ergens anders in de wereld verblijven. De grote `ruimteoren' in Zoutkamp staan gericht op communicatiesatellieten boven het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Centraal-Azië en het Caraïbisch gebied, regio's waar Nederlandse militairen zijn gelegerd, of dat ooit nog worden, waar wapentuig van potentiële tegenstanders wordt getest of illegale wapenhandel tiert.

De NSO zal uit meer bronnen dan alleen communicatie-satellieten putten. Ook internationaal radioverkeer van kortegolfzenders, fax- en internetverkeer worden opgevangen. Het gaat om gedigitaliseerde teksten, maar ook gesproken berichten via telefoons, marifoons en politieradio's, gecodeerd en over open kanalen verstuurd. Al deze communicatie kan zowel een civiele als een militaire herkomst hebben. Dit verkeer wordt in bulk in databanken opgeslagen.

De computerprogrammatuur van de NSO kan binnen die databanken op trefwoord zoeken. `Trefwoord' is in dit geval een ruim begrip. Niet alleen kunnen grote volumes teksten, precies zoals bij zoekmachines op internet, op de aanwezigheid van bepaalde zoektermen worden doorzocht. Ook gesproken woorden kunnen worden herkend. Daarnaast wordt door niet-ingewijden uitgebreid gespeculeerd over de mogelijkheid individuele stemmen te herkennen.

Dit type hoogwaardige afluistersystemen is geen unicum, veel landen zijn ermee uitgerust. Je zou zeggen dat het openbare bestaan van dit soort afluistersystemen kwaadwillenden ervan weerhoudt hun geheimen nog aan draadloze communicatiemiddelen toe te vertrouwen. Maar volgens generaal-majoor Bert Dedden bedriegt die schijn: ,,Er gaat zeer veel verkeer door de ether. In ieder geval genoeg om veel aan de weet te komen.''

Je eigen boontjes doppen

MIVD-hoofd Dedden zit in zijn ruime kamer, hoog in het hoofdkwartier van zijn dienst op de Haagse Frederikkazerne. Dat de generaal zich laat interviewen getuigt van de nieuwe openheid die de MIVD zegt na te streven. Die `transparantie', zoals Dedden het noemt, is relatief. De bezoeker moet langs twee linies strak kijkende beveiligingsbeambten, telefoon en paspoort moeten worden ingeleverd, en zelfs bij een kleine sanitaire stop bewaakt een medewerker de deur. Over de taken van de MIVD mag vrijuit worden gesproken, maar het precieze `hoe' en `wat' ligt nog altijd goed verborgen achter het gordijn van de ,,plausibele ontkenning'' en ,,geen commentaar''.

Dat afgetapt satellietverkeer zo'n belangrijke bron voor inlichtingendiensten is komt doordat verdachte personen of instellingen verplicht zijn van zulke kunstmanen gebruik te maken. Vooral in derdewereldlanden ontbreekt namelijk een kabelnetwerk. Communicatie, waaronder internet, moet wel via satellieten verlopen. In uitgestrekte landen kunnen mensen binnen stedelijke gebieden wel met elkaar telefoneren via gsm-masten. Maar om ver uit elkaar gelegen steden met elkaar te verbinden, of om te praten met de rest van de wereld, zijn satellieten nodig. En dat geldt ook voor internetcafés, die meermalen de stamkroegen bleken van internationaal optredende terroristen.

Als de bezwaarschriften van de omwonende Zoutkampers worden gehonoreerd, dan moet de NSO een alternatieve locatie voor de zes nieuwe ruimte-oren vinden. Volgens Dedden is daar al ernstig rekening mee gehouden. De tijd dringt. Waar kun je zes kolossale schotels kwijt? ,,Ergens anders in het noorden.'' De Randstad of andere dichtbebouwde regio's van Nederland zijn uitgesloten omdat er veel etherverkeer is dat storend werkt op de hypergevoelige `oren' die luisteren naar de satellieten.

De huidige twee schotels in Zoutkamp zijn in elk geval niet toereikend. Dedden: ,,Er hangen dozijnen communicatiesatellieten boven de aarde. Met onze twee schotels in Zoutkamp kunnen we nu nog maar een fractie van het satellietverkeer opvangen.''

