Goedkope dollar probleem voor Europese export

De wisselkoers van het Britse pond is in elf jaar niet zo hoog geweest ten opzichte van de Amerikaanse als nu. Hanson, 's werelds grootste betonproducent, verwacht dat daardoor een deel van zijn winst in rook zal opgaan. En de Britse minister van Financiën Gordon Brown maakt onheilspellende geluiden over de mate waarin de valutabewegingen een serieus risico vormen voor de economie van Groot-Brittannië.

Tijd om in paniek te raken? Helemaal niet. Halverwege de dalende dollar en de stijgende euro verkeren de Britse bedrijven misschien zelfs in een gunstige positie.

Dat wordt veroorzaakt door het feit dat de meeste grondstoffenprijzen in dollars worden gerekend. De koersstijging van het pond draagt er daardoor toe bij dat de importprijzen laag blijven. Tegelijkertijd gaat het grootste deel van de Britse export naar Europa. Dus zolang de euro zijn kracht behoudt, mag de Britse handel geen nadeel ondervinden. De afgelopen jaren is het pond – afgezien van de dollar – juist de enige munt geweest die op handelsgebied concurrerender is geworden. Bovendien mogen de bedrijfswinsten ook geen schade lijden, omdat de helft van de in het buitenland gemaakte winsten van Britse bedrijven uit de VS komt en de helft uit Europa.

Europese bedrijven bevinden zich daarentegen in een lastig parket. Vliegtuigbouwer EADS heeft zelfs gewaarschuwd dat wanneer de dollarkoers daalt tot 1,30 dollar per euro of verder, het bedrijf een deel van zijn productie naar het buitenland moet verplaatsen – naar de VS, om precies te zijn.

Dat is het soort kapitaalstromen dat de daling van de dollarkoers kan tegenhouden en uiteindelijk zelfs kan laten omkeren. Maar het kan nog wel eens jaren duren voordat het zover is. Intussen zit er voor Europese bedrijven weinig anders op dan de broekriem nog verder aan te halen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.