Genie Michail Tal

In het tweede deel van Kasparovs grote werk My Great Predecessors laat hij het begin zien van een vluggertje dat Michail Tal een maand voor zijn dood, op 28 mei 1992, tegen hem speelde in een snelschaaktoernooi in Moskou.

Tal was toen al doodziek, maar als enige in dat toernooi won hij van Kasparov en hij eindigde achter Kasparov en Barejev op de derde plaats.

Tal had wit en Kasparov citeert uit het hoofd de openingsfase:

1.e2-e4 c7-c5 2.Pg1-f3 d7-d6 3.Lf1-b5+ Pb8-d7 4.d2-d4 Pg8-f6 5.0-0 a7-a6 6.Lb5xd7+ Pf6xd7 7.Pb1-c3 e7-e6 8.Lc1-g5 Dd8-c7 9.Tf1-e1 c5xd4 10.Pf3xd4 Pd7-e5 11.f2-f4 h7-h6 12.Lg5-h4 g7-g5 13.f4xe5 g5xh4 14.e5xd6 Lf8xd6. Je zou denken dat wit gelijk spel moet zoeken, aldus Kasparov, maar geheel in zijn oude stijl offerde Tal een stuk. 15.Pc3-d5 e6xd5 16.e4xd5+ Ke8-f8 17.Dd1-f3

De rest geeft Kasparov niet. Hij schrijft dat zwart de wilde aanval wist af te slaan, maar ten slotte de tijd overschreed.

Dat vluggertje is kennelijk verloren gegaan, wat nu ondenkbaar zou zijn voor een partij tussen twee wereldkampioenen in een officieel toernooi, ook al was het maar een snelschaaktoernooi. De elektronische borden die de partijen automatisch bewaren waren in 1992 al lang beschikbaar, maar kennelijk nog niet in Moskou.

Tegenwoordig zijn de schakers vrijwel met hun computer vergroeid en voor Kasparov geldt dat wel bij uitstek. Net als in het eerste deel van de serie is het vaak verbluffend wat hij met behulp van zijn computers weet te vinden. Op deel 1 is veel kritiek uitgeoefend en die zal nu weer komen, maar hoe terecht die kritiek vaak ook is, het zijn wel boeken waarvoor je naar de winkel rent.

Dit tweede deel gaat over de wereldkampioenen Euwe, Botwinnik, Smislov en Tal. De laatste drie heeft Kasparov goed gekend en dat is een groot voordeel vergeleken met het eerste deel.

Heeft het zin om met computerhulp bladzijden vol duizelingwekkende varianten op te schrijven die tijdens de partij ver buiten het denkvermogen van de spelers zouden liggen? Je moet zulke analyses zien als kunst om de kunst en dan kan je er eindeloos in rondsnuffelen.

Wit Tal-zwart Toloesj, kampioenschap van de Sovjet-Unie, Leningrad 1956

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lc1-g5 e7-e6 7. f2-f4 Dd8-b6 8. Dd1-d2 Db6xb2 Dapper, want in die tijd gold nog het adagium: sla nooit op b2, zelfs niet als het goed is. 9. Ta1-b1 Db2-a3 10. e4-e5 d6xe5 11. f4xe5 Pf6-d7 12. Pc3-e4 Da3xa2 Later bleek dat dit goed zou zijn voor zwart als hij eerst 12...h6 13. Lh4 zou doen en pas dan 13...Dxa2. 13. Tb1-b3 Da2-a1+ 14. Ke1-f2 Da1-a4 15. Lf1-b5 Het verkeerde offer volgens Kasparov, die aangeeft dat 15. Pxe6 fxe6 16. Pd6+ Lxd6 17. Dxd6 Tf8+ 18. Kg3 heel goed voor wit zou zijn. 15...a6xb5 16. Pd4xb5 f7-f6 17. e5xf6 g7xf6 Volgens Kasparov had zwart 17...Dxe4 moeten doen en na 18. fxg7 Lc5+ 19. Kg3 De5+ (in feite vindt Kasparov 19...Tg8 20. Te1 Pf6 het beste voor zwart) 20. Kh3 Dxg7 21. Pc7+ Kf7 22. Tf1+ Kg8 23. Lh6 (tot zover een analyse van Tal) Dg6 24. Tg3 Ta3 25. c3 Pc6 26. Pd5 komt hij tot het volgende analysediagram.

MmimMmld

mgmhmMmg

MmhmgmkC

mMcHmMmM

MmMmMmMm

dMAMmMDL

MmMEMmGA

mMmMmJmM

Hier komen Kasparov en zijn computers tot de conclusie dat zwart na 26...Ta4 in alle varianten wint. Een van die varianten begint met 27. Tg5 Te4 28. Txg6+. Maar kan wit na 27...Te4 niet beter 28. Pf6+ Pxf6 29. Txf6 doen? Na bijvoorbeeld 29...Le7 30. Df2 ziet mijn computer alleen maar winst voor wit. Ik dacht nog even dat 27...Te4 misschien een drukfout was en dat het 27...Tc4 moest zijn, maar ook dan zie ik geen winst voor zwart, hoogstens remise. Kasparov schrijft zelf dat al deze varianten voor mens en machine te moeilijk zijn om duidelijke conclusies te trekken en daar sluit ik me van harte bij aan.

In de partij zelf gebeurden ook nog sensationele dingen. 18. Th1-e1 Ta8-a6 19. Lg5xf6 Pd7xf6 20. Pe4xf6+ Ke8-f7 21. Tb3-f3 Da4-h4+ 22. Kf2-f1 e6-e5 23. Dd2-d5+ Lc8-e6 24. Pf6-d7+ Kf7-g6 Volgens Kasparov was het na 24...Ke7 remise door eeuwig schaak geworden. 25. Pd7xe5+ Kg6-g7 26. Tf3-g3+ Dh4xg3 27. Dd5xb7+ Pb8-d7 28. h2xg3 Ta6-b6 29. Db7-c7 Lf8-c5 30. Pe5xd7 Le6-c4+ 31. Te1-e2 Zwart gaf op.

,,Je moet beseffen dat ik van een genie heb verloren'', zei Toloesj eens. Dat sloeg op een partij die hij een jaar later van Tal verloor, maar het geldt ook voor deze partij.