Wat moet een klein land als Nederland eigenlijk met een afluistersysteem dat de halve wereld bestrijkt, of in ieder geval kan bestrijken, aangezien de schotels op de meest interessante kunstmanen kunnen worden gericht? Bestaat er niet zoiets als een Atlantisch bondgenootschap en andere militaire bondgenootschappen?

Het antwoord is eenvoudig: binnen de inlichtingenwereld kun je het beste je eigen boontjes doppen. Nederlandse militairen hebben ervaren dat je niet op inlichtingen van bondgenoten kunt vertrouwen. ,,Voor de Balkan-operaties waren we verplicht te vertrouwen op de hulp van andere inlichtingendiensten'', legt Dedden uit. ,,We waren voor operationele missies niet goed uitgerust.'' Hoe diep die crisis was bewees `Srebrenica', de massamoord die Servische soldaten in juli 1995 onder de ogen van een paar honderd Nederlandse blauwhelmen pleegden op zevenduizend moslimmannen en -jongens. Dedden: ,,Srebrenica bewees dat afhankelijkheid van bevriende inlichtingendiensten in de praktijk niet werkte.''

`Niet goed uitgerust' is een understatement. `Srebrenica' leek terugkijkend bijna onontkoombaar. Na de val van de Muur bleek dat de MIVD hopeloos achter de feiten aanliep. De MIVD, die toen nog MID heette, Militaire Inlichtingen Dienst, was uitsluitend gericht op het Oostblok, de militaire dreiging van het Warschaupact. De medewerkers hielden zich vooral bezig met het vinden van antwoorden op vragen als: wat is het penetrerend vermogen van de nieuwste Russische antitankraket, hoe wendbaar is de nieuwste MiG, en waarvoor dienen al die antennes op dat Oost-Duitse vissersschip zonder netten dat nu al voor de derde keer over de radio meldt met panne de marinehaven van Den Helder te willen binnenvaren?

Toen dat gevaar begin jaren negentig verkruimelde met het opheffen van de Sovjet-Unie, belandde de dienst, die toen nog bestond uit de afzonderlijke inlichtingendiensten van de luchtmacht, marine en het leger, in een existentiële crisis.

Respijt voor een grondige heroriëntatie was de dienst nauwelijks gegund. De ambitieuze inzet van Nederlandse troepen op de Balkan maakte een omslag noodzakelijk van een vooral strategisch ingestelde dienst naar een organisatie die inlichtingen verzamelde ten behoeve van gedetacheerde eenheden. Dat is iets geheel anders: behalve dat je op de hoogte moet zijn van de militaire sterkte van de mogelijk vijandelijke troepen in de buurt, is ook kennis van de lokale politiek en de gebruiken noodzakelijk. En daarvoor ontbrak bij de eerste detacheringen in Kroatië en Bosnië de expertise. De laatste grote uitzending van Nederlands militair materieel was die naar Nieuw-Guinea, begin van de jaren zestig. De deelname aan missies van de Verenigde Naties, zoals bijvoorbeeld in Libanon, compenseerde weinig. VN-waarnemers mogen hun tanden nooit laten zien.

De MIVD moest dus zo onafhankelijk mogelijk kunnen optreden. En hoe groter de capaciteit voor het vergaren van informatie, des te onafhankelijker een inlichtingendienst zich kan opstellen.

Ruilhandel

Er is nog een reden waarom de MIVD een zo groot mogelijke reikwijdte heeft: ruilhandel. Intelligence heeft een prijs: andere inlichtingen. De witte vlekken op de inlichtingenkaart kunnen worden ingekleurd door andere inlichtingendiensten, maar daar moet altijd wat tegenover staan. Dedden noemt als voorbeeld de uitzending van personeel naar Eritrea voor de Verenigde Naties in 2000, UNMEE, als voorbeeld. ,,Het gebied waar de Nederlandse missie moest worden gelegerd lag in de buurt van Djibouti. Daar zijn al heel lang Franse militairen gestationeerd. Het lag dus voor de hand om onze Franse collega's te bellen.'' De Direction de Renseignements Militaires, DRM, werd wel in staat geacht om informatie te verschaffen die de risico's voor de Nederlandse militairen zoveel mogelijk beperkte. En inderdaad: de DRM bleek al snel tot zaken bereid. In ruil voor de gezochte inlichtingen, vooraf, maar ook tijdens UNMEE, mocht het Franse leger inlichtingenofficieren stationeren bij het Nederlandse detachement. ,,Dan staken zij ook wat op van onze missie.''

