Grootste massa Arctisch zee-ijs in stukken gebroken

Opwarming moet een doorslaggevende rol hebben gespeeld bij het opbreken van de Ward Hunt ijsplaat, een rand van zee-ijs langs de noordkust van Ellesmere Island in noordelijk Canada. Tot die conclusie komen onderzoekers in een artikel dat binnen kort in Geophysical Research Letters zal worden gepubliceerd.

De Ward Hunt ijsplaat is de grootste massa zee-ijs in het Arctische gebied. De vorming ervan begon ongeveer 4500 jaar geleden, en het ijs is zeker de laatste 3000 jaar op zijn plaats gebleven. Tot april 2000: toen werd met RADARSAT-opnamen vastgesteld dat er scheurvorming in begon op te treden. De scheuren breidden zich steeds verder uit, en in 2002 brak het ijs volledig in twee grote (en tal van kleinere) stukken. In juli en augustus van dat jaar begonnen onderzoekers ter plaatse waarnemingen te doen om het hele proces in kaart te brengen.

In 1907 was Ellesmere Island, volgens een rapport van Robert E. Peary, nog omgeven door een ononderbroken rand zee-ijs. In 1982 was daarvan al zo'n 90% verdwenen, vooral door afkalving aan de noordelijke zijde. Daarna bleef het ijs tot 2000 redelijk stabiel. Dat stabiele ijs damde ondermeer een fjord af, de 30 km lange Disraeli Fjord, waardoor die veranderde in het grootste kustmeer van het noordelijk halfrond. Het meer bevatte 43 m zoet water bovenop 360 m zout (en zwaarder) oceaanwater. Dit zoetwatermeer stroomde door de scheurvorming in de ijsplaat in korte tijd leeg, waardoor een unieke levensgemeenschap van zoet- en zoutwater plankton verdween. Ook andere levensgemeenschappen zijn door het opbreken van de ijsmassa aangetast.

Het opbreken van het ijs blijkt een complex proces te zijn geweest. De onderzoekers (van de Laval Universiteit in Quebec en van de Universiteit van Alaska in Fairbanks) stelden vast dat eerst het centrale deel van de ijsplaat door scheuren werd verdeeld in drie losse delen. Deze werden op hun plaats gehouden door het nog niet aangetaste ijs eromheen. In augustus 2002 kalfde echter de noordelijke buitenzijde af, waardoor 6 km² aan losse ijs-eilandjes ontstonden, en 20 km² aan los dik zee-ijs. Toen bleek ook dat de ijsplaat maar ongeveer half zo dik was als eerder was gerapporteerd.

Van Antarctica, waar de temperatuur in de laatste zestig jaar met ongeveer een halve graad per tien jaar is gestegen, wordt vrij algemeen aangenomen dat de opwarming de oorzaak is van het uiteenvallen van stukken ijsplaat. Van Ellesmere Island zijn minder temperatuurmetingen bekend; de langdurigste waarnemingen zijn gedaan bij Alert, zo'n 175 km ten oosten van de Disraeli Fjord. In Alert is de temperatuur sinds 1951 aanvankelijk minder snel gestegen dan op Antarctica: met 0,1 °C per tien jaar. Sinds 1967 is dat echter 0,4 °C per tien jaar. Uit controlemetingen kan verder worden opgemaakt dat de temperatuur op de Ward Hunt ijsplaat gedurende de periode 1967-2002 in juli zo'n 1,3 °C moet zijn geweest, wat volgens deskundigen ruim boven de drempelwaarde ligt voor het opbreken van een ijsplaat in Antarctica.

Dat de temperatuurstijging de oorzaak is van het opbreken van deze Arctische ijsmassa is dus zeer aannemelijk. Waarom dat precies in 2000-2002 gebeurde, is minder duidelijk. De onderzoekers gaan ervan uit dat het ijs door de geleidelijke opwarming is verzwakt, en dat vries/dooi-cycli, wind en getijden uiteindelijk gezamenlijk de doorslag hebben gegeven, daarbij geholpen door minder invloedrijke parameters zoals veranderingen van de temperatuur, het zoutgehalte en de stromingspatronen in de Noordelijke IJszee.

    • A.J. van Loon