De aanslagen van 11 september 2001 hadden voor de MIVD ,,grote gevolgen'', zegt Dedden. Gelegenheidsopdrachten zoals die op de Balkan, en de VN-missies, zoals die in Cambodja en Eritrea, verbleekten haast bij het nieuw strategisch gevaar: het fundamentalistische terrorisme. Aanpassingen waren hard nodig. ,,Mensen omscholen van Russisch-sprekend, waar we er na de Koude Oorlog nog veel van hadden, naar het Servo-Kroatisch, wat op de Balkan nodig was, was niet zo'n grote stap. Maar de Arabische taal is een heel ander hoofdstuk.'' Een van de `actiepunten' die het ministerie van Defensie kort na die elfde september opstelde was de afspraak om de capaciteit voor onderschepping van satellietverkeer drastisch uit te breiden.

Toch wil Dedden de invloed van de radicaal-islamitische terreur op het Nederlandse inlichtingenwerk niet overdrijven. Instabiele regio's en ,,falende landen'', broeinesten van terroristen, bestaan al langer. De aanslagen op New York en Washington kwamen als een verrassing, het fenomeen van het terrorisme zelf niet.

De nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, (Wiv), die vóór september 2001 werd geschreven, hoefde na de aanslagen niet eens te worden aangepast. De Wiv moest orde brengen in het woud aan regels, directieven en toetsingskaders voor de inlichtingendiensten.

Sterker, die nieuwe wet had haast een grotere invloed op de MIVD dan de opgestoken terroristische storm. Zowel de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), als de MIVD kreeg meer bevoegdheden, bijvoorbeeld op het gebied van het volgen – ,,afleggen'' – van verdachte figuren, het plegen van computerinbraken, en het leggen van telefoontaps. In de Wiv staat wat we doen, zegt Dedden, ,,de interne procedures worden door de Rekenkamer tegen het licht gehouden. Maar hoe we het allemaal doen, dat is geheim.''

Tegenover de grotere bevoegdheden die de wet biedt staat de zogenoemde notificatieplicht: de verdachten bij wie was ingebroken, die waren afgelegd, of afgeluisterd, zouden daarvan later op de hoogte worden gebracht. Dat klinkt echter nobeler dan het is, zo blijkt uit de uitleg van voormalig plaatsvervangend MIVD-commandant Freek Meulman in het interne blad. ,,Vijf jaar na beëindiging van de uitoefening van de bevoegdheid wordt onderzocht of verslag kan worden uitgebracht aan degene waarop een inbreuk op een grondrecht is gemaakt.'' `Of', niet `hoe'.

Economisch misbruik

De Nederlandse afluisterorganisatie, de NSO, komt aardig in de buurt van het Angelsaksische Echelon-systeem. De controverse over dit afluistersysteem heeft deels een emotionele oorzaak, deels een rationele grond. De termen Echelon en Big Brother zijn bijna inwisselbaar: mensen willen niet dat al hun doen en laten kan worden gevolgd door moeilijk te traceren overheidsinstanties, ook niet als niets te verbergen valt. Dit gevoel van onbehagen werd niet bepaald geremd door de jarenlange ontkenning van de Amerikaanse overheid dat zoiets als een NSA bestond. De officiële afkorting heette in de volksmond daarom No Such Agency.

NSA bestaat nu officieel wel, maar over Echelon willen de Amerikaanse autoriteiten nog altijd niets kwijt. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse overheid die in een notitie over `Het grootschalig afluisteren van moderne telecommunicatiesystemen' stelt dat het ,,aannemelijk'' is ,,dat dit netwerk bestaat''.

De vrees voor Big Brother klonk door tijdens de hoorzittingen – ook in juni was er een in het gemeentehuis van De Marne. Bewoners waren bang dat hun mobiele telefoon werd afgeluisterd. Maar, zoals Van Nassau stelde, is `Zoutkamp' daar niet geschikt voor.

Voor de andere afluistercapaciteiten van de NSO geldt dat weer niet. In de databanken wordt alle communicatie opgeslagen. Mochten er redenen zijn om de gesprekken, faxen of e-mails van verdachte personen na te trekken, dan moet de minister of de Haagse rechtbank daar toestemming voor geven. Als opgeslagen burgercommunicatie na één jaar nog niet is geraadpleegd, dan vernietigen de NSO-computers deze.

,,De democratische controle hierop is zeer groot'', herhaalt Dedden meermalen. ,,Als wij als MIVD informatie willen hebben, of het nu om de inzet van agenten gaat of om het afluisteren van verbindingen, dan moet daar altijd toestemming voor worden gegeven. En als die er eenmaal is, dan moet deze ook iedere drie maanden opnieuw worden aangevraagd.''

Voor het volgen van militair verkeer is geen toestemming nodig, die mag te allen tijde worden opgeslagen, geanalyseerd en gedecodeerd.

Kritiek op Echelon is er ook vanwege de eenvoud waarmee volstrekt onschuldige mensen als verdachten kunnen worden aangemerkt zonder daar iets van af te weten of daar iets aan te kunnen doen. In de pers zijn gevallen aangevoerd van mensen die ooit in een telefoongesprek wat verkeerde trefwoorden hebben laten vallen – zoals `bom', `Amerikaanse ambassade' en `Bin Laden' – en daarom automatisch op een Amerikaanse zwarte lijst kwamen te staan. Het bezoeken van de VS werd vanaf dat moment altijd en zonder opgave van redenen geblokkeerd. `Broodje aap' of niet, de eigengereidheid die computerprogrammatuur eigen is, maakt dit soort verhalen niet ongeloofwaardig.

Maar de stevigste kritiek op systemen zoals Echelon heeft te maken met het, al dan niet vermeende, economische misbruik dat overheden ervan maken. Over Echelon wordt gezegd dat informatie over contractonderhandelingen tussen buitenlandse afnemers en concurrenten van de Amerikaanse industrie is doorgespeeld. Boeing zou op die manier bijvoorbeeld herhaaldelijk het Europese Airbus hebben weten af te troeven.

De Amerikanen hebben zich deze kritiek aangetrokken. Eerst was het de voormalige baas van de centrale inlichtingendienst CIA, James Woolsey, die eind jaren negentig toegaf dat het NSA inderdaad bedrijven in de gaten houdt. Maar dat zou alleen zijn geweest om te controleren of de concurrenten van de Amerikaanse industrie zich wel aan de zakelijke mores hielden – lees: smeergeld betaalden. In geval van onregelmatigheden werden de buitenlandse overheden daarvan op de hoogte gesteld. De bedrijven zelf kwamen niets te weten over dit ingrijpen.

Ook de huidige CIA-baas, George Tenet, gaf in 2000 toe dat bedrijfsfaxen en e-mailverkeer werden afgetapt. ,,Natuurlijk, SIGINT biedt de Amerikaanse overheid economisch waardevolle informatie. Dit geeft niet alleen inzicht in economische ontwikkelingen in de wereld. Bij veel gelegenheden heeft dit inzicht verschaft over de intenties van buitenlandse bedrijven en overheden om de Amerikaanse wet te overtreden, sancties te ontduiken of om oneerlijk te concurreren met het Amerikaanse bedrijfsleven.'' Maar, zei Tenet, dat betekent niet dat wij ons met industriële spionage bezighouden of proberen Amerikaanse bedrijven te bevoordelen.

Volgt de MIVD wel eens buitenlandse bedrijven? Zeker, zegt Dedden. ,,In Centraal- en Oost-Europa zijn bijvoorbeeld landen te vinden die... hoe zal ik het zeggen... waarvan niet helemaal zeker is of ze hun eigen wapenexportwetten wel goed naleven. En de bedrijven of instanties die zich daarmee bezighouden volgen we dan.''